IEF 16207

Ontslag op staande voet na zeer grof taalgebruik op Facebook

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 19 augustus 2016, IEF 16207; ECLI:NL:OGEAA:2016:510 (ontslag wegens grof taalgebruik op Facebook) Social media. Mediarecht. Ontslag. Werknemer is door werkgever op staande voet ontslagen. De ontslaggrond is vermeld als het uitschelden, beledigen en bedreigen van collega’s, het creëren van een slechte werksfeer, een gebrek aan integratie in de werkploeg en gebrek aan respect voor leidinggevenden. Deze opmerkingen vallen ruim buiten de door E* bepleite vrijheid van meningsuiting, nu dat recht niet kan worden ingezet om onbelemmerd met schuttingtaal over collega’s op social media te spreken. Hiermee is een dringende reden voor het ontslag gegeven.

De beoordeling

Het ging in deze zaak om de volgende tekst die op Facebook is geplaatst: "Een verdomde stomme Colombiaanse hoer die denkt dat ze voodoo voor mij kan doen, luister goed stommeling, als je mij schade zou willen berokkenen op het werk, dan heb ik een advies voor jou…ga naar een cursus Engels, want wat je spreekt is niet meer dan stront…Ik trek me van geen enkele kut iets aan omdat ik…kan werken waar ik wil, want in jou geval… door alle ballen die je hebt gelikt van die oudjes om een positie te verwerven, had je nooit zo’n verdomd smerige supervisor kunnen zijn…”

En in een andere post: “Rottige stommelingen met valse tanden, je bent erg miserabel wat triest en zonde voor jou…verkeerd gebaarde smerige hoerendochters verdoemde vuile teven…”

4.4 Voor een willekeurige lezer op een betrekkelijk openbaar medium als Facebook kunnen de door E* geplaatste opmerkingen moeilijk anders worden gelezen dan dat zij die richt tegen mensen met wie zij werkt c.q. leiding aan haar geven. De opmerkingen zijn immers specifiek, namelijk gerelateerd aan de gezagsverhouding en werkomgeving waarin E* werkt. De omstandigheid dat de naam van haar collega’s en/of leidinggevende(n) niet is vermeld maakt dit niet anders.

4.5 Deze opmerkingen vallen ruim buiten de door E* bepleite vrijheid van meningsuiting, nu dat recht niet kan worden ingezet om onbelemmerd met schuttingtaal over collega’s op social media te spreken. Zo dit recht al op deze wijze kan worden uitgeoefend, behoeft van een werkgever niet te worden verwacht dat hij accepteert dat een werknemer zich op een dergelijke wijze over zijn of haar collega’s uitlaat, nu dat onmiskenbaar een sterk negatief imago van het bedrijf oproept en het bovendien een taak van een goed werkgever is om andere werknemers tegen opmerkingen zoals deze te beschermen.

4.6 Naar zijn voorlopig oordeel komt het Gerecht dan ook tot de conclusie dat E* aan Riu een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst met haar onverwijld op te zeggen. Dit leidt ertoe dat haar vorderingen zullen worden afgewezen, met veroordeling van E* in de kosten van het geding.

Het Gerecht: wijst het gevorderde af; veroordeelt E* in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Riu worden begroot op Afl. 1.500,00 aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.