Gepubliceerd op donderdag 19 februari 2026
IEF 23290
HvJ EU ||
5 feb 2026
HvJ EU 5 feb 2026, IEF 23290; ECLI:EU:C:2026:71 (EUIPO tegen Nowhere Co. Ltd), https://www.ie-forum.nl/artikelen/oppositie-na-brexit-oudere-britse-rechten-blijven-relevant-bij-ape-tees

Oppositie na Brexit: oudere Britse rechten blijven relevant bij ‘APE TEES’

HvJ EU 5 februari 2026, IEF 23290; ECLI:EU:C:2026:71 (EUIPO tegen Nowhere Co. Ltd). In deze zaak staat het geschil tussen de EUIPO en Nowhere Co. Ltd. centraal over de weigering van inschrijving van het Uniemerk ‘APE TEES’. Tegen de merkaanvraag was oppositie ingesteld op basis van oudere, niet-geregistreerde rechten uit het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 8, lid 4, van de Uniemerkenverordening. Nadat de oppositie was aanvaard, vernietigde het Gerecht van de Europese Unie de beslissing van de kamer van beroep van EUIPO. Het Gerecht oordeelde dat, gelet op het terugtreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en het einde van de overgangsperiode, de betrokken Britse rechten niet langer relevant waren voor de beoordeling van de oppositie [IEF 22907]. EUIPO stelt hogere voorziening in bij het Hof van Justitie van de Europese Unie en vordert vernietiging van het arrest van het Gerecht, stellende dat het Gerecht een onjuiste rechtsopvatting hanteert omtrent het relevante tijdstip waarop het bestaan en de bescherming van oudere rechten moeten worden beoordeeld.

Het Hof oordeelt dat het Gerecht blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting door geen rekening te houden met het relevante tijdstip voor de beoordeling van de oppositie. Het benadrukt dat het bestaan en de beschermingsomvang van oudere rechten moeten worden beoordeeld aan de hand van de situatie die geldt op het voor de oppositieprocedure relevante moment. Latere gebeurtenissen, zoals het einde van de overgangsperiode na Brexit, doen niet automatisch af aan de relevantie van rechten die op dat tijdstip bescherming genieten. Het Hof vernietigt daarom het arrest van het Gerecht en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling overeenkomstig deze rechtsopvatting. Daarmee bevestigt het Hof dat oudere Britse rechten, indien zij op het relevante moment bescherming genieten, in beginsel kunnen worden meegewogen in een oppositieprocedure tegen een Uniemerkaanvraag.

167: “Als wordt aangenomen dat Nowhere met dit betoog beoogt het Hof te verzoeken de gronden waarop dat arrest berust te vervangen door andere gronden, is het voldoende om vast te stellen dat het niet van belang is dat de oppositie is ingesteld op een tijdstip waarop de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk niet voorzienbaar was, aangezien, zoals blijkt uit de punten 102 tot en met 122 van dit arrest, een oppositie alleen kan slagen indien het oudere merk dat op grond van het Unierecht wordt beschermd, blijft bestaan tot de datum waarop de eindbeslissing over die oppositie wordt uitgesproken.”

168: “Wat daarnaast het feit betreft dat Nowhere zich beroept op de bepalingen van het recht van het Verenigd Koninkrijk betreffende opposities op basis van Uniemerken, die zijn vastgesteld met het oog op de terugtrekking van deze staat uit de Unie, zij er ten eerste aan herinnerd dat het Uniemerkenstelsel een autonoom systeem is dat uit een samenstel van eigen voorschriften en doelstellingen bestaat en waarvan de toepassing losstaat van welk nationaal systeem ook (arrest van 6 juni 2018, Apcoa Parking Holdings/EUIPO, C‑32/17 P, EU:C:2018:396, punt 31 en aldaar aangehaalde rechtspraak). Ten tweede volgt, zoals in punt 161 van het onderhavige arrest is vastgesteld, uit de artikelen 54 tot en met 61 van het terugtrekkingsakkoord niet dat de partijen bij dat akkoord, in afwijking van het territorialiteitsbeginsel, hebben bepaald dat een Uniemerk dat is ingeschreven na het verstrijken van de overgangsperiode rechtsgevolgen sorteert op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk. In deze omstandigheden kan het wederkerigheidsbeginsel, zelfs indien het in casu relevant zou zijn, het EUIPO er in ieder geval niet toe brengen te accepteren dat een in het Verenigd Koninkrijk beschermd ouder recht na die datum nog steeds kan worden ingeroepen in het kader van een oppositie tegen de inschrijving van een dergelijk merk.”

169: “Gelet op een en ander moet, zonder dat het eerste onderdeel van het enige middel behoeft te worden onderzocht, de hogere voorziening worden toegewezen en het bestreden arrest worden vernietigd.”