IEF 20106

Nader bewijs voor gemeenschappelijk auteursrecht nodig

Vzr. Rechtbank Amsterdam 20 juli 2021, IEF 20106; C/13/702451 (Search tegen BPD en Stijlgroep) Kort geding. Gemeenschappelijk auteursrecht in de zin van art. 26 Aw. Search Architecten en haar directeur zeggen (mede-)auteursrechthebbende te zijn op het ontwerp van het woongebied Vlietvoorde waarvan de Gemeente de bouwrechten heeft verstrekt aan projectontwikkelaar BPD (gedaagde). Intervenient aan de kant van de gedaagde projectontwikkelaar is Stijlgroep, een stedenbouwkundig- en landschapsarchitect, die stelt dat zij het Masterplan Vlietvoorde heeft ontwikkeld en dat zij uit dien hoofde over de daarop rustende auteursrechten beschikt. De voorzieningenrechter oordeelt dat de elementen die volgens eiseressen haar creatieve invulling van het ontwerpplan behelzen, reeds bestonden in het eerste ontwerp van Stijlgroep. Hoewel Search mogelijk invulling heeft gegeven aan het definitieve ontwerp, is in dit kort geding niet voldoende gebleken van feiten die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat (de invulling van) die elementen hebben geleid tot een gemeenschappelijk werk en dat beoordeling daarvan alleen kan geschieden in een bodemzaak, waar ruimte is voor nadere bewijslevering.

4.8. Zoals hiervoor onder 4.5 overwogen is het Visiedocument van 21 september 2017 opgesteld door alleen Stijigroep. SeARCR  heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar bemoeienis in de fase na de gunning (de fase waarin het bestemmingsplan is aangepast en het Beeldkwaliteitsplan is opgesteld) kan bijdragen aan het oordeel dat sprake is van een gemeenschappelijk auteursrecht. Er is in die fase, aldus de verklaring van SeARCH ter zitting, wel contact geweest, maar wat dat contact precies inhield heeft zij niet aangetoond. Met betrekking tot de ‘tussenfase’ (de fase waarin Planboek 1 en Planboek  2 zijn opgesteld) geldt het volgende. Dat SeARCH in die fase (iets) meer heeft gedaan dan alleen het ontwerpen van een aantal woningtypes lijkt voorshands wel aannemelijk. Er was immers sprake van een ontwerpcollectief waarbij het voor de hand ligt dat iedere deelnemer tot op zekere hoogte invloed heeft op ieder onderwerp. SeARCH heeft echter — tegen de achtergrond van het gemotiveerde verweer van BPD en Stijlgroep — niet aannemelijk weten te maken dat haar invloed heeft geleid tot een gemeenschappelijk auteursrecht. SeARCH heeft in dit kader weliswaar veel gesteld, maar zij heeft nagelaten haar stellingen afdoende te onderbouwen met stukken. De stukken die zij in het geding heeft gebracht betreffen veelal (ongedateerde) ontwerpen en tekeningen waarvan in kort geding niet gemakkelijk kan worden vastgesteld in hoeverre die voortborduren op eerdere ontwerpen en tekeningen en wat dan de creatieve inbreng van SeARCH, en die van de andere partijen van het ontwerperscollectief, is geweest. Zo stelt SeARCH dat zij creatieve keuzes heeft gemaakt, onder meer door het ontwikkelen van drie verschillende woonmilieus (Bos, Kreek en Plas), door te kiezen voor sociale duurzaamheid en door ervoor te kiezen al het parkeren ‘uit het zicht’ te ontwerpen. Die keuzes komen echter ook al voor in het eerste Visiedocument, waarbij SeARCH nog geen enkele betrokkenheid had. Evenmin kan worden uitgesloten dat een aantal wijzigingen in het ontwerp is voortgekomen uit wensen (eisen) van de gemeente, zoals het parkeren uit het zicht, en dus niet uit creatieve keuzes van het ontwerpcollectief. Daarbij komt dat de indruk is ontstaan dat SeARCH zichzelf in deze fase een grotere rol lijkt te hebben toebedeeld dan zij in werkelijk had. Dit blijkt onder meer uit de website van SeARCH en het Instagram account van na de gunning begin juli 2018,
waarop wordt vermeld “onder leiding van architectenbureau SeARCH”, respectievelijk “SeARCH is the leading architect”. Weliswaar zijn deze vermeldingen op eerste verzoek van Stijlgroep verwijderd, maar ze zijn wel eerst bewust door SeARCH zelf geplaatst. Al met al is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vraag of sprake is van een gemeenschappelijk  auteursrecht alleen in een bodemprocedure kan worden beantwoord, waarin — anders dan in een kort geding — een nader onderzoek naar de feiten kan worden verricht. Dit leidt tot afwijzing in dit kort geding van de vorderingen die zijn gestoeld op het (gemeenschappelijk) auteursrecht. Voor zover de vorderingen zijn gestoeld op de persoonlijkheidsrechten van volgen zij dit lot.