IEF 19193

Onrechtmatig gebruik van huisontwerp

Rechtbank Noord-Nederland 15 april 2020, IEF 19193; ECLI:NL:RBNNE:2020:1823 (Bouwer tegen opdrachtgever) Auteursrecht. Overeenkomst van aanneming, waarbij de bouwer tevens het ontwerp van de te bouwen woning zou verzorgen. Nadat het ontwerp gereed was, is de bouw van de woning niet doorgegaan. De opdrachtgever laat iemand anders de woning conform het ontwerp bouwen. Omdat opdrachtgever zonder een licentie van bouwer het gewijzigde ontwerp heeft verveelvoudigd, heeft hij het auteursrecht van bouwer geschonden. De opdrachtgever wordt veroordeeld tot betaling van een vergoeding voor het onrechtmatig gebruik van een auteursrechtelijk beschermd ontwerp en de bouwleges.

4.7. De rechtbank is van oordeel dat het enkele feit dat [gedaagde 2] aan Buro [naam 1] gevraagd heeft om aan de hand van zijn aanpassingen het gewijzigde ontwerp te maken, niet maakt dat [gedaagde 2] als maker van het gewijzigde ontwerp kan worden beschouwd. Dat zou mogelijk anders zijn indien [gedaagde 2] een nieuwe (handgetekende) schets had gemaakt die wezenlijk anders was dan het eerste ontwerp en Buro [naam 1] enkel de taak had om die schets om te zetten naar een ontwerp, zonder dat zij zelf wijzigingen hoefde door te voeren. Dat van een dergelijke situatie sprake was, is echter gesteld noch gebleken. [gedaagde 2] heeft het eerste ontwerp waarop hij aantekeningen heeft gemaakt niet overgelegd. Bovendien heeft hij tijdens de comparitie na antwoord verklaard dat hij aan Buro [naam 1] opdracht heeft gegeven om zijn ideeën 'uit te werken'. Daaruit begrijpt de rechtbank dat Buro [naam 1] de ideeën van [gedaagde 2] heeft moeten vertalen naar een gewijzigd ontwerp en van voornoemde situatie geen sprake was. Ook het gewijzigde ontwerp kan daarom worden aangezien als een geesteskind van Buro [naam 1] . Buro [naam 1] heeft het auteursrecht op dat ontwerp overgedragen aan [eiser] (artikel 2 Aw), zodat [eiser] het uitsluitend recht heeft om het gewijzigde ontwerp te verveelvoudigen.

4.11. Omdat [gedaagde 2] zonder een licentie van [eiser] het gewijzigde ontwerp heeft verveelvoudigd, heeft hij het auteursrecht van [eiser] geschonden. [gedaagde 2] heeft daardoor onrechtmatig gehandeld. [eiser] heeft voldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat zij als gevolg van de schending schade heeft geleden. [gedaagde 2] heeft immers het gewijzigde ontwerp verveelvoudigd waarvoor normaal gesproken een vergoeding moet worden betaald. Volgens [eiser] is 10% van de bouwsom, een bedrag van € 34.471,00 een passende schadevergoeding, omdat daarmee een vergoeding wordt betaald voor de door [eiser] verrichte werkzaamheden, de technische ontwerptekeningen, de bestemmingsplanprocedure en de gederfde winst. De rechtbank is van oordeel dat het een onjuist uitgangspunt is om bij de bepaling van de hoogte van de schadevergoeding aansluiting te zoeken bij een percentage van de bouwsom omdat daarmee een vergoeding voor de door [eiser] gemaakte kosten en gederfde winst zou worden betaald. De rechtbank begrijpt dat [eiser] nadeel heeft gehad omdat de overeenkomst met [gedaagde 2] geen doorgang heeft gevonden, maar dat betreft niet de schade die [eiser] heeft geleden doordat [gedaagde 2] haar gewijzigde ontwerp heeft verveelvoudigd.

Afbeelding: Pexels via Pixabay.