IEF 19738

Oud motorfietsmerk EYSINK doorgehaald wegens non usus

BBIE 25 januari 2021, IEF 19738; Doorhalingsbeslissing 3000143 (Eysing Group tegen verweerder) Op 25 januari 2021 heeft het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom de inschrijving van het merk EYSINK onder nummer 927005 doorgehaald wegens niet-gebruik (“non usus”). Verval was ingeroepen op basis van artikel 2.27 lid 2 BVIE en artikel 2.23bis BVIE. Het verzoek tot doorhaling was ingediend door het bedrijf Eysing Group B.V. dat onder het merk EYSING elektrische e-mopeds op de markt brengt met retrodesign van een motorfiets. Het merk EYSINK was volgens verzoeker al niet meer (normaal) gebruikt sinds 1977, en in ieder geval in de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van het doorhalingsverzoek. De door verweerder aangedragen stukken leverden naar het oordeel van verzoeker geen gebruik en ‘normaal gebruik’ op.

Het Bureau volgt verzoeker en concludeert dat de door de houder ingediende stukken niet toereikend zijn om normaal gebruik gedurende de relevante periode aan te tonen en beslist dat het merk is vervallen wegens niet-gebruik. Ook veroordeelt het Bureau de verweerder tot betaling van € 1.420 als kostenvergoeding.

25. Het door verweerder ingediende materiaal - zoals hiervoor opgesomd - is, met inachtneming van de voornoemde uitgangspunten, ten enenmale onvoldoende om normaal gebruik van het betwiste merk aan te tonen. Om die reden is verzoeker ook niet meer gevraagd te reageren op de door verweerder in zijn laatste reactie ingediende extra stukken. Er worden geen stukken ingediend voor de waren in de klassen 18 en 25. Voor wat betreft de waren in klasse 12 zegt het enkele bestaan van een enkele driewielscooter en twee motoren met daarop gestileerd weergegeven het merk, niets over het daadwerkelijk gebruik van het merk door verweerder binnen de relevante periode. Verweerder diende twee verkoopfacturen In, waarvan de eerste betrekking heeft op de verkoop van 1 driewielscooter, aangekocht een paar maanden eerder. Vermoedelijk de driewielscooter die op de ingediende foto's staat afgebeeld. Uit de enige andere verkoopfactuur die werd ingediend, kan niet worden opgemaakt welk product is verkocht. Geen enkel ander element laat toe dit af te leiden. Tot slot diende verweerder ook nog een inkoopfactuur in. Het betreft echter een proforma factuur van na de relevante periode. Deze zegt niet alleen niets over een daadwerkelijke aankoop, maar ook niets over gebruik binnen de relevante periode.