IEF 18829

Onbepaalde tijdsduur in strijd met vrijheid van meningsuiting

Hof Amsterdam 12 november 2019, IEF 18829; ECLI:NL:GHAMS:2019:4091 (X tegen AMC) Gedeeltelijke vernietiging van vonnis in eerste aanleg van 21 maart 2019 [IEF 18384]. De vraag was aan wie auteursrecht toekomt voor publicaties die berusten op onderzoek dat in teamverband is uitgevoerd. In eerste aanleg werd geoordeeld dat X onvoldoende gronden heeft om erkend te worden als co-auteur. Omtrent de veroordeling tot het staken van bepaalde mededelingen over onder meer auteursrechtelijke aanspraak en wetenschappelijke integriteit, wordt gesteld dat de onbepaalde tijdsduur van deze maatregel in strijd is met de vrijheid van meningsuiting. Er is een gerechtvaardigd belang dat zij buiten de context van deze procedure met derden over haar opvattingen ter zake kan spreken. De overige beslissingen worden bekrachtigd.

3.92 [] heeft echter terecht gegriefd tegen de onbepaalde duur van het opgelegde verbod. Voorshands was en is er, gelet op het uitgangspunt van vrijheid van meningsuiting en in aanmerking nemend de belangen van [] en van AMC s.s., behoudens bijzondere omstandigheden onvoldoende reden om [] voor onbepaalde tijd te verbieden om het standpunt dat zij nog steeds huldigt publiek, dat wil zeggen jegens derden buiten de huiselijke kring, te uiten.

[], die heeft onderbouwd dat zij een gerenomeerd wetenschapper is die veel onderzoek heeft gedaan naar CK, heeft er een te respecteren belang bij dat haar naam als co-auteur wordt vermeld, als zij daadwerkelijk, naar de in haar veld gebruikelijke normen, daarop aanspraak kan maken. Uit dat belang vloeit voor dat zij ook buiten de context van een procedure met derden over haar opvattingen ter zake kan en moet kunnen spreken. Zeker nu op overtreding van dat gebod een dwangsom is gesteld gaat daarvan een ongewenst chilling effect op [] uit. Dat zij, in wetenschappelijke zin, door dat gebod niet gehinderd wordt om commentaar te leveren op de inhoud van de artikelen staat daarvan los.

Omtrent bijzondere omstandigheden die nu nopen tot een zo breed verbod voor onbepaalde tijd is niets gesteld.

3.11 De grieven slagen voor zover zij klagen over het gebod voor onbepaalde tijd en falen voor het overige. Het hof zal het gebod in tijd beperken tot heden. Na de dag van uitspraak van dit arrest geldt dit gebod dus niet meer en kunnen geen dwangsommen verbeurd worden.