Gepubliceerd op donderdag 29 oktober 2026
IEF 23978
Rechtbank Amsterdam ||
28 okt 2026,
Rechtbank Amsterdam 28 okt 2026,, IEF 23978; C/13/779258 / HA ZA 25-1744 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rb-amsterdam-2-300-schadevergoeding-voor-ongeoorloofd-gebruik-foto-s-kapsalon-na-beeindiging-samenwerking

Uitspraak ingezonden door Rik Balk, Balk Legal.

Rb. Amsterdam: € 2.300 schadevergoeding voor ongeoorloofd gebruik foto's kapsalon na beëindiging samenwerking

Rb. Amsterdam 28 oktober 2026, IEF 23978; C/13/779258 / HA ZA 25-1744 ([eiser] tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen [eiser] en [gedaagde] staat de vraag centraal of [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser] door foto's van kapselmodellen te blijven gebruiken na beëindiging van hun samenwerking. [eiser] exploiteerde sinds 2005 een kapsalon in Amsterdam, die [gedaagde] per 1 januari 2022 overnam. Tijdens hun samenwerking werden verschillende foto's van modellen en klanten gemaakt, die [gedaagde] gebruikte op haar website en sociale media. Op 20 december 2023 trok [eiser] de toestemming voor het gebruik van het beeldmateriaal per 1 januari 2024 in. Omdat verschillende foto's online bleven staan, vordert [eiser] € 91.125 aan schadevergoeding wegens auteursrechtinbreuk, bestaande uit misgelopen licentievergoedingen en verschillende opslagen.

De rechtbank wijst de schadevergoeding voor het gebruik van foto's op sociale media af. Partijen hadden tijdens hun samenwerking toestemming voor deze publicaties en [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat hij voor het voortgezet online laten staan van de foto's een vergoeding had kunnen bedingen. Voor dertien foto's op de website van [gedaagde] oordeelt de rechtbank anders. Van twaalf foto's staat de auteursrechtelijke bescherming niet ter discussie. Ook een foto van een spiegel in de kapsalon is auteursrechtelijk beschermd, omdat de ongebruikelijke hoek en belichting de creatieve keuzes van de maker weerspiegelen. Na de sommatie van 27 februari 2024 had [gedaagde] moeten begrijpen dat de toestemming voor het gebruik was ingetrokken. Door de foto's daarna nog ruim een jaar online te laten staan, heeft zij inbreuk gemaakt op de auteursrechten van [eiser]. De rechtbank stelt de schade wegens misgelopen licentie-inkomsten vast op € 1.850, uitgaande van € 150 per foto. Daarnaast wordt € 450 toegekend wegens ontbrekende naamsvermelding bij twaalf foto's. De overige gevorderde schadevergoeding, waaronder die voor bewerking van de foto's, het gebruik op het platform WieWatHaar en overgenomen websiteteksten, wordt afgewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 2.300 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente, en € 345 aan buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden gecompenseerd.

5.8 [gedaagde] heeft ten aanzien van twaalf van deze foto's niet betwist dat deze auteursrechtelijk zijn beschermd. De rechtbank is eveneens van oordeel dat deze foto's kwalificeren als auteursrechtelijk beschermde werken. Dat geldt ook voor de foto van de spiegels in de salon waarvan de auteursrechtelijke bescherming wél is betwist. Deze foto kan niet worden aangemerkt als een alledaagse foto van een spiegel. De ongebruikelijke hoek en de belichting zijn vrije en creatieve keuzes die de persoonlijkheid van de maker kunnen weerspiegelen. Daarmee komt deze foto voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. Door de kantonrechter in Haarlem is reeds geoordeeld dat geen sprake is van een gemeenschappelijk auteursrecht zodat aangenomen moet worden dat [eiser] als maker de auteursrechthebbende is.

5.9 Voor zover [gedaagde] toestemming had om deze dertien foto's na 1 januari 2024 te blijven gebruiken, is deze toestemming met de brief van de merkgemachtigde van [eiser] van 27 februari 2024 ondubbelzinnig ingetrokken. [gedaagde] hoefde daarbij geen opzegtermijn van één jaar te hanteren, zoals bepleit door [gedaagde]. Dat betekent dat er in elk geval op 27 februari 2024 sprake was van inbreuk op de auteursrechten van [eiser]. Daaraan doet het door de voorzieningenrechter opgelegde handhavingsverbod niet af. Dit was immers een voorlopige voorziening die geen oordeel behelsde over de vraag of sprake was van een inbreuk.