IEF 16514

Links naar onderzoeken vermeende misstanden Blijf-huizen en reacties niet onrechtmatig

Vzr. Rechtbank Den Haag 12 januari 2017, IEF 16514; ECLI:NL:RBDHA:2017:254 (Stichting Blijf Groep tegen Stichting Femmes for Freedom) Geen onrechtmatige publicaties. Blijf Groep is een stichting die hulp en opvang biedt aan slachtoffers en betrokkenen van huiselijk geweld. FFF streeft huwelijkse gelijkheid tussen en mannen en vrouwen na en zet zich in dat verband in voor vrouwen die te maken hebben met geweld door hun partner of familie. FFF verwijst vrouwen door naar opvanglocatie. Over de Blijf Groep zijn er klachten. Op de FFF-website is gelinkt naar de onderzoeken naar de (vermeende) misstanden en publicaties in diverse media. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen van FFF jegens Blijf Groep. Het recht van FFF op vrije meningsuiting prevaleert in dit geval boven het door Blijf Groep ingeroepen recht op bescherming van haar eer en goede naam. Vordering afgewezen.

 4.4.1. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het plaatsen van de onder 4.4. bedoelde links naar artikelen van derden niet onrechtmatig. Daarvoor is allereerst van belang dat FFF, mede gelet op hetgeen onder 4.3.1, 4.3.2. en 4.3.3. ten aanzien van de aanleiding voor het schrijven van die artikelen is overwogen, niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor hetgeen derden over de vermeende misstanden bij Blijf Groep in de diverse media hebben geschreven. Indien Blijf Groep van mening is dat deze derden zich jegens haar onrechtmatig hebben uitgelaten en dat om die reden een rectificatie aan de orde is, dient zij in dat verband haar juridische pijlen te richten op deze derden. Het aan de bezoekers van haar website bij wijze van ‘zaaksdossier’ aanbieden van een linkbibliotheek naar de desbetreffende artikelen van derden kan, uitgaande van de thans in dit geding niet ter beoordeling staande rechtmatigheid van de inhoud van deze artikelen, niet als onrechtmatig jegens Blijf Groep worden gekwalificeerd. Daar komt bij dat de bewuste artikelen dateren uit 2015, derhalve van vóór het door BING verrichte onderzoek en aldus betrekking hebben op een periode waarin nog slechts kon worden beschikt over de door de diverse (ex-)bewoonsters van de bewuste opvanglocatie via FFF gedane meldingen over misstanden in die opvanglocatie. Blijf Groep doet hiervan aan de bezoekers van haar website ook blijken door het opnemen van de publicatiedatum van de diverse artikelen in de door opgenomen links naar de bewuste artikelen. Overigens constateert de voorzieningenrechter dat de stroom aan negatieve berichten van derden in de media over de opvanglocatie IJmond inmiddels lijkt te zijn geluwd, getuige het zeer beperkte aantal artikelen dat recentelijk nog is verschenen. Mede gelet hierop heeft Blijf Groep onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij door het in stand houden van de bewuste linkbibliotheek op de website van FFF thans op onrechtmatige wijze in haar belangen wordt geschaad.

4.4.2. Datzelfde geldt voor de twee onder 4.4. genoemde artikelen op de website van FFF.

4.4.2.1 Voor wat betreft de reactie op het onderzoekrapport is van belang dat het FFF, gelet op haar rol als voorvechtster van de rechten van kwetsbare vrouwen, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, vrij staat om zich in het maatschappelijk debat kritisch uit te laten over de deugdelijkheid en de uitkomsten van de inmiddels door BING en (daaraan voorafgaand door) mevrouw [A] uitgevoerde onderzoeken naar de vermeende misstanden in de opvanglocatie IJmond. Dit is te meer het geval nu het debat over de uitkomsten van met name het eerstgenoemde onderzoeksrapport nog in volle omvang (in de gemeenteraad van de gemeente Haarlem) moet worden gevoerd en om die reden in ieder geval thans niet – zoals Blijf Groep in feite betoogt – onomstotelijk vaststaat dat in de onderzoeksresultaten voor de vermeende misstanden geen feitelijke onderbouwing kan worden gevonden. Deze door Blijf Groep voorgestane conclusie lijkt overigens op voorhand ook niet geheel door het onderzoeksrapport van BING te worden gedragen, getuige onder meer hetgeen BING met betrekking tot de hygiëne in de opvanglocatie IJmond en de financiële situatie van de bewoners in deze locatie heeft geconstateerd. Overigens heeft FFF van haar hiervoor bedoelde toekomende recht tot op heden slechts beperkt gebruik gemaakt, getuige de beperkte berichtgeving die zij ter zake op een overigens niet prominent zichtbare plaats op haar website heeft geplaatst, zodat ook op dit punt niet valt in te zien dat Blijf Groep hierdoor thans op onrechtmatige wijze in haar belangen wordt geschaad. Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat het Blijf Groep uiteraard vrijstaat om – zoals zij inmiddels ook heeft gedaan – via haar eigen website dan wel via lokale/regionale/landelijke media eveneens de publiciteit te zoeken en op die manier haar standpunt ten aanzien van de vermeende misstanden in bedoeld maatschappelijk debat voor het voetlicht te brengen.

4.4.4.2 Ten aanzien van de door FFF op 23 september 2016 gepubliceerde reactie op de misstanden in de Blijf Groep wordt het volgende overwogen. Gelet op haar doelstelling en de rol die FFF vervult in het maatschappelijk debat ten aanzien van de kwaliteit van de vrouwenopvang in Nederland, staat het FFF vrij om op haar website een reactie op de vermeende misstanden te plaatsen. Op het moment dat deze reactie werd geplaatst was het onderzoek door BING nog niet afgerond, zodat FFF zich bij het schrijven van haar reactie slechts kon baseren op de haar ter ore gekomen verklaringen van (ex-)bewoonsters. In het artikel heeft FFF ook duidelijk verwoord dat zij zich voor het grootste deel baseert op de verhalen van de (ex-)bewoonsters, zodat dat voor de lezers duidelijk moet zijn.

4.5. Nog daargelaten dat wellicht – zoals FFF ten verwere eveneens heeft betoogd – mede bezien in het licht van al het voorgaande de nodige vraagtekens kunnen worden geplaatst bij het in dit geding vereiste spoedeisend belang van Blijf Groep, volgt uit het voorgaande reeds dat het door Blijf Groep gevorderde thans niet toewijsbaar is.