Gepubliceerd op donderdag 5 maart 2026
IEF 23325
Rechtbank Amsterdam ||
4 mrt 2026
Rechtbank Amsterdam 4 mrt 2026, IEF 23325; C/13/764572 (eiser tegen Armada), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rb-amsterdam-armada-hoeft-artiest-geen-hogere-royalty-s-te-betalen-digitale-exploitatie-door-armada-geen-derdenlicentie-opzegging-per-1-juli-2026-geldig

Uitspraak ingezonden door Bjorn Schipper, Plus One Legal.

Rb. Amsterdam: Armada hoeft artiest geen hogere royalty’s te betalen, digitale exploitatie door Armada geen derdenlicentie; opzegging per 1 juli 2026 geldig

Rb. Amsterdam 4 maart 2026, IEF 23325; C/13/764572 / HA ZO 25-424 (eiser tegen Armada). De Rechtbank Amsterdam beslist in een geschil tussen een artiest/producer en Armada Music B.V. over de vraag welk royaltypercentage geldt voor de digitale exploitatie van muziekopnames, met name streaming en downloads. De artiest stelt dat digitale exploitatie via platforms als Spotify, YouTube en Apple moet worden aangemerkt als exploitatie via derden, zodat op grond van de contractuele regeling voor “third party income” een vergoeding van 50% van de netto-inkomsten verschuldigd is. De rechtbank volgt dat standpunt niet. Zij oordeelt dat niet is komen vast te staan dat Armada de platencontracten onjuist heeft toegepast. De contractuele 50%-regeling ziet volgens de rechtbank op specifieke gevallen waarin een hogere royaltyvergoeding verschuldigd is, maar digitale exploitatie via online platforms valt daar niet onder. Daarbij weegt mee dat gedurende lange tijd op deze wijze uitvoering aan de contracten is gegeven zonder dat de artiest daartegen bezwaar heeft gemaakt. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de royaltybepalingen ongeldig te verklaren of te wijzigen. Armada heeft het digitale royaltytarief inmiddels met terugwerkende kracht verhoogd naar 22%.

De vorderingen van de artiest tot betaling van hogere royalty’s worden dus afgewezen. Wel krijgt de artiest gelijk voor zover het de beëindiging van de overeenkomst betreft. De rechtbank oordeelt dat de artiest de platencontracten in dit geval mocht opzeggen met inachtneming van een redelijke opzegtermijn. Daarbij telt mee dat de contracten lang geleden zijn gesloten en dat de investeringen van de platenmaatschappij beperkt zijn geweest. De opzegging bij brief van 24 november 2025 is daarom rechtsgeldig en werkt per 1 juli 2026, zodat Armada de verkregen rechten per die datum aan de artiest moet terug overdragen. Een eerdere vergelijkbare zaak tegen Universal leidde evenmin tot het oordeel dat te lage streamingroyalty’s waren betaald. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.7. De vraag is dan wat partijen in deze situatie wél over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten ten aanzien van de hoogte van de vergoeding voor digitale exploitatie. Daarbij weegt de rechtbank de volgende omstandigheden mee.

5.8. De United titelovereenkomsten zijn in 2008 overgedragen aan Cloud 9. Vanaf dat moment heeft Cloud 9 ook de digitale exploitatie van de titels verzorgd. [eiser] heeft daarnaast in 2008 en 2009 twee nieuwe titelovereenkomsten met Cloud 9 gesloten. In die titelovereenkomsten is wel voorzien in digitale exploitatie. In artikel 1.7 van de Cloud 9 titelovereenkomsten staat immers:

“Exploiteren, het verkopen, afleveren of anderszins in het verkeer brengen van Reproducties van de Opname(n) zoals weergegeven op de Master(s) in de ruimste zin des woords, uitzenden, heruitzenden, inclusief de verspreiding, verkoop en distributie via het internet of per enig mobiel netwerk en het aanbieden als streaming of als digitale download of enige andere en nieuwe vorm van exploitatie”

Artikel 7 bevat vervolgens de verschillende royaltypercentages, toegesneden op de wijze van exploitatie. Voor “downloads in welke vorm of volgens welke methode dan ook” geldt een vergoeding van 60% van de royaltyvergoeding voor fysieke dragers (16%) over de netto inkomsten van Cloud 9 (artikel 7.1 onder i). Voor overige, eventueel toekomstige formats geldt een percentage van 75% van de royaltyvergoeding voor fysieke dragers (artikel 7.2).

5.9. De rechtbank leidt hieruit af dat [eiser] bij de nieuwe titelovereenkomsten ermee akkoord is gegaan dat Cloud 9 de digitale exploitatie van zijn muziek zou verzorgen tegen een lager royaltypercentage (een gedeelte van 60%) dan voor fysieke distributie. Weliswaar wordt in artikel 7.1 onder i slechts gesproken over downloads en niet over streaming, maar daarin kan geen aanwijzing worden gezien dat partijen voor deze vorm van digitale exploitatie een veel hogere royaltyvergoeding dan voor downloads hebben bedoeld overeen te komen.

5.10. Armada heeft erop gewezen dat [eiser] vanaf 2008 afrekeningen heeft ontvangen (royalty statements) waarop inkomsten uit digitale distributie van zijn opnamen zijn vermeld, uitgesplitst naar digitale bron (iTunes, Beatport, Napster). Naar de rechtbank begrijpt, is daarbij voor digitale exploitatie van de titels onder de United titelovereenkomsten een royaltypercentage van 14% over de netto inkomsten toegepast en voor digitale exploitatie van de titels onder de Cloud 9 titelovereenkomsten een royaltypercentage van 9,6%. Tussen 2008 en december 2023 heeft [eiser] nooit bezwaar gemaakt tegen de wijze van afrekening of de hoogte van de royalty’s. Ook heeft hij nooit eerder het standpunt ingenomen dat digitale exploitatie als een derdenlicentie zou moeten worden afgerekend tegen een royaltypercentage van 50%.

5.11. Gezien deze lange tijdspanne, mocht (de rechtsvoorganger van) Armada naar het oordeel van de rechtbank erop vertrouwen dat [eiser] akkoord was met toepassing van de genoemde royaltypercentages op digitale exploitatie van de titels. Partijen hebben immers 15 jaar lang op deze manier uitvoering gegeven aan de titelovereenkomsten.

5.12. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank digitale exploitatie niet aanmerkt als licentieverlening aan een derde in de zin van de titelovereenkomsten en dat Armada niet een onjuist royaltypercentage heeft toegepast. Er is dus ook geen sprake van een tekortkoming door Armada en geen grond voor een schadevergoeding. De primaire vorderingen van [eiser] zullen dan ook worden afgewezen.