IEF 17940

Oprichters DM hebben onrechtmatig gehandeld door stelselmatig en substantieel gebruik te maken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie SD

Ktr. Rechtbank Overijssel 11 juli 2018, IEF 17940 (SD tegen DM e.a.) Ongeoorloofde concurrentie. Vertrouwelijke bedrijfsinformatie. SD heeft als doel de ontwikkeling, levering en onderhoud van software ten behoeve van outputmanagement, documentcreatie en documentbeheer. DM is opgericht door gedaagden en is 100% aandeelhouder van IN. IN biedt onder meer software aan en is concurrerend met de software van SD. Gedaagden zijn in het verleden werkzaam geweest bij SD. Ze worden verdacht van onrechtmatige concurrentie doordat ze tijdens hun dienstverband bij SD bedrijfsgeheimen naar hun privé mail hebben gestuurd en het afhandig maken van personeel en klanten van SD ter voorbereiding van de oprichting van een concurrerende onderneming (DM). SD vordert dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld en dat gedaagden hun administratie vertrekken. De wijze waarop gedaagden stelselmatig en substantieel gebruik hebben gemaakt van bedrijfsgebied van SD en de kennis en vertrouwelijke gegevens die zij hebben opgedaan tijdens hun dienstverband bij SD zorgt voor onzorgvuldigheid en is in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betamelijk is. De vorderingen worden toegewezen.

5.10 De rechtbank zal hierna onderscheid maken tussen de volgende categorieën van handelen, door eiseressen gekwalificeerd, al naar gelang de hoedanigheid van de betrokken gedaagden, als in strijd met artikel 2:( BW, dan wel artikel 7:661 BW, dan wel artikel 6:74 BW, dan wel als in strijd met artikel 6:162 BW: (i) het beweerde verwijderen van essentiële bouwstenen van de webcliënt/X software applicaties uit de gegevensdragers van SD, en (ii) het (voorbereiden van) onrechtmatige concurrentie. Bij (ii) zullen daarbij aan de orde komen de verschillende van SD naar de eigen privé mail van de (destijds nog) werknemers van SD en het opslaan daarvan in een eigen persoonlijke omgeving, het voorbereiden van de oprichting van een nieuwe concurrerende onderneming tijdens het dienstverband bij SD, het afhandig maken van personeel van SD, het afhandig maken van klanten en prospects van SD, het doen van aanbiedingen aan klanten afgestemd op de condities van SD van die klanten, het geven van een misleidende of verwarrende voorstelling van zaken, het gebruik van vertrouwelijke bedrijfsinformatie en het verwijzen naar het vroegere dienstverband bij SD.
5.22 De rechtbank overweegt dat op zich denkbaar is dat werknemers incidenteel en met permissie van de werkgever bestanden waar zij in werken naar een eigen mailadres of computer overbrengen. Echter, in deze zaak acht de rechtbank door eiseressen voldoende onderbouwd dat X, X en een aantal van de werknemers die later overstapten naar IN dit met regelmaat deden in een periode (van ongeveer oktober 2008 tot in de eerste maanden van 2009) gedurende welke zij nog in dienst waren bij SD en kort voorafgaande aan hun vertrek bij SD. De aard, de inhoud en de omvang van overgebrachte stukken (ten aanzien van X een complete back up van zijn werkcomputer met de volledige bedrijfsadministratie  van SD) en overig mailverkeer (ten aanzien van X met betrekking tot bestanden 'verkoop en projecten' en 'aanvalsplan' en ten aanzien X het bestand 'nog een paar ideetjes') in combinatie met het verzoek van X aan de projectleiders van SD om uiterlijk 15 juni 2009, zijnde twee weken voorafgaande aan zijn vertrek bij SD, een inventarisatielijst in te vullen met betrekking tot alle projecten bij SD, lijkt te wijzen op een zekere regievoering, althans het bestaan van een vooropgezet plan. Eiseressen stellen dat als zodanig het ondernemingsplan is aan te merken, wel stuk (productie 30 bij dagvaarding) door X is opgesteld toen hij nog bij SD in dienst was. In het ondernemingsplan wordt in detail uiteengezet hoe X en X DM wilden structureren. Zo vermeldt het ondernemingsplan (gedateerd 6 februari 2009) dat X en X 'per 20 februari 2009 zijn opgestapt', en bevat het, naast de namen van X en X, een lijst van SD werknemers samen aangeduid als de 'Personeels top 8', die zullen meegaan. Onder het kopje 'Bedrijfsidee' wordt in het ondernemingsplan met betrekking tot toekomstige klanten opgemerkt dat wordt verwacht dat 'er veel klanten van High Concept [de rechtbank begrijpt: SD zullen] overstappen en: 'De afgelopen jaren hebben wij geïnvesteerd in relaties. Vanuit die relaties zullen we proberen ons nieuwe project te verkopen, we proberen openingen te forceren door middel van consultancy en projectleiding te verkopen. Wij zullen de mogelijkheid gaan bieden gegevens uit SD direct in ons project te importeren, hetgeen voor klanten de overstap naar ons bedrijf makkelijker maakt.' Het ondernemingsplan bevat ook een hoofdstuk getiteld 'Salesaanvalplan', een plan waarvan eiseressen stellen dat dit door X, die bij SD, en later bij IN werkzaam was bij de verkoop, later, maar toen hij nog werkzaam was voor SD, namelijk op 29 januari 2009, naar zijn privémail is gestuurd.
5.36 De rechtbank concludeert dat uit al hetgeen hiervoor is overwogen het beeld naar voren komt van de uitvoering van een vooropgezet plan van X en X om, zouden zij hun zin niet krijgen om X uit te kopen, dan maar een eigen concurrerende onderneming met de web cliënt een concurrerend product op te zetten. De rechtbank acht door eiseressen voldoende onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd door gedaagden en betwist dat deze plannen concrete vorm kregen en dat met de uitvoering daarvan een begin werd gemaakt in de laatste maand van 2008. Toen stuurde X en aantal van de andere leden van het kernteam van SD die later in dienst traden van IN vertrouwelijke bedrijfsgegevens en knowhow van SD en plannen om SD te gaan beconcurreren per mail naar de eigen privé-computer.
Bij de uitvoering van hun plannen hebben ze X, X en X (overigens ook X, X en X) gebruik gemaakt van hun bekende vertrouwelijke bedrijfsinformatie, waaronder klantengegevens, van SD.
Ook de wijze waarop gedaagden stelselmatig en substantieel gebruik hebben gemaakt van het bedrijfsgebied van SD en de kennis en vertrouwelijke gegevens die zij hebben opgedaan tijdens hun dienstverband bij SD dan wel uit hoofde van hun functie als bestuurder van SD acht de rechtbank onzorgvuldig en in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betamelijk is.