IEF 19829

Rechtmatige ontbinding platencontract tussen band en label

Vzr. Rechtbank Amsterdam 9 maart 2021, IEF 19829, ECLI:NL:RBAMS:2021:1041 (Eisers tegen Centertainment) Eisers zijn lid van een internationaal bekende band die muziek maakt in de stijl van symfonische rock en/of gothic. Zij hadden een exploitatieovereenkomst gesloten met een platenlabel met betrekking tot hun muziek. Uiteindelijk nam het label Centertainment de plaats in van deze contractspartij. Centertainment zou eigenaar zijn van hun producties, eisers zouden op hun beurt hiervoor de inkomsten ontvangen. Centertainment heeft echter sinds 2014 niets aan eisers uitgekeerd, ondanks meerdere verzoeken en reminders te hebben ontvangen. Hierop besloot de advocaat van eisers in oktober 2020 de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Centertainment betwist daartegenover de rechtsgeldigheid van deze ontbinding. De voorzieningenrechter verwerpt het verweer van Centertainment en beveelt haar tot het verlenen van medewerking aan de overdracht van de naburige rechten. Opmerkelijk is wel dat zij hierbij ook verklaart dat eisers de master rechten van het label online mogen gebruiken, terwijl Centertainment hiervan eigenaar blijft (sub 6.4.).

5.19. De ontbinding van de artiestenovereenkomst heeft niet tot gevolg dat de naburige rechten die de uitvoerende kunstenaars in 2002 op grond van de artiestenovereenkomst hebben overgedragen, goederenrechtelijk van rechtswege terugvallen op [eisers] . Centertainment zal daarom worden veroordeeld om mee te werken aan ongedaanmaking van de artiestenovereenkomst door de naburige rechten van de uitvoerende kunstenaars op alle opnamen die op grond van de artiestenovereenkomst zijn overgedragen aan Double Dutch en daarna aan Centertainment, terug over te dragen aan de VOF op straffe van een dwangsom, zoals bepaald in artikel 25e lid 6 en 7 Aw, dat ook van toepassing is op naburige rechten op grond van artikel 2b Wet Naburige Rechten (WNR). In tegenstelling tot wat Centertainment heeft aangevoerd dient deze retro-overdracht niet te gebeuren aan de oorspronkelijke bandleden van [eiser 1] . Zoals overwogen onder 5.5 hebben uitgetreden bandleden / vennoten van de VOF alle rechten die zij ten aanzien van gemaakte opnamen van [eiser 1] kunnen doen gelden ingebracht in de VOF (zie 2.3) en dienen zij aan de VOF te worden overgedragen. De vordering in conventie onder punt II van het petitum zal daarom gedeeltelijk worden toegewezen zoals hierna in de beslissing bepaald.

5.20. De ontbinding van de artiestenovereenkomst en de teruglevering van de naburige rechten van de uitvoerende kunstenaars aan de VOF laat onverlet dat de naburige rechten op de opnamen van de fonogrammenproducent van Centertainment zijn. Deze rechten heeft Double Dutch destijds immers verkregen door de organisatie van het vervaardigen van de opnamen op zich te nemen en door deze te financieren. Zij heeft deze rechten later overgedragen aan Centertainment. [eisers] heeft deze rechten nooit gehad en deze kunnen dan ook niet aan haar terug worden overgedragen. [eisers] stelt dat de naburige rechten van de fonogrammenproducent op de opnamen een ‘lege huls’ zijn geworden waarbij Centertainment geen belang meer heeft, nu ze de opnamen niet meer kan exploiteren zonder de naburige rechten van [eisers] . Het belang van Centertainment bij haar naburige rechten als fonogrammenproducent blijkt echter reeds uit haar recht op een billijke vergoeding bij immateriële openbaarmaking (met uitzondering van beschikbaarstelling aan het publiek) van de opnamen (artikel 7 WNR).