IEF 18599

POD boek niet anders dan gedrukt boek

Rechtbank Amsterdam 17 juli 2019, IEF 18599 (Geldof tegen Overamstel) Auteursrecht. Printing on demand. Geldof is auteur van een boek en heeft met uitgever Overamstel een uitgeefcontract gesloten. Geldof had van de boekhandelaar vernomen dat haar boek was uitverkocht en dat Overamstel van plan was het exemplaar te leveren via printing on demand (POD), waarbij boeken op aanvraag worden geprint. Geldof wilde dit niet. Overamstel bleef aandringen op POD. Geldof wilde daardoor het contract beëindigen. De zaak gaat over de vraag of een auteur de exploitatieovereenkomst met de uitgever kan opzeggen of ontbinden op grond van artikel 25e Aw, als een boek alleen nog via printing on demand beschikbaar is. De rechtbank oordeelt in de uitspraak van niet. Een POD boek is volgens de rechtbank niet wezenlijk anders dan een gedrukt boek.

4.4. […] kan de uitleg die Geldof geeft aan de term ‘in boekvorm voor het publiek beschikbaar’ niet worden gevolgd. Aan Geldof kan worden toegegeven dat in de overeenkomst op diverse plaatsen van het ‘drukken’ van een werk wordt gesproken en dat ook de toelichting bij art. 1 lid 3 van het modelcontract vermeldt ‘Met ‘boekvorm’ wordt bedoeld op de uitgave in gedrukte vorm’, wat wijst op de traditionele manier van drukken van een boek. Redelijkerwijs kan echter, in een tijd van voortschrijdende technologische ontwikkelingen, niet worden aangenomen dat daarmee bedoeld is om fysieke boeken die met behulp van een andere technologie zijn vervaardigd van de term ‘boekvorm’ uit te sluiten. Doorslaggevend is dat de overeenkomst - in artikel 14 - voorschrijft dat voor het publiek beschikbaar wil zeggen dat het werk op verzoek van de consument tenminste binnen een maand in boekvorm verkrijgbaar moet zijn, hetzij op voorraad, hetzij op bestelling. Aangenomen moet worden dat daarmee bedoeld is dat fysieke boeken beschikbaar dienen te zijn, maar niet dat het daarbij noodzakelijkerwijs om gedrukte boeken moet gaan. 

4.7. Geldof heeft daartegenover onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat zij gerechtigd is de overeenkomst te ontbinden. Dat Overamstel een aantal door haar concreet benoemde mogelijkheden voor de exploitatie van de titel onbenut heeft gelaten maakt nog niet dat Overamstel het boek niet meer exploiteert in de zin van artikel 25e lid 1 Aw. Het feit dat partijen van mening verschillen over wat de beste manier van exploitatie is, vormt nog geen zwaarwegende reden voor ontbinding van de overeenkomst. Een uitgeverij heeft immers een zekere mate van vrijheid bij het bepalen op wat voor manier zij een boek aan de man brengt. Verder is in dit kader van belang dat de overeenkomst relatief kort heeft geduurd en dat Overamstel de gelegenheid dient te krijgen (te proberen) haar investeringen terug te verdienen. Dit alles betekent dat er ook niet is voldaan aan het vereiste van art. 25e lid 1 Aw en dat Geldof dus niet op deze grond de overeenkomst kan ontbinden.