IEF 20754

Publicatie over gokbusiness hoeft niet op voorhand aangepast

Rechtbank Amsterdam 20 mei 2022, IEF 20754, IT 3949; ECLI:NL:RBAMS:2022:2793 (CEG tegen Investico c.s.) Kort geding. Journalisten hoeven voorgenomen publicatie over de online gokbusiness in Curaçao niet op voorhand aan te passen. De daarop gerichte vordering van Cyberluck Curaçao (CEG) wordt afgewezen. Er is onvoldoende aanleiding om onrechtmatigheid op voorhand aan te nemen. In diverse recente rechterlijke uitspraken is bepaald dat sublicentiëring van online kansspelen, de ‘core business’ van CEG, op zichzelf niet illegaal is.

3.9.

Gegeven de aard van het onderzoek en het brede kader is op voorhand en zonder de publicatie te kennen niet vast te stellen of de publicatie (op onderdelen) mogelijk onrechtmatig jegens CEG zal zijn. Uit het (onherroepelijke) vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van 14 april 2020, (r.o. 4.14 en 4.15) is wel op te maken dat van ‘onbevoegde overdracht als bedoeld in artikel 3 lid 1 Landsverordening buitengaatse hazardspelen’ geen sprake is. De rechten zijn immers bij het in licentie geven niet overgedragen maar in gebruik gegeven. Het Gerecht heeft in het vonnis van 16 april 2018 de verklaring voor recht dat van onbevoegde overdracht sprake is dan ook geweigerd en dat vonnis blijft in stand. Niet onaannemelijk is dat hieruit volgt, zoals ook door kort geding rechters meermaals overwogen sublicentiëring niet illegaal is. Op dit moment is echter niet bekend of en welke informatie Investico c.s. uit hun onderzoek hebben (anders dan de visie van [naam 3] ) die mogelijk tot een andere opvatting leidt. Een verbod vooraf – of een gebod tot onthouding – past dan ook niet. Daarmee is er ook geen grond voor toewijzing van de vordering onder b. Indien de publicatie beschikbaar is en onrechtmatigheden bevat, kan dat mogelijk tot een gebod tot rectificatie leiden. Dat dit voor CEG te laat is en er dan sprake is van onherstelbare schade is onvoldoende gebleken.