IEF 16328

Lijmloos en nadenvrij laminaatvloersysteem niet inventief

 EP 1 026 341

Rechtbank Den Haag 19 oktober 2016, IEF 16328; ECLI:NL:RBDHA:2016:12523 (I4F tegen Unilin) Octrooirecht. Zie eerder IEF 15464. Het octrooi EP 1 026 341 op systeem om laminaatvloeren lijmloos te leggen en nadenvrij te houden is niet inventief. De vakman, die weliswaar een conservatieve basishouding heeft, is altijd gemotiveerd om een oplossing te zoeken voor het objectieve technische probleem. De vakman komt zonder inventieve arbeid tot de oplossing, namelijk het toepassen van deze oplossing in de hem reeds bekende koppeling uit de Batibouw-documenten, ofwel op basis van zijn algemene vakkennis of na raadpleging van US 442. Vordering van I4F om het NL deel EP 341 te vernietigen wordt toegewezen evenals de verklaring voor recht van niet-inbreuk van de buitenlandse delen van EP 341.

- zou de vakman tot de uitvinding komen?
4.19. Naar het oordeel van de rechtbank zou de vakman die zich gesteld ziet voor het zojuist geformuleerde probleem op de relevante (tweede) prioriteitsdatum zonder inventieve denkarbeid (‘would’ ) komen tot een elastisch buigbare onderste lip van de groef van het ene vloerpaneel die in verbonden toestand tenminste gedeeltelijk verbogen is en op deze manier blijvende spankracht verschaft. De rechtbank licht dit toe.

4.20. Uit de Batibouw-documenten volgt, zoals hiervoor omschreven, dat de koppeling tussen de vloerpanelen tot stand wordt gebracht door met de tand van het ene vloerpaneel druk uit te oefenen op de groef van het andere vloerpaneel en dat de elastische onderste lip van de groef daardoor uitbuigt totdat de tand in de groef klikt. De vakman zal begrijpen dat het automatisch dichttrekken van naden bij het koppelen van de vloerpanelen, zoals die wordt geopenbaard in de Batibouw-documenten, het gevolg is van een spankracht tussen de in elkaar grijpende tand en groef. In de Batibouw-brochure (2.16, citaat boven de plaatjes) wordt het volledig dichttrekken van de naden uitdrukkelijk aan de elastische lip toegeschreven. Hij zal zich zonder inventieve denkarbeid op grond van zijn algemene vakkennis realiseren dat, indien er toch nog naden na het leggen overblijven, hij die elastische spankracht die door de onderste lip wordt opgewekt, blijvend moet maken. De stap om dan te zorgen voor een blijvend uitgebogen onderste lip van de groef is naar het oordeel van de rechtbank voor de hand liggend. Unilin heeft overigens niet aangevoerd dat de uitvinding is gelegen in het onderkennen van het probleem van na het leggen ontstane naden. Evenmin heeft Unilin bijvoorbeeld andere wegen die de vakman had kunnen inslaan ter oplossing van het probleem toegelicht. Dat een dergelijke oplossing door de vakman zou worden afgedaan als onacceptabel omdat dan de “koppeling tijdens gebruik open zou staan, en de onderzijde van het paneel zou verstoren” (pleitnota 11.3 Unilin) is door Unilin onvoldoende onderbouwd, indachtig voorts dat deze panelen gebruikelijk op een zachte ondergrond gelegd worden die de uitbuiging zal absorberen. Dat dit laatste algemene vakkennis is, volgt al uit het octrooi waar dit met zoveel woorden staat in paragraaf [0092] van de beschrijving (zie 2.9).

4.21. Als de vakman al niet op grond van zijn algemene vakkennis zelf zou komen tot genoemde oplossing van het probleem, dan zou hij in de stand van de techniek op zoek gaan naar een oplossing. De vakman, die weliswaar een conservatieve basishouding heeft, is namelijk altijd gemotiveerd om een oplossing te zoeken voor het objectieve technische probleem.

4.34. De primair gevorderde verklaring voor recht is ook voor wat betreft de buitenlandse delen van EP 341 niet toewijsbaar. De vordering ziet op de Click4U-technologie van I4F. I4F heeft afbeeldingen overgelegd van koppelingen volgens die technologie. Unilin heeft terecht betwist dat op basis van die afbeeldingen kan worden vastgesteld dat geen blijvende spankracht wordt uitgeoefend door de elastische onderste lip van de groef conform maatregel (f) van EP 341. Op die grond dient de primaire vordering ook wat betreft de buitenlandse delen van EP 341 te worden afgewezen.

4.35. Voor wat betreft de buitenlandse delen van EP 341 is de subsidiair gevorderde verklaring voor recht van niet-inbreuk ten aanzien van de Click4U-technologie die maatregel (f) van EP 341 niet bevat, wel toewijsbaar. Unilin heeft niet toegelicht dat – naar het toepasselijk buitenlandse recht – in dat geval geen sprake zal zijn van inbreuk. I4F heeft belang bij de toewijzing van die verklaring omdat Unilin ook ter zitting niet heeft willen bevestigen dat in dat geval geen sprake is van inbreuk op haar octrooi.