Gepubliceerd op dinsdag 29 september 2026
IEF 23873
Rechtbank Den Haag ||
23 sep 2026,
Rechtbank Den Haag 23 sep 2026,, IEF 23873; C/09/691254 (Hatchtech tegen Giordano), https://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooi-voor-early-feeding-geldig-en-indirecte-inbreuk-door-aanbieding-hcs-met-verwijzing-naar-verlichting

Uitspraak ingezonden door Paul Reeskamp, DLA Piper. 

Octrooi voor early feeding geldig en indirecte inbreuk door aanbieding HCS+ met verwijzing naar verlichting

Rb. Den Haag 23 september 2026, IEF 23873; C/09/691254 / HA ZA 25-779 (HatchTech tegen Giordano). HatchTech is houdster van EP 1 998 611 B1, een octrooi voor een incubator waarmee kuikens tijdens het uitbroeden kunnen worden gevoerd door een combinatie van een voedingstrog in het broedkrat en een lichtbron die de kuikens in staat stelt het voer te vinden. Giordano brengt onder de naam HCS+ ProLife broedkratten met geïntegreerde troggen op de markt en bestreed de geldigheid van het octrooi wegens toegevoegde materie, gebrek aan nieuwheid en gebrek aan inventiviteit. De rechtbank verwerpt deze nietigheidsverweren. Het weglaten van een automated feeder uit de verleende conclusie levert geen toegevoegde materie op, omdat de vakpersoon uit de oorspronkelijke aanvraag direct en ondubbelzinnig kon afleiden dat de uitvinding ook zonder automatische voederinstallatie kon worden uitgevoerd. Ook zijn de door Giordano aangevoerde publicaties niet nieuwheidsschadelijk. Voor de inventiviteit past de rechtbank zowel de problem-solution approach als de door de UPC Court of Appeal gehanteerde benadering toe. Bij die laatste benadering wordt bezien wat de uitvinding als geheel, gelet op haar onderliggende technische concept, aan de stand van de techniek toevoegt. Beide benaderingen leiden volgens de rechtbank tot dezelfde uitkomst: voor de vakpersoon lag het niet voor de hand om voor early feeding een broedkrat met voedingstroggen te combineren met een lichtbron. Conclusie 1 en de aangevallen afhankelijke conclusies 2, 3, 6 en 10 worden daarom geldig geacht en de reconventionele nietigheidsvordering wordt afgewezen.

De rechtbank neemt daarnaast indirecte inbreuk aan. De HCS+ is een wezenlijk bestanddeel van de geoctrooieerde uitvinding en Giordano wist of behoorde te weten dat deze voor toepassing daarvan was bestemd, mede omdat zij in haar advertenties wees op het plaatsen van LED-verlichting in de broedkamer. Dat de lichtbron niet fysiek onderdeel uitmaakt van het krat, staat daaraan niet in de weg: volgens de rechtbank vereist conclusie 1 niet dat de lichtbron zich in het compartiment zelf bevindt, zolang het licht het voer bereikt. Wel gaat het te ver om iedere verkoop van de HCS+ als indirecte inbreuk aan te merken, omdat de kratten ook voor niet-inbreukmakende toepassingen kunnen worden gebruikt. De verklaring voor recht en het verbod worden daarom tot de indirect inbreukmakende handelingen beperkt. Giordano wordt verder bevolen een accountantsrapport met opgavegegevens te verstrekken en wordt veroordeeld tot, naar keuze van HatchTech, schadevergoeding of winstafdracht, nader op te maken bij staat. De reconventionele vorderingen worden afgewezen en Giordano wordt veroordeeld in € 75.000 aan proceskosten op grond van artikel 1019h Rv.

5.33. In de Nederlandse rechtspraak wordt op aangeven van partijen vaak gebruik gemaakt van de zogenaamde “problem-solution approach” (PSA) als hulpmiddel om vast te stellen wat het objectief technisch probleem is en de inventiviteit van een uitvinding te beoordelen. Daarbij wordt vastgesteld wat de technische effecten zijn van de verschillen tussen de kenmerken van de octrooiconclusie zoals verleend en de meest nabije stand van de techniek. Aan de hand van die technische effecten wordt het objectieve technische probleem vastgesteld, dus het probleem dat door de vakpersoon moet worden opgelost om de technische effecten te bereiken.

5.34. In een aantal recente uitspraken heeft de Court of Appeal van het Unified Patent Court (hierna: UPC CoA) een alternatief (zij het op punten vergelijkbaar met de PSA) hulpmiddel gehanteerd (hierna: de UPC CoA-benadering). Daarbij moet worden onderzocht wat de uitvinding toevoegt aan de stand van de techniek. Het gaat dan niet om een analyse van wat de individuele kenmerken van de claim toevoegen maar om de conclusie als geheel. Het onderliggende concept van de uitvinding, zoals dat blijkt uit de conclusie – in de context van de beschrijving en de tekeningen – dient daarbij in aanmerking te worden genomen. Dat onderliggende concept (de technische leer van het octrooi) moet zijn gebaseerd op het technisch effect dat met de uitvinding wordt bereikt, zoals dat zal worden begrepen door de vakpersoon.

5.35. Bij zowel de PSA, als de UPC CoA-benadering, moet vervolgens worden beoordeeld of de gemiddelde vakpersoon, in aanmerking genomen diens algemene vakkennis, op de prioriteitsdatum zonder uitvinderswerkzaamheid tot de oplossing volgens de octrooiconclusies zou komen.

5.40. De rechtbank zal hierna zowel de PSA als de UPC benadering toepassen om het objectieve technische probleem vast te stellen en de inventiviteit te beoordelen. Beide benaderingen leiden tot hetzelfde resultaat: het octrooi is inventief.

5.41. Indien de PSA wordt toegepast, dient het objectieve technische probleem te worden vastgesteld aan de hand van de verschilkenmerken tussen de conclusie en de meest nabije stand van de techniek. Volgens Giordano wordt de meest nabije stand van de techniek geopenbaard in Sklan, hetgeen door HatchTech niet is weersproken. Net als het Octrooi voorziet Sklan in het plaatsen van voedingstroggen in het broedkrat. Het verschilkenmerk is dan de toevoeging van de lichtbron in het Octrooi, dat als technisch effect heeft dat de in het broedkrat aanwezige kuikens meer eten gedurende de tweede broedfase (dag 19 tot en met 21). Het technisch probleem kan dan worden vastgesteld als: het verbeteren van early feeding in een broedkamer.

5.42. Voor het beoordelen van de inventiviteit komt het er dus op aan of het voor de vakpersoon, die zich zag geconfronteerd met de uitdaging om early feeding te verbeteren, voor de hand lag om een lichtbron toe te voegen.

5.71. Een octrooi verleent de houder ervan het recht te verhinderen dat een derde zonder zijn toestemming aan een ander dan degene die gerechtigd is de geoctrooieerde uitvinding te gebruiken, middelen die een wezenlijk bestanddeel van die uitvinding betreffen, voor de toepassing van die uitvinding op dat grondgebied, aanbiedt of levert, indien de derde weet of behoort te weten dat deze middelen geschikt en bestemd zijn voor toepassing van die uitvinding (artikel 54 lid 1 ROW).

5.72. Giordano heeft niet betwist dat het HCS+ krat moet worden aangemerkt als een wezenlijk bestanddeel. Evenmin heeft zij betwist dat zij wist, althans behoorde te weten dat de HCS+ geschikt en bestemd zijn voor toepassing van de uitvinding, terecht, nu zij in haar eigen advertenties wijst op het plaatsen van (LED)verlichting.

5.73. Het voert naar het oordeel van de rechtbank echter te ver om aan te nemen dat met de enkele verkoop van de HCS+ kratten – dus zonder de gewraakte mededelingen over verlichting – eveneens sprake is van indirecte inbreuk, zoals HatchTech betoogt. HatchTech heeft niet betwist dat de HCS+ kratten ook kunnen worden toegepast voor het vervoer van kuikens over de weg of voor early feeding zonder licht. Dat professionals in de pluimveesector er intussen van op de hoogte zijn dat het gebruik van een lichtbron nodig is voor early feeding, maakt nog niet dat de verkoper van een krat met voedingstroggen wordt geacht ervan op de hoogte te zijn dat de koper inbreuk gaat maken.