Gepubliceerd op woensdag 24 juni 2026
IEF 23642
Duitse Gerechten ||
1 jun 2026
Duitse Gerechten 1 jun 2026, IEF 23642; 52 O 62/26 9 (([Antragstellerin] tegen [Antragsgegnerin])), https://www.ie-forum.nl/artikelen/landgericht-berlin-geen-merkinbreuk-door-ai-gegenereerde-zoekresultaten-over-parfumdupes

Landgericht Berlin: geen merkinbreuk door AI-gegenereerde zoekresultaten over parfumdupes

Landgericht Berlin 1 juni 2026, IEF 23642; IT 5322; 52 O 62/26 9 ([Antragstellerin] tegen [Antragsgegnerin]). In deze zaak tussen een parfum- en cosmeticaconcern en de exploitant van een bekende zoekmachine staat de vraag centraal of AI-gegenereerde zoekresultaten waarin bekende parfums worden gekoppeld aan zogenoemde Duftzwillinge of parfumdupes een merkinbreuk opleveren. Het Landgericht Berlin oordeelt dat daarvan geen sprake is. Volgens de rechtbank gebruikt de zoekmachine de betrokken merken niet zelf in de zin van de Uniemerkenverordening, maar schept zij slechts de technische voorwaarden voor het weergeven en ordenen van informatie van derden in een nieuw zoekresultaten format. De verzoekende partij maakt deel uit van een internationaal parfum- en cosmeticaconcern en brengt verschillende bekende parfums op de markt die zijn beschermd door Uniemerken. De wederpartij exploiteert vanuit Ierland een zoekmachine die recent twee AI-functies heeft toegevoegd: een automatisch gegenereerd overzicht van zoekresultaten (Übersicht mit KI) en een interactieve AI-modus waarin gebruikers vragen kunnen stellen en vervolgvragen kunnen stellen. Beide functies genereren antwoordteksten op basis van informatie die afkomstig is van websites van derden. Daarbij worden de geraadpleegde websites door middel van links, snippets en voorbeeldafbeeldingen weergegeven. Op elke zoekopdracht worden de overzichts- en antwoordteksten opnieuw gegenereerd, zodat de uitkomsten niet vast en herhaalbaar zijn. De zaak draait om zoekopdrachten naar parfumdupes. Wanneer gebruikers bijvoorbeeld zoeken naar "duftzwillinge" of naar een bekend parfum in combinatie met de vraag naar alternatieven, verschijnen in de AI-overzichten en AI-antwoorden lijsten met vergelijkbare parfums van andere aanbieders. Daarbij worden ook websites van deze aanbieders getoond en in sommige gevallen verschijnen boven de AI-samenvatting gesponsorde advertenties voor zowel het originele parfum als de alternatieve geuren. Volgens de parfumproducent maakt de zoekmachine hiermee ongeoorloofd gebruik van haar merken en worden consumenten actief naar aanbieders van imitatieparfums geleid. De vordering is daarbij toegesneden op het verbieden van de merknamen in de KI-overzichten en KI-antwoorden zelf, niet op het verbieden van specifieke gelinkte zoekresultaten of concrete URL’s van derdewebsites. Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling, behandelt zij de internationale bevoegdheid. Omdat de exploitant van de zoekmachine in Ierland is gevestigd, kan de bevoegdheid niet worden gebaseerd op de hoofdregel van artikel 125 lid 1 UMVo. Wel is het Landgericht Berlin bevoegd op grond van artikel 125 lid 5 UMVo, omdat de gewraakte AI-resultaten in het Duits zijn opgesteld en zich richten tot gebruikers in Duitsland. De bevoegdheid strekt zich echter uitsluitend uit tot handelingen die in Duitsland plaatsvinden of dreigen plaats te vinden, gelet op artikel 126 lid 2 UMVo. Een Uniewijd verbod kan de rechtbank daarom niet uitspreken. De rechtbank verwerpt eerst het verweer dat de vorderingen te onbepaald zouden zijn. Zij acht de onder het motto "wenn dies geschieht wie folgt" geformuleerde verzoeken voldoende concreet, omdat daarmee wordt aangesloten bij de specifieke wijze waarop de merktekens in de KI-overzichten en KI-antwoorden verschijnen. Nu de eiseres niet de verwerking van bepaalde zoekresultaten of specifieke derde-URL’s wil verbieden, maar de merknamen in de KI-teksten als zodanig, acht de rechtbank het voorwerp van het gevorderde verbod voldoende scherp omlijnd. De rechtbank verwerpt vervolgens het beroep op het merkenrecht. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie vereist een merkinbreuk dat sprake is van een eigen gebruik van het teken in het economisch verkeer. Daarvoor is nodig dat de aangesproken partij een actieve rol speelt, invloed uitoefent op het gebruik van het teken en het teken gebruikt in haar eigen commerciële communicatie. De rechtbank verwijst in dit verband onder meer naar de rechtspraak over zoekwoorden advertenties en online marktplaatsen. De vraag of een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende gebruiker een verband legt tussen het tekengebruik en de commerciële communicatie van de platform exploitant zelf is daarbij doorslaggevend.

Van een dergelijk eigen gebruik is volgens het Landgericht geen sprake. De AI-overzichten en AI-antwoorden worden niet gepresenteerd als eigen inhoud van de zoekmachine, maar als een nieuwe vorm van zoekresultaten waarin informatie van derden wordt samengevat. Een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende gebruiker begrijpt dat de zoekmachine zelf geen inhoudelijke uitspraken doet over parfums, maar relevante informatie van externe websites ordent en samenvat. Dat blijkt volgens de rechtbank uit de talrijke verwijzingen naar bronwebsites, de weergegeven snippets en de positie van de AI-overzichten ten opzichte van de overige zoekresultaten. De zoekmachine eigent zich de inhoud van de gelinkte websites ook niet toe; zij neemt geen verantwoordelijkheid voor die derde content, maar faciliteert slechts de vindbaarheid en samenvatting daarvan. Daar komt bij dat de zoekmachine volgens de rechtbank geen beslissende invloed uitoefent op de inhoud van de AI-antwoorden. Welke bronnen worden gebruikt, hangt af van de door derden gepubliceerde informatie en van de patronen die het AI-systeem in die informatie herkent. Er zijn geen aanwijzingen dat de zoekmachine bepaalde aanbieders of adverteerders bewust voorrang geeft. Anders dan in eerdere rechtspraak over interne zoekmachines, waarin de exploitant zelf de selectie van resultaten bepaalde en daarmee het zoekresultaat in zijn eigen commerciële communicatie integreerde, ontbreekt hier een vergelijkbare inhoudelijke sturing van de bronselectie door de exploitant. Ook het feit dat boven sommige AI-overzichten gesponsorde advertenties verschijnen, leidt niet tot een ander oordeel. Volgens de rechtbank volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie dat het ontvangen van advertentie-inkomsten niet betekent dat een zoekmachine de gebruikte merken zelf in haar eigen commerciële communicatie inzet. De KI-teksten en de daarin voorkomende merknamen blijven toerekenbaar aan derden. De AI-functies verbeteren het gebruiksgemak van de zoekmachine en maken informatie beter toegankelijk, maar veranderen niets aan de rol van de exploitant als technische tussenpersoon en referentiedienst. Het beroep op het mededingingsrecht slaagt ook niet. De parfumproducent en de exploitant van de zoekmachine zijn geen concurrenten, omdat zij geen vergelijkbare producten of diensten aanbieden. De producent verkoopt parfums, terwijl de wederpartij een zoekmachine exploiteert. Ook van een directe concurrentieverhouding is daarom geen sprake. De rechtbank onderzoekt vervolgens of sprake is van een middelbare concurrentieverhouding of een geschäftliche handlung (commerciële praktijk) ten gunste van derde-ondernemingen. Zij acht niet aannemelijk dat de AI-overzichten specifiek zijn gericht op het bevorderen van de verkoop van parfumdupes in de zin van een op het beïnvloeden van de aankoopbeslissing gerichte commerciële uiting. Eventuele voordelen voor aanbieders van alternatieve geuren zijn hooguit een indirect, reflexmatig gevolg van de manier waarop de zoekmachine informatie presenteert. De zoekmachine is niet ingebed in de verkoopketen van de dupe-aanbieders, ontvangt geen vergoeding voor de verwijzingen in de KI-teksten zelf en staat niet in een concrete contractuele relatie tot de in de KI-teksten genoemde alternatieve aanbieders. Daarmee ontbreekt zowel een concreet Wettbewerbsverhältnis (concurrentieverhoudingen) als een op het bevorderen van de verkoop van dupeproducten gerichte eigen geschäftliche handlung . Met deze uitspraak zet het Landgericht Berlin een belangrijke stap in de ontwikkeling van het merkenrecht in het AI-tijdperk. De rechtbank sluit nadrukkelijk aan bij de bestaande rechtspraak over zoekmachines en online platforms en oordeelt dat AI-gegenereerde zoekresultaten niet zonder meer kunnen worden aangemerkt als een eigen commerciële uiting van de aanbieder van het AI-systeem.

40. Deze juridische grondslagen voor vorderingen vereisen dat de merken worden gebruikt in de zin van de EU-merkenverordening. Hieraan ontbreekt het. Hoewel de verweerder in zijn overzichts- en antwoordteksten de inhoud van websites samenvat, waarin de betreffende parfummerken in een reclamecontext feitelijk worden vergeleken met zogenaamde namaakproducten, heeft hij geen controle over de inhoud van de overzichts- of antwoordteksten en wekt hij evenmin de indruk dat deze deel uitmaken van zijn eigen commerciële communicatie. Hij biedt slechts de technische middelen om inhoud van derden in de betreffende teksten te presenteren.

41. a) Volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU vereist gebruik in de zin van artikel 9 van de EU-merkenverordening actief handelen en directe of indirecte controle over de gebruikshandeling. Dit komt doordat het in artikel 9 van de EU-merkenverordening bedoelde verbod alleen kan worden ingesteld tegen een derde die daadwerkelijk in staat is de gebruikshandeling te stoppen en het verbod na te leven. De derde moet dus controle hebben over het gebruik van het teken. Bovendien moet de derde het teken gebruiken in het kader van zijn eigen commerciële communicatie om te voldoen aan de eis dat het teken door hem in het handelsverkeer wordt gebruikt. Als bijvoorbeeld de exploitant van een online marktplaats zijn klanten alleen toestaat tekens te gebruiken die identiek of gelijkend zijn aan geregistreerde merktekens, is er geen sprake van gebruik door die persoon zelf. Het enkele feit dat de technische voorwaarden voor het gebruik van een teken worden gecreëerd en dat voor deze dienst een vergoeding wordt betaald, levert op zich geen bewijs op dat de dienstverlener het teken zelf gebruikt, zelfs niet als hij handelt in zijn eigen economisch belang (HvJ, arrest van 22 december 2022 – C-148/21 en C-184/21 – Louboutin, punten 27 e.v.; HvJ, arrest van 2 april 2020 – C-567/18 – …, punten 38 e.v.).

42. Een bedrijf mag een merk gebruiken in zijn eigen commerciële communicatie als het merk, vanuit het perspectief van derden, een integraal onderdeel van de communicatie vormt en dus hoort bij de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf. De communicatie gericht aan derden moet tot doel hebben de activiteiten, goederen of diensten van het communicerende bedrijf te promoten of de aandacht te vestigen op de uitvoering van dergelijke activiteiten. In het geval van een online marktplaats moet bijvoorbeeld worden vastgesteld of een redelijk goed geïnformeerde en oplettende gebruiker van dit platform een ​​verband zou leggen tussen de diensten van deze exploitant en het betreffende merk, omdat hij of zij zou kunnen aannemen dat de exploitant van het online platform de goederen verkoopt waarvoor het merk wordt gebruikt, in eigen naam en voor eigen rekening. In het kader van de vereiste alomvattende beoordeling van de omstandigheden van het individuele geval wordt bijzonder veel waarde gehecht aan de wijze waarop de advertenties op het betreffende platform worden gepresenteerd, zowel afzonderlijk als in hun geheel, alsmede aan de aard en omvang van de diensten die door de exploitant worden verleend (HvJ, arrest van 22 december 2022 – C-148/21 en C-184/21 – Louboutin, punten 39 e.v., 48 e.v., juris). De exploitant van een verkoopplatform met een geïntegreerde online marktplaats maakt derhalve ook gebruik van merken indien derden goederen met dat merk te koop aanbieden op zijn platform, mits een redelijk goed geïnformeerde en oplettende gebruiker van dat platform een ​​verband zou leggen tussen de diensten van de exploitant en het betreffende merk. Dit is met name het geval wanneer de platformbeheerder de op zijn platform gepubliceerde aanbiedingen op een uniforme manier presenteert door advertenties voor goederen die onder zijn eigen naam en voor eigen rekening worden verkocht, samen met advertenties voor goederen die door derden op de betreffende marktplaats worden aangeboden, weer te geven, zijn eigen logo als gerenommeerde distributeur in al deze advertenties te tonen en derden aanvullende diensten aan te bieden in verband met de distributie van de goederen die het betreffende merk dragen, waaronder onder meer de opslag en verzending van deze goederen (HvJ, arrest van 22 december 2022 – C-148/21 en C-184/21 – Louboutin, paragrafen 51-54, juris).

43. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde ook dat de verweerder zelf geen merken gebruikt wanneer hij adverteerders toestaat deze als zoekwoorden voor de zoekresultatenlijst te reserveren. Hoewel dit commercieel gebruik door adverteerders mogelijk maakt, omdat zij de relevante merken als zoekwoorden kunnen selecteren, opslaan en advertenties op basis van deze merken kunnen weergeven, schept de verweerder slechts de technische voorwaarden voor dit gebruik door adverteerders en gebruikt hij de merken zelf niet in zijn commerciële communicatie, zelfs niet als hij daarvoor een vergoeding ontvangt (HvJ, arrest van 23 maart 2010 – C-236/08 tot C-238/08 – … Frankrijk, paragrafen 56 e.v., 120 juris).

44. (b) Volgens deze norm maakt de verweerder zelf geen gebruik van de handelsmerken door AI-gegenereerde overzichts- en antwoordteksten te verstrekken die de in de procedure betwiste merken bevatten. Hij schept geen enkele basis voor de indruk dat zijn aanbod van een AI-ondersteunde zoekmachine verband houdt met de producten die in de zoekresultaten worden genoemd.

45. (1.) De respondent presenteert de antwoord- en overzichtsteksten niet als eigen inhoud, neemt de inhoud niet als eigen over en aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor de inhoud van derden op een manier die uiterlijk herkenbaar is.

46. Een redelijk goed geïnformeerde en oplettende gebruiker beseft dat de respondent, met zijn AI-functies, slechts een nieuw zoekresultaatformaat heeft gecreëerd door zoekresultaten samen te vatten op basis van berekeningen, zonder dat de respondent zich hiervan hoeft te distantiëren. Dit zou ook gelden als de AI niet expliciet naar de geraadpleegde broncode zou verwijzen. Gebruikers verwachten niet dat de respondent zijn eigen content creëert. Ze begrijpen dat de AI relevante content uit de zoekresultaten samenvat. Dit blijkt uit de talrijke links in de tekst, fragmenten en voorbeeldafbeeldingen, en, wat betreft het door de AI gegenereerde overzicht, ook uit het feit dat het AI-overzicht vóór de zoekresultaten wordt weergegeven.