IEF 20344

Schending waarheidsplicht

Vzr. Rechtbank Den Haag 18 november 2021, IEF 20344; C/09/616944 / KG ZA 21-806 (Hornbach tegen AMS) Kort geding. Hornbach c.s. vorderen een verbod jegens AMS Digital c.s. (exploitant voucherplatform) op grond van merkinbreuk. De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van schending van art. 21 Rv (waarheidsplicht) door Hornbach c.s. doordat een schikkingsvoorstel van AMS Digital c.s. niet is opgenomen in de dagvaarding en pas kort voor de zitting onder druk van de advocaat van AMS Digital c.s. in het geding wordt gebracht. Er is ook geen sprake van spoedeisend belang aangezien AMS Digital c.s al een onthoudingsverklaring op straffe van een boete had afgegeven. Geen sprake van bestuurdersaansprakelijkheid omdat de website op naam stond van bestuurder.

4.5  Als dit niet al voldoende reden vormt de vorderingen af te wijzen, komt daar nog bij dat AMS Digital vrijwel direct na de eerste sommatie heeft aangegeven de inbreuk te staken en gestaakt te zullen houden en dat ook in actie omgezet (vgl. 2.11). De advocaat van AMS c.s. heeft vervolgens de hiervoor genoemde onthoudingsverklaringen aan Hornbach c.s voorgelegd waarvan de tweede versterkt werd met een boete van 1000, - per overtreding en per dag dat die overtreding voortduurt (zie onder 2.16).
Daarmee was iedere reële en concrete dreiging van merkinbreuk weggenomen. Dat Hornbach c.s. de onthoudingsverklaring niet heeft willen accepteren omdat die verklaring niet ook door X zou worden ondertekend, maakt dit niet anders. Veronderstellenderwijs aannemende dat AMS Digital merkinbreuk heeft gepleegd, is het de voorzieningenrechter zonder nadere toelichting - die ontbreekt - niet duidelijk waarom Hornbach c.s. haar bewering baseert dat X, kort gezegd, rechtstreeks betrokken is bij deze merkinbreuk en hem in die zin een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Het enkele feit dat de website met de domeinnaam trustdeals.nl (vóór de oprichting van AMS Digital en tot 13 augustus 2021) op naam van X is geregistreerd, maakt niet zonder meer dat hem als (indirect) bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. (...)