IEF 19612

Schiphol maakt inbreuk op portretrecht

Ktr. Rechtbank Noord-Holland 28 oktober 2020, IEF 19612; ECLI:NL:RBNHO:2020:8537 (X tegen Schiphol) Schiphol heeft een artikel laten plaatsen op een website voor marketingsdoeleinden. Bij dit artikel is een foto van eiseres geplaatst in de uitoefening van haar werk als verloskundige. In deze procedure staat de vraag centraal of Schiphol met het gebruik van de foto van eiseres inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van eiseres en in hoeverre eiseres zich daartegen kan verzetten. Eiseres had voor de publicatie geen toestemming verleend aan Schiphol. Eiseres stelt dat daarmee een inbreuk is gemaakt op haar portretrecht. Tevens zou Schiphol hiermee in strijd hebben gehandeld met de bepalingen van de AVG door het onrechtmatig verwerken van haar persoonsgegevens. Er wordt geoordeeld dat eiseres een redelijk persoonlijkheidsbelang heeft nu het gebruik valt aan te merken als gebruik in reclame-uiting. Hiermee kan eiseres zich verzetten tegen de publicatie.

5.15
De kantonrechter meent dat [eiseres] gelet op alle omstandigheden van het onderhavige geval een redelijk persoonlijkheidsbelang heeft als bedoeld in  artikel 21 Aw om zich te verzetten tegen publicatie van haar foto bij het artikel op de website van [het Platform] nu het gebruik mede valt aan te merken  als gebruik in een reclame-uiting van de samenwerking tussen Schiphol en [de Stichting] . Anders dan Schiphol is de kantonrechter namelijk van oordeel dat  het artikel op de website van [het Platform] wel degelijk mede een commercieel karakter heeft, in die zin dat het – gelet op de tekst en context van het artikel - reclame maakt voor door Schiphol toegepaste merkstrategie en ‘impactbeleid’ en voor Schiphol in het algemeen. Dat Schiphol (in ieder geval: ook) commerciële intenties had met het artikel vindt bevestiging in de stelling van Schiphol bij conclusie van dupliek dat zij op dit moment niet meer samenwerkt met [het Platform] omdat zij nog nooit omzet heeft kunnen koppelen aan de samenwerking met [het Platform] . Dat het artikel behalve een commerciële intentie ook informatieve waarde heeft doet aan het bovenstaande niet af, nu het niet zo is dat de foto van [eiseres] een zodanige informatieve waarde heeft over het onderwerp van het artikel dat juist deze foto moest worden gebruikt. Nu het gaat om gebruik van een portret zonder toestemming in een reclame-uiting heeft [eiseres] naar het oordeel van de kantonrechter zonder meer een redelijk (persoonlijkheids)belang om zich te verzetten tegen gebruik van haar portret ter ondersteuning van deze commerciële reclame-uiting. [eiseres] zal als geportretteerde door  het publiek immers geassocieerd worden met het betreffende product of de dienst, in dit geval Schiphol en het door Schiphol toegepaste ‘impactbeleid’,  waarbij het publiek in het algemeen - en doorgaans terecht - ervan uit zal gaan dat het gebruik van het portret niet zal zijn geschied zonder toestemming  van de geportretteerde en de opname van het portret in de reclame-uiting zal opvatten als een blijk van publieke ondersteuning van het product of de dienst  door de geportretteerde. Op deze gronden is het op een dergelijke wijze gebruiken van een portret in beginsel aan te merken als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de geportretteerde (strijd met artikel 8 EVRM). Dit brengt mee dat in beginsel sprake is van een redelijk belang als bedoeld in artikel 21 Aw, dat zich tegen die openbaarmaking verzet (vgl. HR 2 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2364, NJ 1997,661, r.o. 3.3, het Discodanser arrest). Dat de foto van [eiseres] is gemaakt van [eiseres] in de uitoefening van haar beroep, en niet in haar privé sfeer, doet hier niet aan af. Indien voorts een afweging wordt gemaakt tussen het belang van [eiseres] op grond van artikel 8 EVRM en artikel 10 EVRM, de vrijheid van meningsuiting, weegt in casu zwaar dat sprake is van een reclame-uiting. Een en ander klemt te meer nu uit de stukken blijkt dat [eiseres] , nadat haar foto maandenlang was gebruikt als blikvanger van de campagne van [de Stichting] op Schiphol, haar (zichtbare) medewerking aan de campagne van [de Stichting] nog tijdens de duur van de sponsoringsovereenkomst met Schiphol heeft beëindigd, waarna de foto ook niet meer is gebruikt in deze campagne. 
Door de foto in januari 2019 bij het artikel op de website van [het Platform] te plaatsen kon [eiseres] toch weer met deze campagne geassocieerd worden,  en werd deze associatie als het ware ‘nieuw leven ingeblazen’. De kantonrechter acht in dit verband verder van belang dat het hier om een foto gaat waarop  [eiseres] centraal staat en – mede door de zichtbaarheid van haar naam en beroep - herkenbaar is; het is geen foto van bijvoorbeeld een straatbeeld waarop  [eiseres] min of meer toevallig voorkomt tussen diverse anderen en/of waarop zij niet of nauwelijks herkenbaar is.

5.19.
Behalve haar portret, zijn op de foto van [eiseres] ook haar naam (door het naamplaatje) en haar beroep (door de kleding) zichtbaar, 
zodat vast staat dat het hier gaat om de verwerking van persoonsgegevens in de zin van de AVG. De kantonrechter ziet zich vervolgens gesteld voor de  vraag of sprake is van een datalek van deze persoonsgegevens (portret, naam en beroep) in de zin van artikel 4 sub 12 AVG. Daarvan is naar het oordeel  van de kantonrechter sprake, nu het gebruik van de foto van [eiseres] nadat uitdrukkelijk te kennen was gegeven dat deze niet meer mocht worden gebruikt  voor de campagne van [de Stichting] is aan te merken als een inbreuk op de beveiliging die – volgens Schiphol - per ongeluk leidt tot de ongeoorloofde toegang tot bij Schiphol opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens. Met [eiseres] is de kantonrechter verder van oordeel dat aan de beginselen van  artikel 5 lid 1 onder a en b AVG niet is voldaan, nu deze verwerking voor [eiseres] niet kenbaar was en bovendien buiten het – in het kader van de  campagne van [de Stichting] op Schiphol – toegestane gebruik viel.