Gepubliceerd op donderdag 12 maart 2026
IEF 23346
Unified Patent Court (UPC) ||
6 mrt 2026
Unified Patent Court (UPC) 6 mrt 2026, IEF 23346; UPC_CoA_789/2025, UPC_CoA_813/2025 (Dyson Technology Limited v. Dreame International (Hongkong) Limited, Eurep GmbH), https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-over-rechtsmacht-van-de-upc-en-aansprakelijkheid-van-een-intermediary-in-dyson-dreame

Prejudiciële vragen over rechtsmacht van de UPC en aansprakelijkheid van een ‘intermediary’ in Dyson/Dreame

UPC CoA 6 maart 2026, IEF 23346; UPC_CoA_789/2025, UPC_CoA_813/2025 (Dyson Technology Limited v. Dreame International (Hongkong) Limited, Eurep GmbH). De zaak betreft Dyson, houder van EP 3 119 235 voor een handzaam haarverzorgingsapparaat (o.a. de Dyson Airwrap), met unitair effect sinds 8 mei 2025 en gelding in alle UPCA‑landen en Spanje. Dyson stelt dat Dreame International via diverse landspecifieke webshops multifunctionele haarföhns aanbiedt die inbreuk maken op het octrooi. Het gaat om de oude Dreame-producten: de “Dreame Airstyle” en “Dreame Pocket”, en de nieuwe Dreame-producten: de “Dreame Airstyle Pro” en “Dreame Pocket Neo”, Eurep, een in Duitsland gevestigde “authorised representative”, fungeert als EU‑vertegenwoordiger op de verpakking en op Dreame’s website en vervult taken als economisch marktdeelnemer onder de productveiligheids‑ en marktbewakingsverordeningen 2023/988 en 2019/1020. Dyson vordert in kort geding bij de Hamburg Local Division voorlopige maatregelen tegen Dreame International, Eurep, Teqphone en Dreame Technology voor het volledige UPC‑territorium plus Spanje, in de vorm van verbodsmaatregelen tegen octrooi-inbreuk. De Hamburg Local Division wijst een voorlopige voorziening toe tegen Dreame International, Teqphone en Dreame Technology voor het UPC‑gebied en tegen Eurep voor het verlenen van diensten die inbreuk ondersteunen. Voor Spanje wordt het verbod slechts doorgetrokken voor Dreame International en Eurep. Voor de oude Dreame‑producten acht de divisie octrooi‑inbreuk aannemelijk, maar de nieuwe producten vallen volgens haar niet binnen de beschermingsomvang. Beide partijen gaan in hoger beroep. Dyson eist dat het verbod ook de nieuwe producten omvat, terwijl Dreame volledige afwijzing van alle voorlopige maatregelen nastreeft.

Het Hof van Beroep splitst de zaak op: voor het UPC‑territorium ten aanzien van Dreame International, Teqphone en Dreame Technology gaat het inhoudelijk door en wordt Dreame’s beroep daar verworpen en Dyson’s beroep toegewezen, zodat ook ten aanzien van de nieuwe producten voorlopige maatregelen binnen het UPC‑gebied worden opgelegd. Voor de vorderingen die zien op Spanje tegen Dreame International en op alle vorderingen tegen Eurep schorst het Hof het beroep en legt het vier prejudiciële vragen aan het HvJ EU voor. Ten aanzien van jurisdictionele vragen wenst het Hof duidelijkheid of het, als “common court” in de zin van art. 71a/71b Brussel I‑bis, zijn bevoegdheid om voorlopige maatregelen tegen een in derde staat gevestigde partij uit te strekken tot inbreuk op de Spaanse deel‑octrooigelden wanneer er een in de EU gevestigde mede‑gedaagde is die als “intermediary” optreedt, en of art. 8 lid 1 jo. 71b lid 2 Brussel I‑bis dit toelaat op basis van het risico van “onverenigbare beslissingen”. Daarnaast vraagt het Hof of art. 71b lid 2, tweede zin, Brussel I‑bis aldus moet worden uitgelegd dat een gemeenschappelijk gerecht ook “cross‑border” voorlopige maatregelen mag nemen met effect buiten het UPC‑gebied (hier: Spanje) wanneer dezelfde producten via nagenoeg identieke websites in UPC‑landen én Spanje worden aangeboden, en in hoeverre het gebruik van een in de EU gevestigde dienstverlener daarvoor een relevante aanknopingsfactor vormt. Ten slotte rijst de vraag of een “authorised representative” als Eurep, die uitsluitend wettelijke compliance‑taken vervult onder de productveiligheids‑ en marktbewakingsverordeningen (zoals opslag technische documentatie, aanspreekpunt voor autoriteiten), als “intermediary” in de zin van art. 9 lid 1(a) Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG kan worden aangemerkt, zodanig dat een verbodsbeschikking wegens octrooi‑inbreuk tegen hem kan worden bevolen, of dat Unierecht (art. 9(1)(a) of andere bepalingen) nationale rechtspraak in die richting juist uitsluit. Op grond van deze onduidelijkheden in de uitleg van Unierecht beslist het Hof van Beroep de procedure voor Spanje en Eurep te schorsen, de vier vragen aan het HvJ EU voor te leggen en houdt het in zoverre de definitieve beoordeling van Dyson’s vorderingen en Dreame’s verweren aan.

20. More specifically, the question is whether Article 71b(2), second sentence, of Regulation 1215/2012 must be interpreted as meaning that a common court has jurisdiction in relation to an action for provisional measures against a company established in a third State that is alleged to have infringed a European patent in force in an EU Member State that is not party to the instrument establishing the common court, as well as in some or all EU Member States that are party to the instrument establishing the common court, by offering the same products in all those EU Member States through websites that are identical apart from the language. In addition, the question arises whether the fact that the company uses the services of a company that is established in an EU Member State that is party to the instrument establishing the common court in order to infringe is a relevant circumstance for the purposes of answering this second question.

28. The Hamburg Local Division established that Eurep did not perform any infringing acts and cannot be regarded as an “infringer” within the meaning of Article 62 UPCA. These findings are not disputed in the appeal proceedings and the Court of Appeals concurs with them. The question arises whether Eurep can be regarded as an “intermediary” within the meaning of Article 62 UPCA and Article 9(1)(a) of Directive 2004/48 whose services are used by the alleged infringer, namely Dreame International. More specifically, the question is the following: in a situation, in which a third party places products on the market to which Regulation (EU) 2023/988 of the European Parliament and of the Council of 10 May 8 2023 on general product safety (“Regulation 2023/988”) and Regulation (EU) 2019/1020 of the European Parliament and of the Council of 20 June 2019 on market surveillance and compliance of products (“Regulation 2019/1020”) apply, and in which an authorised representative performs the tasks laid down in these Regulations on behalf of the third party, does Article 9(1)(a) of Directive 2004/48, or any other provision of Union law, preclude case-law of a national or common court under which an interlocutory injunction aimed at preventing or prohibiting infringement of a patent may be granted against that authorised representative?