IEF 18876

Publicatie foto’s autocoureur wegens nieuwswaarde en ondergeschikte rol niet onrechtmatig

Hof Amsterdam 8 oktober 2019, IEF 18876; ECLI:NL:GHAMS:2019:3614 (Mavic en autocoureur tegen Karakter) De autocoureur heeft als jongste coureur ooit een Grand Prix gewonnen. Zijn zakelijke belangen worden door Mavic behartigd. Mavic heeft een exclusieve licentie om de intellectuele eigendomsrechten en het portretrecht van de autocoureur te promoten en te exploiteren. Karakter is een uitgeverij en heeft een boek, geschreven door X, uitgegeven. Naast de voorkant van het boek, bestaande uit een foto van de autocoureur, bevat het boek nog acht pagina’s met in totaal zeventien foto’s van de autocoureur. Het auteursrecht op deze foto’s ligt bij derden. Karakter heeft deze foto’s die eerder in verschillende media zijn gepubliceerd, van ANP gekocht. Noch de autocoureur noch Mavic hebben Karakter toestemming gegeven om de foto’s te publiceren.

Appellanten hebben voorafgaand aan de publicatie eerst de auteur en vervolgens de uitgeverij gesommeerd van de publicatie af te zien. Karakter heeft een vergoeding van 10% van de netto-opbrengst van het boek aangeboden. Ondertussen zijn meerdere herdrukken verschenen, waarbij alle versies de foto’s van de autocoureur bevatten. Mavic en de autocoureur stellen dat Karakter onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door de verveelvoudiging en openbaarmaking. Het Hof is het hiermee niet eens, mede gelet op het feit dat het boek geen biografie is, met een commercieel doel is geschreven en tevens algemene nieuwswaarde heeft. De foto’s dragen bij aan die nieuwswaarde. Daarnaast beslaan de foto’s maar acht pagina’s. In een boek van 176 pagina’s vervullen de foto’s daarmee een ondergeschikte rol. Daarnaast zijn de foto’s reeds eerder in de media verschenen en in het kader van de beroepsuitoefening van de autocoureur gemaakt, terwijl Karakter voor de publicatie van de foto’s heeft betaald aan de auteursrechthebbenden. De vergoeding van 10% van de netto-opbrengst van het boek worden tegen die achtergrond als redelijk gekwalificeerd. Appellanten hebben onvoldoende onderbouwd waarom die vergoeding ontoereikend zou zijn en waarom de openbaarmaking, ondanks de aangeboden, redelijke vergoeding, onrechtmatig zou zijn.

3.8 Tussen partijen is niet in geschil dat het boek over [appellant sub 2] een biografie is. De rechtbank heeft aldus terecht overwogen dat het boek, dat (naar vast staat) mede met een commercieel doel is geschreven, tevens algemene nieuwswaarde heeft. Het gebruik van de foto’s in het boek draagt bij aan die nieuwswaarde. Daar komt bij dat de foto’s – afgezien van de foto op de cover – acht pagina’s beslaan en in een boek van 176 pagina’s een ondergeschikte rol vervullen. Voorts zijn de foto’s in het kader van de beroepsuitoefening van [appellant sub 2] gemaakt en reeds eerder in andere media verschenen, terwijl Karakter voor publicatie van deze foto’s waarvan de auteursrechten bij derden liggen, heeft betaald.

Tegen die achtergrond moet een vergoeding van 10% van de netto-opbrengst van het boek als redelijk worden gekwalificeerd. Weliswaar is [appellant sub 2] een bekende en populaire sporter, maar de onderhavige foto’s zijn al breed bekend. De populariteit van [appellant sub 2] is slechts verzilverbaar als daarvoor eerst kosten worden gemaakt en de waarde daarvan is niet op eenduidige wijze vast te stellen. Het relateren van de vergoeding aan de opbrengst na kosten is een redelijke manier om tot een waardering te komen. Dat dat bedrag eerst achteraf is vast te stellen doet daaraan niet af. Karakter heeft voldoende toegelicht dat, en waarom, 10% redelijk is en Mavic c.s. hebben daar onvoldoende tegenover gesteld.

Voor zover Mavic c.s. er ook over klagen dat het aanbod in de brief d.d. 22 juni 2016 niet is aan te merken als het aanbieden van een vergoeding in de hiervoor bedoelde zin miskennen zij dat het aankomt op het aanbod in materiele zin, niet om de precieze bewoordingen waarin dat is gesteld. Er is dus een vergoeding aangeboden en deze is de gegeven omstandigheden redelijk te achten.

3.9 Dat ondanks die aangeboden, redelijke vergoeding de openbaarmaking van de foto’s toch onrechtmatig is omdat zich bijzondere, bijkomende omstandigheden voordoen, hebben Mavic c.s. onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Zij wijzen slechts op de grote en actuele populariteit en bekendheid, doch deze is in het vorenstaande reeds verdisconteerd. Voorts wijzen zij op hun wens om zelf te beslissen of en hoe foto’s van [appellant sub 2] openbaar gemaakt worden. Dat is, nu Mavic c.s. geen auteursrechthebbende zijn, in feite een beroep op het algemene verbodsrecht van de geportretteerde, ten aanzien waarvan hiervoor is toegelicht dat dit in rechte niet bestaat.

3.10 De grieven falen. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Mavic c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep. Het bewijsaanbod zal worden gepasseerd omdat dit geen betrekking heeft op voldoende geconcretiseerde stellingen die, indien bewezen, tot een ander oordeel kunnen leiden.