Gepubliceerd op donderdag 29 januari 2026
IEF 23248
Rechtbank Amsterdam ||
21 jan 2026
Rechtbank Amsterdam 21 jan 2026, IEF 23248; ECLI:NL:RBAMS:2026:293 ([eiseres] c.s. tegen [gedaagde 1] c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/merkinbreuk-door-verkoop-van-bylima-sjaals-buiten-de-privesfeer

Merkinbreuk door verkoop van ByLima-sjaals buiten de privésfeer

Rb. Amsterdam 21 januari 2026, IEF 23248; ECLI:NL:RBAMS:2026:293 ([eiseres] c.s. tegen [gedaagde 1] c.s.). De rechtbank oordeelt dat twee particulieren inbreuk hebben gemaakt op de Benelux-beeldmerken van ByLima door sjaals met een identiek teken ter verkoop aan te bieden. Op basis van videobeelden van een ontmoeting met pseudokopers staat vast dat op 28 mei 2024 meerdere nieuwe, in cellofaan verpakte sjaals werden aangeboden tegen prijzen die aanzienlijk lager lagen dan de reguliere winkelprijzen, met mededelingen over beschikbare voorraad, kortingen bij afname van meerdere stuks en snelle levering. Dit gedrag kwalificeert als gebruik van het merk in het economisch verkeer in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub a BVIE en valt niet binnen de particuliere sfeer. Voor het aannemen van merkinbreuk is niet vereist dat vaststaat dat het om namaakproducten gaat; het aanbieden van dezelfde waren onder een gelijk teken is voldoende. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat sprake is van merkinbreuk en onrechtmatig handelen.

Het beroep van gedaagden op uitputting van het merkrecht (art. 2.23 lid 3 BVIE) wordt verworpen, omdat zij onvoldoende hebben onderbouwd dat de aangeboden sjaals door of met toestemming van ByLima in de EU in het verkeer zijn gebracht. Overgelegde verklaringen en enkele aankoopbonnen verklaren de aangetroffen hoeveelheid en verkoopwijze niet, temeer nu de sjaals ongebruikt en verpakt werden aangeboden tegen lage prijzen. De rechtbank wijst een opgaveverplichting toe om de omvang van de schade vast te stellen, verwijst de schade naar een schadestaatprocedure en legt een dwangsom op om naleving af te dwingen. De vordering tot winstafdracht en tot vernietiging van de in beslag genomen sjaals wordt afgewezen, omdat respectievelijk de winst nog niet vaststaat en niet is bewezen dat de in beslag genomen sjaals namaak zijn. Het conservatoir beslag blijft in stand en gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.

geen sprake van uitputting van de merkrechten

5.8.

In de tweede plaats beroepen [gedaagde 1] c.s. zich op uitputting van de merkrechten van [eiseres] c.s. als bedoeld in artikel 2.23 lid 3 BVIE.

5.9.

Het uitgangspunt is dat [gedaagde 1] c.s. dan dienen te onderbouwen en zo nodig te bewijzen dat de door hun aangeboden sjaals door of met toestemming van [eiseres] c.s. op de markt zijn gebracht in Europa.

5.10.

[gedaagde 1] c.s. hebben betoogd dat er in het licht van de redelijkheid en billijkheid een verzwaarde stelplicht op [eiseres] c.s. rust dan wel dat een uitzondering moet worden gemaakt op de bewijslastverdeling. Dit betoog wordt verworpen. Toepassing van deze uitzondering kan slechts met terughoudendheid en onder bijzondere omstandigheden geschieden.4 Dergelijke bijzondere omstandigheden doen zich in dit geval niet voor. [gedaagde 1] c.s. hebben in dit verband aangevoerd dat [eiseres] c.s. niet hebben onderbouwd om welk modeltype ByLima sjaal het gaat en in welke hoeveelheid. Dit betoog slaagt niet. Het gaat immers om de sjaals die [gedaagde 1] c.s. op 28 mei 2024 ter verkoop hebben aangeboden. Het is aan [gedaagde 1] c.s. om te onderbouwen dat deze sjaals door of met toestemming van [eiseres] c.s. in Europa op de markt zijn gebracht.

5.11.

Ter onderbouwing van hun beroep op uitputting hebben [gedaagde 1] c.s. aangevoerd dat een deel van de sjaals door [gedaagde 2] zijn verkregen als dank voor zijn werkzaamheden en een ander deel door hem als particulier is gekocht bij de Bijenkorf en in de winkel van ByLima. Ter onderbouwing heeft hij een verklaring van de ex-man van [eiseres] in het geding gebracht en vier aankoopbonnen.

5.12.

De overgelegde verklaring van de ex-man van [eiseres] is onvoldoende als enige onderbouwing van zijn stelling dat hij verschillende sjaals zou hebben gekregen, mede nu [eiseres] met hem in een persoonlijk conflict verwikkeld is geraakt (zo blijkt ook uit de verklaring). Bovendien blijkt uit deze verklaring niet wanneer [gedaagde 2] deze sjaals zou hebben gekregen en hoeveel sjaals dit dan betrof. Ook lijkt deze herkomst niet voor de hand te liggen, nu de sjaals op 28 mei 2024 ongebruikt en in cellofaan verpakt te koop werden aangeboden. Dat [gedaagde 2] een ander deel van de sjaals zou hebben gekocht in een Bijenkorf winkel (waarvan één aankoopbon van in totaal twee sjaals is overgelegd) en in een ByLima winkel (waarvan drie aankoopbonnen van in totaal vijf sjaals zijn overgelegd) is ter onderbouwing van het uitputtingsverweer ook onvoldoende. Het verhoudt zich niet tot datgeen wat op de video’s is te horen en de hoeveelheid sjaals die zijn te zien (zie 5.6). Bovendien ontbreekt iedere toelichting waarom [gedaagde 2] eind 2023 en begin 2024 voor € 129,95 respectievelijk € 199,95 nieuwe sjaals zou kopen bij de Bijenkorf en in de ByLima winkel, om deze een aantal maanden later, in cellofaan verpakt, voor € 75,00 of € 85,00 aan te bieden.