IEF 19513

KRO-NCRV mag documentaire ‘Nederland Fraudeland’ niet uitzenden

Vzr. Rechtbank Den Haag 9 oktober 2020, IEF 19513; ECLI:NL:RBDHA:2020:10395 (Nederland Fraudeland) Mediarecht. Kort geding. Uitwerking van een verkort vonnis waarin Selfmade Films en KRO-NCRV is verboden om, kort gezegd, de documentaire ‘Nederland Fraudeland’ uit te zenden. Het betreft een filmdocumentaire over het werk van de FIOD, waarbij de documentairemakers het opsporingsonderzoek naar fraude door sushiketen Sumo van dichtbij hebben gevolgd. De documentairemakers hebben daarbij ongeclausuleerd inzage gekregen in alle opsporingsgegevens. Die verstrekkingen hadden geen wettelijke grondslag en hiermee is een inbreuk gemaakt op het recht van de verdachten op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. Hun belang bij bescherming van hun persoonlijke levenssfeer weegt naar voorlopig oordeel in dit geval zwaarder dan het recht van de documentairemakers op vrijheid van expressie en persvrijheid. Selfmade Films en KRO-NCRV worden verboden om enige opname met betrekking tot de strafzaak uit te zenden op straffe van een dwangsom van € 100.000,-.

4.11. Het belang van Selfmade en KRO-NCRV bij uitzending van de filmdocumentaire op dit moment acht de voorzieningenrechter dan ook niet zeer zwaarwegend. [eiser 1] en [eiser 2] hebben daartegenover voldoende toegelicht dat en waarom zij er een groot belang bij hebben dat de filmdocumentaire op dit moment niet wordt uitgezonden. Zij zullen anders worden gerelateerd aan de zaak die in de filmdocumentaire centraal staat en derden krijgen dan kennis van hun persoonlijke gegevens die op onrechtmatige wijze zijn verkregen. Dat dit schadelijke gevolgen kan hebben voor de persoonlijke levenssfeer van [eiser 1] en [eiser 2] hebben zij voldoende aannemelijk gemaakt. Daarbij weegt ook mee dat het gegevens betreft uit de fase waarin onderzoek is gedaan naar verdenkingen tegen [eiser 1] en [eiser 2] die mogelijk later zijn vervallen of ten onrechte zijn geweest. Doordat geen aandacht wordt besteed aan het verdere verloop van de strafzaak wordt daarmee ook een eenzijdig en mogelijk onjuist beeld geschetst van hetgeen hen kan worden verweten. Dat is ook relevant vanwege de timing van de uitzending, te weten tijdens de appelprocedure.

4.12. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat naar voorshands oordeel het recht van [eiser 1] en [eiser 2] zwaarder weegt dan het recht van Selfmade en KRO-NCRV. Al hetgeen Selfmade en KRO-NCRV verder nog naar voren hebben gebracht aan omstandigheden die in de belangenafweging moeten worden betrokken, waaronder de omstandigheid dat [eiser 1] en [eiser 2] publieke figuren zijn, is – ook als wordt uitgegaan van de juistheid daarvan – onvoldoende zwaarwegend om die conclusie anders maken.