IEF 18493

Mobiele inklapbare sanitaire inrichting is niet inventief

Hof Den Haag 28 mei 2019, IEF 18493; ECLI:NL:GHDHA:2019:1182 (MSS tegen TWT) Octrooi. Kort geding. De MSS-groep houdt zich bezig met het leveren van mobiele sanitaire oplossingen voor (grote) evenementen. MSS is houdster van het Europese octrooi EP 2 780 515 met als titel “Mobile sanitary unit for accommodating at least three sanitary facilities”. De vorderingen van MSS in eerste aanleg strekten samengevat tot een verbod aan TWT om inbreuk te maken op de conclusies 1 t/m 3 en 5 t/m 15 van EP 515 (in alle landen waarin dit octrooi van kracht is), een recall, rectificaties, en overlegging van diverse gegevens betreffende ontwerp, productie en exploitatie van de volgens MSS inbreukmakende inrichting van TWT. De voorzieningenrechter wees de vorderingen af [IEF 16998]. Het verweer van TWT houdt onder meer in dat het octrooi nietig is wegens gebrek aan inventiviteit. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis. Er bestaat een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat het octrooi in (een) bodemprocedure(s) nietig zal worden geoordeeld. De gevraagde voorzieningen, die alle strekken tot handhaving van het octrooi, zijn om die reden niet toewijsbaar. Voor nadere bewijslevering is in het kader van dit kort geding geen plaats.

4.12.
Uit het voorgaande volgt dat naar het oordeel van het hof alle maatregelen die nodig zijn om, uitgaande van de bestaande inrichting en met toepassing van het in DE 263 geopenbaarde verkleiningsmechanisme, tot het octrooi te komen, op grond van zijn algemene vakkennis binnen het bereik van de vakman liggen. De omstandigheid dat meerdere maatregelen nodig zijn verleent als zodanig geen inventiviteit; het gaat er slechts om of de maatregelen/stappen ieder voor zich wel of niet inventief zijn.

4.15.
De (combinaties van) onderconclusies waarop de hulpverzoeken van MSS zien zijn naar het voorshands oordeel van het hof evenzeer nietig wegens gebrek aan inventiviteit. Samengevat gaat het om de aanvullende kenmerken dat de achterwand als vouwwand fungeert (conclusie 6), dat één van de wanden (niet de vouwwand) uit twee losneembare en aan elkaar koppelbare elementen bestaat (conclusie 9), dat tussenwanden (conclusie 10) en deuren (conclusie 11) losneembaar en opneembaar in de constructie in samengevouwen toestand zijn, dat de constructie een koppelmiddel bevat voor zekering bij opname erin van losneembare elementen in samengevouwen toestand (conclusie 12), die elementen eventueel ook voorzien van een samenwerkend koppelmiddel (conclusie 13), en tot slot dat twee of drie inrichtingen in samengevouwen toestand op elkaar worden gestapeld (conclusies 14 en 15). Ook al openbaart DE 263 deze kenmerken niet als zodanig, MSS noch de beschrijving van het octrooi benoemt specifieke inventieve maatregelen die nodig zijn om de hier bedoelde kenmerken te realiseren, of licht toe waarin de inventiviteit van het samenbrengen van de op zichzelf niet-inventieve kenmerken zou zijn gelegen. Naar het oordeel van het hof zou de vakman hiertoe dan ook komen, met behulp van zijn algemene vakkennis. Tegen deze achtergrond behoeft het verweer van TWT dat hulpverzoek 9 in strijd met de tweeconclusieregel is voorgedragen, geen bespreking.