IEF 19203

Nederlands deel van octrooien nietig vanwege toegevoegde materie

Rechtbank Den Haag 13 mei 2020, IEF 19203; ECLI:NL:RBDHA:2020:4264 (DTS tegen Samsung) DTS legt zich – onder meer – toe op het technisch en commercieel exploiteren van de intellectuele eigendomsrechten die zij overgedragen heeft gekregen van Ward Participations bv. Samsung c.s. is actief op het gebied van computers, software, elektronische en telecommunicatieapparatuur. DTS is houdster van Europees octrooi EP 099 en EP 140. DTS stelt dat Samsung inbreuk maakt op EP 099 en EP 140 in Nederland en de overige gedesigneerde landen. Er wordt geoordeeld dat het Nederlandse deel van de octrooien nietig is vanwege de toegevoegde materie. Er is dus geen inbreuk gemaakt en daardoor hoeft Samsung geen producten van de Nederlandse markt te halen. De procedure wordt geschorst in afwachting van het oordeel over nietigheid van bevoegde rechters over de buitenlandse delen.

5.46. De door DTS aangevoerde argumenten tegen het toegevoegde materie-bezwaar van Samsung c.s. betreffende EP 140 zijn dezelfde als die zij te berde heeft gebracht in reactie op het toegevoegde materie-bezwaar van Samsung c.s. inzake EP 099. Deze argumenten zijn in het kader van de beoordeling van de geldigheid van EP 099 al besproken en verworpen.

5.47. Wat betreft de onafhankelijke conclusies van EP 140 moet de conclusie dus zijn dat ook deze toegevoegde materie bevatten omdat daarin geen recht wordt gedaan aan de uit de oorspronkelijk ingediende aanvrage voortvloeiende noodzakelijke aanwezigheid en functie van het BIOS van het elektronische apparaat. Die onafhankelijke conclusies zijn dus nietig.

5.48. Net als voor EP 099 geldt ook voor EP 140 dat alle andere conclusies (2 tot en met 22 en 25) afhankelijk zijn van één van de onafhankelijke conclusies. Zij zijn daarom nietig op dezelfde grond. De reconventionele vordering van Samsung c.s. strekkende tot vernietiging van het Nederlandse deel van EP 140, is derhalve toewijsbaar.

5.49. DTS kan zich in conventie, gelet op het oordeel in reconventie, niet beroepen op inbreuk door Samsung c.s. op het Nederlandse deel van EP 140. In zoverre liggen de vorderingen van DTS voor afwijzing gereed. Voor zover de vorderingen van DTS zijn gebaseerd op inbreuk door Samsung c.s. op de buitenlandse delen van EP 140 (zie 2.3) geldt dat het verweer van Samsung c.s. dat er geen sprake is van inbreuk op een geldig octrooi, dezelfde grondslagen heeft. Gelet op het bepaalde in artikel 24 lid 4 Brussel I bis-Vo, is de rechtbank niet bevoegd de nietigheidsverweren van Samsung c.s. voor de buitenlandse delen van EP 140 te beoordelen. DTS heeft ter zitting verzocht de procedure in conventie ten aanzien van de inbreuk op de buitenlandse delen van EP 140 te schorsen totdat vaststaat of die delen al dan niet geldig zijn. De rechtbank honoreert dat verzoek. Gelet op het oordeel over het Nederlandse deel van EP 140 en de lopende oppositieprocedure tegen EP 140 ziet de rechtbank geen reden nu alvast, voor alsdan, te beoordelen of de producten van Samsung c.s. inbreuk zouden maken op een buitenlands deel van EP 140 (in de huidige redactie), noch om in te gaan op de door Samsung c.s. opgeworpen overige verweren tegen de vorderingen.

5.50. Nu voor de beoordeling van de gestelde octrooi-inbreuk op buitenlandse delen van EP 099 en EP 140 het oordeel van de ter zake bevoegde rechters van de in 2.3 opgesomde gedesigneerde landen over de geldigheid van die delen afgewacht moet worden, zal de rechtbank iedere verdere beslissing in beide zaken aanhouden en beide procedures schorsen. De meest gerede partij kan een of beide zaken op de continuatierol opbrengen voor akte uitlaten voortprocederen zodra een of meer definitieve beslissingen van bevoegde buitenlandse rechters over de nietigheidsbezwaren van Samsung c.s. tegen EP 099 en/of EP 140 bekend zijn, of zodra vast staat dat DTS de octrooien in de gedesigneerde landen niet langer verdedigt of Samsung c.s. de geldigheid daarvan niet langer betwist.