IEF 19486

Overnemen blogs is schending van auteursrecht

Ktr. Rechtbank Limburg 30 september 2020, IEF 19486, IT 3273; ECLI:NL:RBLIM:2020:7293 (Overnemen blogs) Auteursrecht. Eiser heeft geconstateerd dat (delen van) door haar geschreven blogs zijn overgenomen in een aantal advertenties op de Google Business pagina van gedaagde. Eiser vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van € 875,00 wegens schending van haar auteursrecht, € 875,00 wegens inbreuk op haar persoonlijkheidsrecht en € 1.750,00 wegens vermindering van exclusiviteit, opgelopen reputatieschade en misgelopen opdrachten. Gedaagde heeft onder meer betwist dat de blogs van eiser afkomstig zijn. Als onvoldoende inhoudelijk betwist komt vast te staan dat de teksten van eiser zijn en dat het auteursrechtelijk beschermde werken zijn. De schending van de Auteurswet staat daarmee vast. Dat er geen sprake is van opzet aan de kant van gedaagde is niet relevant. Bij gebrek aan een onderbouwde weerlegging van de stellingen van eiser worden de gevorderde bedragen geheel toegewezen.

4.3. [gedaagde] heeft betwist dat de blogs waar het om gaat van [eiser] afkomstig zijn. Zij voert aan al meerdere malen gevraagd te hebben om dit aan te tonen waarbij zij ook gevraagd heeft naar bewijs van de publicaties daarvan. [eiser] verwijst in dit verband naar het bewijsvermoeden van artikel 4 Auteurswet.
De kantonrechter overweegt in dit verband als volgt. In het eerste lid van artikel 4 van de Auteurswet staat vermeld dat “behoudens bewijs van het tegendeel wordt voor den maker gehouden hij die op of in het werk als zoodanig is aangeduid, of bij gebreke van zulk eene aanduiding, degene, die bij de openbaarmaking van het werk als maker daarvan is bekend gemaakt door hem, die het openbaar maakt”. [eiser] stelt de maker van de teksten te zijn en heeft door verwijzing naar de publicatie van haar hand genoegzaam aangetoond dat dit ook het geval is. Het ligt derhalve op de weg van [gedaagde] om tegenbewijs te leveren. Dit tegenbewijs is niet geleverd. Dit betekent dat [eiser] de maker van de teksten is, althans daarvoor moet worden gehouden.

4.5. [eiser] heeft uitgebreid aangegeven dat haar creativiteit onder andere bestaan heeft uit het feit dat het kernwoord “vakantie” vaak wordt herhaald en dat het in combinatie geschreven wordt met relevante woorden zoals “vakantiehuisje” en “bungalow”. Door deze combinatie van woorden is de vindbaarheid van haar onderneming toegenomen. De teksten staan op haar website vermeld onder haar naam.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] het voorgaande onvoldoende inhoudelijk betwist. Hiermee staat daarom vast dat de teksten van [eiser] zijn en auteursrecht(en) hebben doen ontstaan.

4.6. Nu als erkend vast staat dat de teksten van [eiser] op de server van [gedaagde] zijn aangetroffen, staat daarmee de schending van de Auteurswet vast. Dat er geen sprake is opzet van de kant van [gedaagde] is niet relevant.

Afbeelding van Lukas Bieri via Pixabay.