IEF 20132

Letters „Ø” en „ϕ” te overeenstemmend om als beeldmerk ingeschreven te kunnen worden

Gerecht EU 14 juli 2021, IEF 20132, IEFbe 3261; ECLI:EU:T:2021:442 (Cole Haan tegen Samsøe & Samsøe)  Cole Haan heeft inschrijving van een beeldmerk aangevraagd (links). Samsøe is van mening dat deze erg lijkt op haar eigen, oudere beeldmerk (rechts). Beide beeldmerken zijn bedoeld voor onder andere kleding en schoenen. De inschrijving door Cole Haan is in eerste instantie door het EUIPO geweigerd. Cole Haan vordert in deze zaak vernietiging van die beslissing en wil het merk kunnen inschrijven. Hiertoe heeft Cole Haan verschillende betekenissen van de letter „Ø” als argument aangevoerd. Het Gerecht verwerpt het beroep van Cole Haan en oordeelt dat het beeldmerk niet kan worden ingeschreven. Het relevante publiek zal het beeldmerk niet opvatten als een Deense letter, een wiskundig symbool of als een aanduiding van de diameter van een voorwerp. Nu het beeldmerk niet op deze wijze kan worden opgevat, stemmen de teken in te hoge mate overeen. 

50. Vastgesteld zij dat verzoekster geen elementen heeft overgelegd waaruit kan blijken dat het Franstalige publiek dat geen Deens, Bulgaars of Grieks kent, enerzijds het aangevraagde merk zou herkennen als een weergave van een in het Deens gebruikte letter, en anderzijds het oudere merk zou opvatten als een weergave van een in het Grieks en het Bulgaars gebruikte letter. Dienaangaande kan alleen op basis van de schrijfwijze van interveniëntes naam en van het gebruik van deze naam als handelsnaam voor een winkel in Frankrijk, niet worden vastgesteld dat de letter „Ø” wordt begrepen zoals verzoekster stelt. Overigens zij vastgesteld dat – zoals het EUIPO terecht opmerkt – de bewering over dit gebruik wordt gestaafd door een screenshot van een website, die bijlage A.5 bij het verzoekschrift vormt en die verzoekster voor het eerst voor het Gerecht heeft overgelegd. Een dergelijk bewijs moet echter niet-ontvankelijk worden verklaard, zonder dat het hoeft te worden onderzocht [zie in die zin arrest van 14 mei 2009, Fiorucci/BHIM – Edwin (ELIO FIORUCCI), T‑165/06, EU:T:2009:157, punt 22 en aldaar aangehaalde rechtspraak].