IEF 18475

Niet alle tarievenlijsten van De Persgroep ingebracht

Rechtbank Amsterdam 17 mei 2019, IEF 18475; ECLI:NL:RBAMS:2019:3566 (Journaliste tegen De Persgroep) en ECLI:NL:RBAMS:2019:3565 (Journalist tegen De Persgroep) Tussenvonnis. Eiseres is freelance journaliste. De Persgroep is uitgever, onder meer van regionale kranten als de Twentsche Courant Tubantia. Eiseres kreeg betaald volgens het basistarief voor regionale bijdragen, per woord € 0,13. Of dit billijk is, moet bekeken worden aan de hand van alle omstandigheden van het geval, zoals aard en omvang van de overgedragen exploitatiebevoegdheid, marktverhoudingen (de onderhandelingspositie van de maker) en exploitatierisico’s. Voorts is van belang wat in de branche gebruikelijk is. Niet alle relevante gegevens zijn in het geding gebracht, waaronder meerdere tarievenlijsten. Partijen moeten dat alsnog doen.

Billijke vergoeding

9. Gezien het feitencomplex waarop [eiseres] zich beroept komt alleen artikel 25c Auteurswet in aanmerking. Artikel 25d Auteurswet ziet kort gezegd immers op de situatie waarin de opbrengst van het werk – in dit geval dus een artikel – in ernstige mate onevenredig is met hetgeen voor het werk is betaald. Daarbij heeft de wetgever het oog gehad op de situatie waarin een werk vele malen meer opbrengt dan gebruikelijk – het wetsartikel wordt ook wel de bestsellerbepaling genoemd. Dat een dergelijke situatie zich hier voordoet is gesteld noch gebleken.

11. In de dagvaarding heeft [eiseres] er met name op gewezen dat zij met de ontvangen vergoeding een uurtarief realiseert waar zij niet van kan leven. Zij komt op een uurtarief van € 14,00 bruto exclusief BTW en dat staat in geen verhouding tot wat een journalist in loondienst volgens de toepasselijke CAO verdient. Bovendien is De Persgroep gezien haar bedrijfsresultaat zeer wel in staat een hogere vergoeding te betalen, aldus [eiseres] .

12. De Persgroep heeft aangevoerd dat niet relevant is wat [eiseres] per uur verdient, nu een vergoeding per woord (of eigenlijk per letter) is overeengekomen. Daarmee miskent De Persgroep dat de vraag of de overeengekomen vergoeding billijk is beantwoord moet worden aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan de aard en omvang van de overgedragen exploitatiebevoegdheid, de marktverhoudingen (de onderhandelingspositie van de maker) en de exploitatierisico’s. Voorts is van belang wat in de branche gebruikelijk is (dit alles komt terug in Kamerstukken II 2012/2013, 33308, nota naar aanleiding van het verslag). Wat een journalist per uur overhoudt op basis van de vergoeding per woord, is dan wel degelijk een relevant gezichtspunt. Eveneens relevant is hoe die vergoeding in verhouding staat tot wat een journalist in loondienst per uur verdient. Anders dan [eiseres] heeft bepleit is de verdienste van een journalist in loondienst echter niet maatgevend voor wat een billijke vergoeding is; het is één van de relevante gezichtspunten. De Persgroep heeft op dit punt inhoudelijk nog aangevoerd dat een regionale verslaggever in loondienst gemiddeld 165 woorden per uur produceert. Dat zou op basis van het voor [eiseres] gehanteerde tarief een bedrag van € 21,45 per uur opleveren.

13. Ander – zeker zo belangrijk – gezichtspunt is welke vergoedingen (andere) freelance journalisten bij De Persgroep en elders (in het bijzonder bij andere uitgevers) voor hun werk krijgen, nu en in het verleden. Op dit punt is pas ter zitting meer concreet stelling ingenomen. Zo heeft [eiseres] gesteld dat zij aanvankelijk een vast tarief ontving van
€ 55,00 per artikel, welk bedrag nooit is verhoogd. Ook heeft zij aangevoerd dat Mediahuis en Noordelijke Dagblad Combinatie hogere tarieven hanteren, waar ook tarieflijsten van beschikbaar zijn. Die zijn echter niet in het geding gebracht.

14. Anderzijds heeft De Persgroep aangevoerd dat zij voor regionale bijdragen verschillende tarieven hanteert van 13, 16, 18 en 21 cent per woord. Ook hierover is echter geen nadere informatie in het geding gebracht.

16. De Persgroep heeft ook nog het landelijke basistarief van de Volkskrant genoemd. Dit tarief van € 0,43 per woord is door [eiseres] niet weersproken zodat op dit punt geen nadere stukken verstrekt hoeven worden.

17. Tenslotte is nog een relevant gezichtspunt wat de exploitatiewaarde van het werk is. Daarbij is relevant dat de Twentsche Courant Tubantia met al haar edities een oplage heeft van (door de week) 80.000 stuks, terwijl het bij landelijke dagbladen om honderdduizenden lezers gaat, zo heeft De Persgroep onbetwist aangevoerd. De totale netto winst van De Persgroep als geheel acht de kantonrechter geen relevant gezichtspunt. Het exploitatieresultaat en de exploitatierisico’s van de Twentsche Courant Tubantia zijn wel relevant, nu daarin onder meer de bijdragen van ingeschakelde freelance journalisten verwerkt moeten zijn. Van dat resultaat had De Persgroep ter zitting echter geen cijfers beschikbaar. Wel heeft zij onbetwist gesteld dat in verband met het oplageverschil de exploitatiewaarde voor een regionaal dagblad lager is dan voor een landelijk dagblad.

Afbeelding: StartupStockPhotos via Pixabay