IEF 18602

Octrooirechtinbreuk generieke formulering Sandoz

Hoge Raad 19 juli 2019, IEF 18602; ECLI:NL:HR:2019:1261 (Sandoz tegen Astrazeneca) Octrooirecht. Vervolg op eerste aanleg [ECLI:NL:RBDHA:2016:8700] en hoger beroep [ECLI:NL:GHDHA:2017:4157]. AstraZeneca is een internationale farmaceutische onderneming die zich richt op onder andere onderzoek en het op de markt brengen van farmaceutische producten. AstraZeneca brengt een geneesmiddel op de markt en heeft hier octrooi op. Sandoz is ook actief op de geneesmiddelenmarkt. De generieke fulvestrant-formulering van Sandoz zou inbreuk maken op, in ieder geval, conclusie 1 van het octrooi. Astrazeneca vordert Sandoz inbreuk op haar octrooi te staken. De voorzieningenrechter wees de vordering toe. Sandoz is hiertegen in hoger beroep gegaan. Hier werd de vordering van Sandoz afgewezen. Sandoz heeft hiertegen cassatie ingediend. De HR verwerpt het beroep.

2. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient Sandoz te worden veroordeeld in de proceskosten. Partijen hebben over de hoogte daarvan uitdrukkelijk overeenstemming bereikt als bedoeld in art. 4 van de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad 2017. AstraZeneca heeft uit dien hoofde aanspraak op een bedrag van € 75.000,--. Dit bedrag, dat niet onredelijk of onevenredig voorkomt, zal dan ook worden toegewezen.

De Hoge Raad verwerpt het beroep.