IEF 20718

Platform aansprakelijk voor merkinbreuk

Hof Den Haag 17 mei 2022, IEF 20718; ECLI:NL:GHDHA:2022:7645 (Light In The Box tegen Hikvision) De beveiligingsproducten van Hikvision worden vanuit een Aziatische website aangeboden binnen de EU. In eerste aanleg, zie [IEF 19337], heeft de rechtbank geoordeeld dat het aanbieden van de beveiligingsapparatuur inbreuk maakt op het merkenrecht van Hikvision. Light In The Box (LITB) brengt vier grieven tegen het vonnis van de rechtbank in, maar het gerechtshof verwerpt de aangevoerde grieven en bekrachtigt het vonnis. Met de eerste grief stelt LITB dat niet zij aansprakelijk dient te worden gehouden voor het aanbieden van de producten, maar dat zij slechts het aanbieden ervan faciliteert. Op grond van jurisprudentie wordt deze grief verworpen. Ook de omstandigheid dat LITB impliciete toestemming had van Hikvision is volgens zowel de rechtbank als het hof in hoger beroep onvoldoende onderbouwd en slaagt tevens niet.

4.17. De jurisprudentie die ziet op de positie van een hosting provider, waarop LITB c.s. zich beroepen, is zoals volgt uit voorgaande, niet van toepassing en staat er niet aan in de weg dat LITB c.s. aansprakelijk kan worden gehouden voor inbreuk op het Hikvision merk. Zoals LITB c.s. zelf heeft onderkend (zie paragraaf 14 proces-verbaal_ kan de omstandigheid dat de goederen worden afgeleverd in China of Hong Kong en vervolgens naar Europa vervoerd door een daartoe door LITB c.s. aangewezen vervoerder evenmin aan afdoen dat LITB c.s. inbreuk heeft gemaakt op het Hikvision merk. Daartoe is voldoende dat zij de van dat merk voorziene producten bestemd voor de Europese markt zelf heeft aangeboden en verkocht. Reeds uit de proefaankoop blijkt dat daarvan sprake is.

4.26. Zoals hiervoor bij de beoordeling van Grief I overwogen, wordt de stelling dat Quan An de Hikvision Producten heeft aangeboden verworpen. Voor de gestelde impliciete toestemming heeft zij verder geen andere feiten en omstandigheden naar voren gebracht dan die zij in eerste aanleg reeds had aangevoerd en die door de rechtbank zijn verworpen. Mede in aanmerking genomen dat toestemming van de merkhouder dient te worden verkregen voor ieder afzonderlijk product waarvoor de uitputting wordt aangevoerd, is ook naar het oordeel van het hof, op dezelfde gronden die daarvoor dor de rechtbank in r.o. 4.12-4.21 van het Vonnis naar voren zijn gebracht en die het hof tot de zijne maakt, het door LITB c.s. gestelde onvoldoende om aan te kunnen nemen dat die toestemming steeds is verkregen.