IEF 17126

Onmiddellijke inzage documentatie export Amerikaans verpakte Freestyle strips

Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 22 september 2017, IEF 17126; IEFbe 2348; ECLI:NL:RBNNE:2017:3618 (Abbott Diabetes Care tegen HTG Health and Beauty en Kamstra) Inzage en afgifte ex art. 843a Rv na bewijsbeslag. Abbott stelt dat HTG inbreuk op haar Uniemerkenrechten maakt en onrechtmatig handelt in die zin dat HTG profiteert van de inbreuk op de Amerikaanse merken van Abbott, de exporteur zou zonder toestemming (herverpakte) test strips voor diabetici op de Amerikaanse markt hebben gebracht die van oorsprong voor andere markten waren bedoeld, en op die manier profiteren van de prijsverschillen op de Europese en Amerikaanse markt. De voorzieningenrechter bepaalt dat Abbott onmiddellijk (binnen 48 uur) inzage krijgt over de beslagen documentatie over de Amerikaanse verpakte Freestyle Lite strips. 

5.6. Abbott c.s. stelt dat HTG c.s. inbreuk op haar Uniemerkenrechten maakt en onrechtmatig handelt in die zin dat HTG c.s. betrokkenheid heeft bij of profiteert van de inbreuk op buitenlandse - Amerikaanse - merken van Abbott c.s., en handelt op een wijze die schadelijk is voor de reputatie van Abbott c.s., haar producten en merken.

5.7. Niet in geschil is dat Kamstra counterfeit verpakte test strips aan H&H heeft verkocht. Abbott c.s. heeft aannemelijk gemaakt dat het gaat om test strips die van oorsprong waren bedoeld voor andere markten dan de Amerikaanse en die zonder haar toestemming - vermoedelijk in Europa - zijn herverpakt en voorzien van bijsluiters die sterk lijken op de verpakkingen en bijsluiters die in de Verenigde Staten worden gebruikt. Ook is onderbouwd gesteld dat de herverpakking moet hebben plaatsgevonden voordat de test strips naar de Verenigde Staten werden geëxporteerd. Abbott c.s. heeft verwezen naar de zogenoemde NDC code op de door haar in het geding gebrachte verkoopinformatie en douanedocumentatie, en naar het feit dat H&H in 2015 een rechterlijk verbod werd opgelegd om test strips in internationale verpakkingen te verhandelen, zodat het onwaarschijnlijk is dat de door haar geïmporteerde test strips geen Amerikaanse verpakkingen en bijsluiters hadden. Abbott c.s. heeft voorts met een e-mail onderbouwd dat Isaac Bawany, bij wie in Ierland counterfeit verpakte test strips zijn aangetroffen, heeft verklaard dat hij van HTG opdracht heeft gekregen om Freestyle Lite test strips te herverpakken.

5.8. Abbott c.s. heeft hiermee naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gesteld om aan te nemen dat met de handel in counterfeit verpakte test strips inbreuk wordt gemaakt op de Uniemerkenrechten van Abbott Diabetes en Abbott Laboratories, dat HTG c.s. daarmee onrechtmatig handelt, en dat door HTG c.s. onrechtmatig jegens Abbott c.s. is gehandeld doordat met deze handel schade is veroorzaakt aan haar reputatie, producten en merk.

5.9. Met het bovenstaande moet naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter worden aangenomen dat Abbott c.s. partij is bij een rechtsbetrekking en een rechtmatig belang heeft als bedoeld in art. 843a Rv jo art. 1019a lid 1 Rv.

5.10. Het verweer van HTG c.s. dat zij alleen Freestyle Lite test strips heeft doorgeleverd aan H&H en zij slachtoffer is van een malafide leverancier, leidt niet tot een ander oordeel. Ter onderbouwing verwijst HTG c.s. naar een onderzoek door een externe accountant, die constateert dat de voorraadtransacties aansluiten op bij- en afschrijvingen op de bankrekening van Kamstra. De conclusies van de accountant zijn ter zitting gemotiveerd en gedetailleerd door Abbott c.s. betwist. Het gaat de reikwijdte van dit kort geding te buiten om die stellingen en het onderzoek van de accountant in deze procedure te beoordelen, omdat daarvoor bewijslevering of voorlichting door een deskundige nodig is, daargelaten wat het onderzoek precies kan zeggen over de reikwijdte van de mogelijke betrokkenheid van HTG c.s. bij de handel in counterfeit verpakte test strips. Dit onderzoek - ook in samenhang beschouwd met het andere verweer van HTG c.s., bijvoorbeeld de betwisting van de verklaring van Isaac Bawany - is in elk geval onvoldoende om te concluderen dat uit de door Abbott c.s. gestelde feiten niet een redelijk vermoeden van een inbreuk op de Uniemerken kan worden afgeleid, of anderszins van een onrechtmatig handelen, of dat Abbott c.s. dit niet op voorhand met voldoende bewijsmateriaal heeft onderbouwd (Hoge Raad 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304).