IEF 20735

Publicaties over seksuele intimidatie zijn niet onrechtmatig

Vzr. Hof Amsterdam18 mei 2022, IEF 20735; ECLI:NL:GHAMS:2022:1496 (de Volkskrant tegen geïntimeerde) De Volkskrant heeft een aantal artikelen gepubliceerd over een onderzoek dat bureau Bing heeft uitgevoerd naar aanleiding van een anonieme blogpost over vermeende MeToo-kwesties binnen de politieke partij D66. Bing heeft in een openbaar rapport geconcludeerd dat uit het onderzoek geen situaties van seksuele intimidatie en machtsmisbruik door geïntimeerde zijn gebleken. Het openbare rapport verwijst naar een vertrouwelijke bijlage. De vorderingen van geïntimeerde komen er kort gezegd op neer dat het de Volkskrant niet is toegestaan te publiceren dat geïntimeerde zich heeft schuldig gemaakt aan machtsmisbruik of seksuele intimidatie of te publiceren dat dit zou blijken uit de vertrouwelijke bijlage, en ook dat de Volkskrant niet mag publiceren over privé-contacten van geïntimeerde die in de vertrouwelijke bijlage worden beschreven voor zover die niet ook waren beschreven in het openbare rapport. Na het vonnis van de voorzieningenrechter in eerste aanleg [IEF 20702], besluit het hof Amsterdam in hoger beroep dit vonnis te vernietigen. De rechter in eerste aanleg concludeerde dat de aantijgingen van de Volkskrant onvoldoende steun vonden in het feitencomplex. In tweede aanleg wordt geconcludeerd dat de vrijheid van meningsuiting van de Volkskrant in dit geval zwaarder weegt dan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van geïntimeerde. De publicaties van de Volkskrant zijn dus niet onrechtmatig en dragen juist bij aan het publieke debat over machtsmisbruik.

4.18 De berichtgeving van De Volkskrant over de vertrouwelijke bijlage vindt eveneens voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal. Niet in geschil is dat Bing na het verschijnen van het openbare rapport verder heeft gewerkt aan de vertrouwelijke bijlage, die informatie bevat die aan Bing is verstrekt na het verschijnen van het openbaar rapport. De term ‘doofpot’ wordt in de publicaties gebruikt in geciteerde uitspraken van de vrouw, die door De Volkskrant is geïnterviewd. Het daarmee bedoelde achterhouden van de vertrouwelijke bijlage, waarover De Volkskrant heeft bericht, vindt steun in de omstandigheid dat de conclusie uit de vertrouwelijke bijlage niet openbaar is gemaakt en de wel openbaar gemaakte conclusie uit het openbare rapport [geïntimeerde] volledig lijkt vrij te pleiten. De in de publicaties gesuggereerde onjuistheid van het openbare rapport vindt steun in de omstandigheid dat Bing, anders dan lijkt te volgen uit het openbaar rapport, [geïntimeerde] in de vertrouwelijke bijlage niet volledig vrijpleit

4.24 Afweging van alle relevante omstandigheden leidt tot de conclusie dat het recht op vrijheid van meningsuiting van De Volkskrant in dit geval zwaarder weegt dan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [geïntimeerde] . De publicaties stellen grensoverschrijdend gedrag binnen een politieke partij (D66) aan de kaak en de manier waarop D66 is omgegaan met de melding van de vrouw en de vertrouwelijke bijlage. Zij dragen bij aan het bredere publieke debat over machtsmisbruik, seksuele intimidatie en #MeToo. Dat brengt met zich dat er weinig ruimte is voor beperkingen op de vrijheid van meningsuiting. Bovendien is [geïntimeerde] een publiek figuur, zodat de pers kritischer over hem mag zijn dan over een niet publiek figuur. De publicaties betreffen niet louter een privé kwestie en vinden voldoende steun in de feiten, ook waar wordt gesuggereerd dat [geïntimeerde] zich schuldig heeft gemaakt aan machtsmisbruik en seksuele intimidatie en de term #MeToo wordt gebruikt. De door Bing onderzochte gedragingen van [geïntimeerde] , tezamen met de reactie van D66 op de melding daarvan en de vertrouwelijke bijlage, mochten door De Volkskrant onderdeel worden gemaakt van het publieke debat, dat er mede toe strekt nader in te vullen wat wordt verstaan onder machtsmisbruik, seksuele intimidatie en #MeToo. De Volkskrant heeft voldoende deugdelijk onderzoek gedaan, met toepassing van hoor en wederhoor. De in de schending van de persoonlijke levenssfeer gelegen argumenten die tegen publicatie pleiten en de onmiskenbare schade die [geïntimeerde] daarvan ondervindt leggen onvoldoende gewicht in de schaal tegenover deze voor publicatie pleitende omstandigheden. Voldoende duidelijk is dat het gaat om de duiding van de gebeurtenissen door De Volkskrant in de context van het publieke debat over machtsmisbruik, seksuele intimidatie en #MeToo. Waar het de gedragingen van [geïntimeerde] betreft, is hij daarvoor zelf verantwoordelijk en kon hij er niet van uitgaan dat hij verschoond zou blijven van publicitaire aandacht daarvoor.