IEF 18363

Niet voorzien in oordeel van architect die andere inzichten over schuifpui kan brengen

Ktr. Rechtbank Utrecht 19 mei 2004, IEF 1863; ECLI:NL:RBUTR:2004:1844 (X tegen Vereniging van eigenaren). Verzoeker wil een schuifpui aanbrengen, de vereniging van eigenaren stemt niet in. De vve heeft er belang bij om inbreuken op het architectonische uiterlijk van het gebouw te voorkomen, terwijl de door verzoekers gewenste verandering zonder meer als een dergelijke inbreuk moet worden beschouwd. Aan het gebouw zijn niet eerder voorzieningen aangebracht waarvoor hetzelfde geldt. Verzoeker kan zich daarom niet op precedentwerking of het beginsel van gelijke behandeling  beroepen. Er is niet voorzien in een oordeel van een architect die andere inzichten kon brengen. Het verzoek van eiser wordt afgewezen.

1. Juist is het uitgangspunt van verzoekers dat artikel 5:121 BW is te beschouwen als een bijzondere uitwerking van het beginsel dat de verhouding tussen mede-eigenaars wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid. Juist is ook dat dit beginsel meebrengt dat de voor verzoekers vereiste toestemming van de vve om veranderingen in hun appartement aan te mogen brengen, niet zonder redelijke grond door de vve kan worden geweigerd. Juist is echter niet dat een en ander meebrengt dat de kantonrechter een open afweging zou kunnen maken tussen het belang van verzoekers bij het aanbrengen van de door hen gewenste verandering enerzijds en het belang van de vve om die verandering tegen te houden anderzijds. Met andere woorden: wordt de door de vve ter rechtvaardiging van haar weigering aangevoerde grond redelijk bevonden, dan moet het verzoek worden afgewezen ongeacht het gewicht van het belang van verzoekers bij de gewenste verandering.

2. Zoals de kantonrechter ter zitting reeds aan partijen te kennen heeft gegeven, neigde hij er naar aanleiding van hetgeen ter zitting is besproken toe, het verzoek af te wijzen. Grondslag van dat (voorlopige) oordeel was dat verzoekers er weliswaar uit een oogpunt van woongenot belang bij hebben om een winddichte schuifwand aan een zijde van hun terras aan te brengen, maar dat de vve er belang bij heeft om inbreuken op het architectonische uiterlijk van het gebouw te voorkomen, terwijl de door verzoekers gewenste verandering zonder meer als een dergelijke inbreuk moet worden beschouwd (wat onder andere het kennelijk van het ontwerp deel uitmakende "lijnenspel" doorbreekt). Gebleken is ook niet dat aan het gebouw eerder voorzieningen zijn aangebracht waarvoor hetzelfde geldt, zodat verzoekers zich niet op precedentwerking of het beginsel van gelijke behandeling kunnen beroepen. De vve had dus een redelijke grond voor haar weigering. In het voorlopig oordeel van de kantonrechter is uitsluitend door de inmiddels verstreken tijd geen verandering gekomen. Zoals ook reeds ter zitting te kennen gegeven bestond de kans dat de kantonrechter tot andere inzichten zou komen in het geval dat verzoekers zich zouden voorzien van het oordeel van de architect van het gebouw, althans van een ter zake kundige architect, over de veronderstelde inbreuk op de architectuur, eventueel onder indiening van een aanvulling of wijziging van het verzoek houdende -bijvoorbeeld- een ontwerp van een schuifpui meer in overeenstemming me het ontwerp van het gebouw. Nu verzoekers van de gelegenheid die hun daarvoor is geboden geen gebruik hebben gemaakt, dient het verzoek te worden afgewezen.