Gepubliceerd op donderdag 10 september 2026
IEF 23817
Rechtbank Den Haag ||
28 aug 2026,
Rechtbank Den Haag 28 aug 2026,, IEF 23817; ECLI:NL:RBDHA:2026:24587 (Coty tegen KD Online), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-verbod-op-handel-in-gestolen-coty-parfums-wegens-merkinbreuk

Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.

Rb. Den Haag: verbod op handel in gestolen Coty-parfums wegens merkinbreuk

Rb. Den Haag 28 augustus 2026, IEF 23817; ECLI:NL:RBDHA:2026:24587 (Coty tegen KD Online). Coty Beauty Germany stelt in kort geding dat KD Online op grootschalige wijze handelt in van Coty gestolen parfums en daarmee inbreuk maakt op haar merkrechten. KD Online verschijnt niet ter zitting, waarna verstek wordt verleend. De voorzieningenrechter baseert zijn beslissing daarom op de door Coty gestelde en niet weersproken feiten; de vorderingen zijn toewijsbaar tenzij zij hem ongegrond of onrechtmatig voorkomen. Voor de op Uniemerken gebaseerde vorderingen is de rechtbank internationaal en relatief bevoegd op grond van de artikelen 123, 124 en 125 UMVo, waarbij die bevoegdheid zich ingevolge artikel 126 lid 1 UMVo uitstrekt tot de gehele Europese Unie. Voor het internationale merk met gelding voor de Benelux volgt de bevoegdheid uit artikel 4.6 lid 1 BVIE, althans uit verknochtheid met de Uniemerkvorderingen. De gevorderde opgave van de met de gestolen parfums behaalde omzet en winst wordt afgewezen, omdat die vordering niet strekt tot beëindiging of voorkoming van een (dreigende) inbreuk en daarom onvoldoende spoedeisend belang heeft. Voor het overige acht de voorzieningenrechter het gevorderde niet ongegrond of onrechtmatig.

KD Online wordt verboden om vanaf twee dagen na betekening van het vonnis in de Europese Unie inbreuk te maken op de door Coty ingeroepen merken, in het bijzonder door de gestolen parfums te verhandelen, verkopen, te koop aan te bieden, leveren, invoeren of in voorraad te houden. Daarnaast moet KD Online binnen vier weken een met onderliggende bestanden en gegevens onderbouwde opgave doen van onder meer de leveranciers en distributeurs, geleverde aantallen, productnummers, prijzen en leverdata, afnemers en verkochte aantallen, en de nog aanwezige voorraad. Aan het verbod en het bevel wordt een dwangsom verbonden van € 10.000 ineens per overtreding en € 25.000 per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 500.000. KD Online wordt hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Omdat sprake is van handhaving van IE-rechten in de zin van artikel 1019 Rv, worden deze op grond van artikel 1019h Rv begroot aan de hand van de Indicatietarieven in IE-zaken. De voorzieningenrechter kwalificeert de zaak als een eenvoudig kort geding en wijst het opgegeven advocatensalaris van € 5.041,55 toe; met griffierecht, deurwaarderskosten en nakosten bedragen de proceskosten € 6.091,12. De termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak ex artikel 1019i Rv wordt vastgesteld op zes maanden en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

2.3.

De voorzieningenrechter zal de (neven)vordering om KD Online te bevelen opgave te doen van de met de Gestolen Parfums gemaakte omzet en winst afwijzen, nu dit niet strekt tot het beëindigen of voorkomen van een (dreigende) inbreuk en derhalve onvoldoende spoedeisend belang bij deze vordering bestaat.

2.4.

Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal het gevorderde worden toegewezen zoals uitgewerkt in de beslissing.

2.5.

KD Online zal als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. Coty heeft een volledige proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv gevorderd. De proceskosten worden in een verstekprocedure gelet op de eisen van een goede procesorde slechts overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv begroot, indien zij bij dagvaarding reeds zijn opgegeven en gespecificeerd dan wel, indien zij pas na dagvaarding worden opgegeven en gespecificeerd, aan de niet-verschenen gedaagde(n) kenbaar zijn gemaakt. Aan deze voorwaarde is voldaan. Immers blijkt uit de stukken die Coty heeft overgelegd dat de kostenopgave is verstuurd naar het e-mailadres waarop Coty met gedaagde (over en weer) heeft gecorrespondeerd.

2.6.

De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onder de categorie eenvoudig kort geding met een maximumtarief van € 7.200,-. Het gevorderde bedrag van

€ 5.041,55 overstijgt dit bedrag niet en zal worden toegewezen. Het bedrag voor salaris advocaat van € 5.041,55 wordt verhoogd met € 735,- aan griffierecht, € 125,57 aan deurwaarderskosten en € 189,- aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing), waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 6.091,12.