Gepubliceerd op dinsdag 10 februari 2026
IEF 23275
Hof Arnhem-Leeuwarden ||
20 jan 2026
Hof Arnhem-Leeuwarden 20 jan 2026, IEF 23275; ECLI:NL:GHARL:2026:313 (Kamer van Koophandel tegen Vereniging voor Zakelijke B2B Informatie), https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-over-databankenrecht-en-hergebruik-van-handelsregistergegevens

Prejudiciële vragen over databankenrecht en hergebruik van Handelsregistergegevens

Hof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026, IEF 23275; ECLI:NL:GHARL:2026:313 (Kamer van Koophandel tegen Vereniging voor Zakelijke B2B Informatie). In deze zaak speelt een geschil tussen de Kamer van Koophandel (KVK) en de Vereniging Voor Zakelijke Borgen en Informatie (VVZBI) over het databankenrecht op het Handelsregister en de vraag in hoeverre de KVK het hergebruik van Handelsregistergegevens mag beperken of reguleren. De KVK heeft in 2020 nieuwe gebruiksvoorwaarden vastgesteld waarin zij stelt dat op het Handelsregister een sui generis databankenrecht rust en dat voor grootschalig of commercieel hergebruik toestemming van de KVK nodig is. Volgens de KVK zijn deze beperkingen nodig om haar wettelijke taken goed uit te voeren en om belangen als rechtszekerheid, privacybescherming, kostendekking en het profijtbeginsel te waarborgen. VVZBI betwist dat de KVK databankenrecht heeft op het Handelsregister en voert aan dat de vereisten voor databankrechtelijke bescherming niet zijn vervuld. De rechtbank volgt VVZBI hierin en oordeelt dat met name het vereiste investeringsrisico bij de KVK ontbreekt, zodat geen databankenrecht ontstaat.

In eerste aanleg heeft de rechtbank de primaire vorderingen van VVZBI grotendeels toegewezen, voor recht verklaard dat op het Handelsregister geen databankenrecht ten gunste van de KVK rust en de KVK verboden zich jegens VVZBI en haar leden daarop te beroepen of de levering van gegevens op die grond te beperken. De KVK is van dit vonnis in hoger beroep gekomen. Het hof ziet daarbij fundamentele vragen over de verhouding tussen het EU‑databankenrecht, de Open Data‑ en PSI‑regelgeving en de rol van een openbaar lichaam als de KVK dat een wettelijk register beheert, en stelt juist die spanning tussen Databankenrichtlijn en Open Data‑richtlijn centraal. Om die reden besluit het hof prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU, onder meer over de vraag of een instantie als de KVK als “fabrikant” kan worden aangemerkt, of het (al dan niet tegen betaling) verstrekken van Handelsregisteruittreksels “hergebruik” in de zin van de Open Data‑richtlijn is en in hoeverre een eventueel databankenrecht mag worden ingezet om hergebruik door derden te beperken.

10.1. Het hof acht het voor het beslissen van het voorgelegde geschil noodzakelijk dat het HvJ EU uitleg geeft aan het Unierecht, meer in het bijzonder op deze twee onderdelen.

10.2. De vragen die het hof stelt op grond van het bepaalde in artikel 267 VWEU luiden als volgt, waarbij geldt dat vraag 2 alleen voorligt als het antwoord op vraag 1 bevestigend is:

1. Kan een openbaar lichaam dat een databank exploiteert, zoals het handelsregister, waarvan de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering, worden beschouwd als een fabrikant in de zin van artikel 7 lid 1 Databankenrichtlijn en daarmee rechthebbende op het sui-generisrecht als in dit artikellid bedoeld, als de databank door dat openbaar lichaam is gemaakt en wordt geëxploiteerd in de uitvoering van een wettelijke taak en met financiering volgens een goedgekeurde begroting uit overheidsmiddelen, voor zover de kosten niet kunnen worden gefinancierd uit de inkomsten uit de producten en diensten van dit openbaar lichaam en uit de egalisatiereserve?

2. a) Is sprake van “hergebruik” als bedoeld in artikel 2 onder 11 en sub a Open Data Richtlijn als de natuurlijke of rechtspersoon die documenten opvraagt geen openbaar lichaam is, maar een commerciële of niet-commerciële private partij, zodat er gezien het private karakter van die partij zonder meer sprake is van het nastreven van andere doeleinden dan de doelen van algemeen belang die het openbare lichaam nastreeft?

b) Als het antwoord op 2a negatief is: Valt het op commerciële basis in ongewijzigde vorm (één-op-één, op papier of in een portal, app of website, los of als bijlage bij een ander product) ter beschikking stellen aan een derde van een uittreksel uit een door een openbaar lichaam beheerde set documenten door een aanvrager van dit uittreksel onder het in 2a genoemd “hergebruik”?

c) Onafhankelijk van het antwoord op vragen 2a en 2b: Als sprake is van hergebruik, zoals bedoeld in artikel 2 onder 11 en sub a Open Data Richtlijn, is dan een verbod van een dergelijk hergebruik dat wordt gedaan met een beroep op een databankenrecht, objectief, evenredig en niet-discriminerend als bedoeld in artikel 8 van die richtlijn, als dit openbaar lichaam daarmee wil voorkomen dat verouderde uittreksels uit haar set documenten worden verhandeld (rechtszekerheidsbeginsel) en dat het inkomsten derft door het bestaan van schaduwregistraties van waaruit voor een lager bedrag deze uittreksels worden verhandeld (profijtbeginsel)?