IEF 18495

Persoonlijk stempel op logo en woord Mayvinci niet gemotiveerd betwist

Vzr. Rechtbank Gelderland 28 mei 2019, IEF 18495; (Bigfoot tegen Ayanmo) Kort geding. Bigfoot is een Qatarese onderneming in coatingtechnologie onder de merknaam 'Mayvinci´ voor (exclusieve) auto's, luxe motorjachten en privéjets. Het bedrijf Van Leeuwen SCC houdt zich onder meer bezig met de reparatie en het slepen van auto´s. Bigfoot en Van Leeuwen SCC hebben een exclusieve distributieovereenkomst gesloten. Gedaagde Ayanmo houdt zich bezig met de in- en verkoop van auto's, en is houdster van het Benelux woordmerk Mayvinci. Het auteursrecht op het logo en het woord Mayvinci komen op grond van artikel 8 Aw toe aan Bigfoot. Ayanmo heeft niet gemotiveerd betwist dat het logo en het woord Mayvinci werken zijn die een eigen oorspronkelijk karakter bezitten en het persoonlijk stempel van de maker dragen. Bovendien heeft Ayanmo op geen enkele wijze gesteld, dat iemand anders dan Bigfoot het logo en het woord Mayvinci heeft ontworpen/bedacht.

4-11. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. In de eerste plaats heeft Ayanmo niet gemotiveerd betwist dat het logo en het woord Mayvinci werken zijn die een eigen oorspronkelijk karakter bezitten en het persoonlijk stempel van de maker dragen, en dus dat zij voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Voorts blijkt uit de door Bigfoot in het geding gebrachte stukken dat zowel het logo als het woord Muyuinci op de website van Bigfoot openbaar is gemaakt, zonder dat daarbij enige natuurlijke persoon als maker ervan is vermeld. Ayanmo heeft bovendien op geen enkele wijze gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat iemand anders dan Bigfoot het logo en het woord Mayvinci heeft ontworpen/bedacht. Ten slotte is gesteld noch gebleken dat deze openbaarmaking op de website van Bigfoot onrechtmatig was. Aldus komt het auteursrecht op het logo en het woord Mayvinci op grond van artikel 8 Aw toe aan Bigfoot.

4.15. Met betrekking tot de proceskosten overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Vast staat dat Ayanmo in ieder geval niet voor de zitting aan Bigfoot kenbaar heeft gemaakt dat zij onvoorwaardelijk wil overgaan tot zowel het overdragen van de Benelux-merken aan Bigfoot als het staken en gestaakt houden van het gebruik van die merken. Ayanmo voert in dit verband aan dat Bigfoot geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering tot overdracht van de Benelux-merken, nu Ayanmo reeds heeft verklaard bereid te zijn het gebruik van die merken te staken en gestaakt te houden. De voorzieningenrechter gaat hieraan echter voorbij. In een situatie als deze, waarin de distributierelatie tussen partijen is geëindigd, heeft Bigfoot er groot belang bij dat zij met het oog op de afzet van haar producten in (onder meer) Nederland en het vinden van een nieuwe
distributeur zelf weer houder wordt van de door Ayanmo gedeponeerde Benelux-merken. Dit betekent dat Ayanmo voorafgaand aan de zitting niet volledig heeft voldaan aan datgene wat door Bigfoot terecht werd verlangd. Aldus kan niet worden geoordeeld dat Bigfoot ten onrechte dit kort geding aanhangig heeft gemaakt. Nu de mondelinge behandeling hiervan
ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en - zoals uit het voorgaande blijkt - de vorderingen van Bigfoot voor toewijzing gereed liggen omdat zij volaoenae grondslag hebben, heeft Ayanmo te gelden als de in het ongelijk gestelde partij.