IEF 16878

Kostenschatting 50% boven indicatietarief vanwege tweede zitting

Hof Amsterdam 30 mei 2017, IEF 16878; ECLI:NL:GHAMS:2017:2055 (Businesscompleet tegen The Valley) Proceskosten 1019h Rv. Businesscompleet heeft zonder succes in eerste aanleg [IEF 15587] gevorderd The Valley bij wijze van voorlopige voorziening te bevelen de inbreuken op de databankrechten van Businesscompleet te staken. De proceskosten zijn door de voorzieningenrechter begroot op een bedrag van in totaal €51.556,20, samengesteld uit een bedrag van €1.909,- aan griffierecht en, op basis van een door The Valley overgelegde specificatie, een bedrag  €49.647,20 aan salaris advocaat (hof: inclusief kosten deskundige ad €9.075,-). Kosten van de deskundige kunnen worden meegenomen in de veroordeling. De toepassing van indicatietarieven in IE-zaken wordt naar boven toe afgeweken met 50% omdat er een tweede zitting plaatsvond. De kosten worden op €31.909 begroot.

3.7 Het hof overweegt dat bij toepassing van artikel 1019h Rv als uitgangspunt geldt dat de werkelijk gemaakte proceskosten worden vergoed. Wel geven de, in het door Businesscompleet genoemde stuk gegeven tarieven een indicatie van het maximale bedrag aan proceskosten dat in de regel nog als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. De tarieven staan er niet aan in de weg dat een afwijkend bedrag wordt vastgesteld. Tot een afwijking daarvan is evenwel geen grond te vinden in de door The Valley gestelde, verder niet toegelichte, korte voorbereidingstijd. Dat is immers gebruikelijk bij een kort geding. Evenmin kan daartoe dienen het enkele feit dat er een deskundigenbericht moest worden opgemaakt. De kosten van de deskundige kunnen immers, zoals hierna zal worden besproken, naast het indicatietarief, afzonderlijk worden opgevoerd. The Valley heeft niet toegelicht dat en waarom het inschakelen van een deskundige nog tot andere extra kosten heeft geleid. The Valley heeft evenmin toegelicht waarom een kort voor de zitting aangekondigde eisvermeerdering tot (substantiële) extra kosten heeft geleid. Ook heeft The Valley geen verdere inhoud gegeven aan haar stelling dat sprake is van een technisch complexe kwestie. Dit had wel op haar weg gelegen, te meer daar ook een indicatietarief van maximaal € 6.000,- bestaat voor de categorie ‘eenvoudig kort geding’ zodat uitleg verdient waarom de onderhavige – volgens The Valley: complexe - zaak niet zou vallen in de categorie ‘overige korte gedingen’.
3.8 Het hof is evenwel van oordeel dat het houden van een tweede zitting aanleiding geeft voor een afwijking van het indicatietarief naar boven toe. Het houden van een tweede zitting is immers niet gebruikelijk bij het voeren van een kort geding en levert extra tijdsbeslag op. Businesscompleet heeft bovendien niet aangevoerd dat de extra kosten voor deze tweede zitting niet in redelijkheid zijn gemaakt. Het hof zal bij wijze van schatting een correctie op het indicatietarief toepassen van 50% naar boven toe. Er kan immers van worden uitgegaan dat de voorbereiding op de tweede zitting substantieel minder tijd heeft gekost dan de voorbereiding op de eerste zitting terwijl de tweede zitting ook een half uur korter heeft geduurd dan de eerste. Dit betekent dat aan advocaatkosten toewijsbaar is een bedrag van in totaal € 22.500,- (het indicatietarief van € 15.000,- vermeerderd met 50%). De grief slaagt op dit onderwerp dan ook deels.
3.9 Businesscompleet uit bij haar grief voorts bezwaren tegen de toewijzing van de kosten van de deskundige. Zij voert aan dat zij bezwaar heeft gemaakt tegen de inhoud van het deskundigenrapport, dat het rapport niet heeft bijgedragen aan opheldering van het geschil en dat in het vonnis niet naar dit rapport wordt verwezen. The Valley heeft voorts niet onderbouwd op grond waarvan zij BTW vordert over de kosten van de deskundige, zo stelt Businesscompleet.

3.10 Het hof overweegt dat Businesscompleet onvoldoende heeft aangevoerd om te concluderen dat The Valley de kosten voor de deskundige nodeloos heeft gemaakt. Daartoe kan niet dienen dat zij het niet eens is met de inhoud daarvan. Dat het rapport niet in het vonnis wordt genoemd, biedt daartoe evenmin voldoende grond. Het hof is dan ook van oordeel dat de kosten van de deskundige kunnen worden meegenomen in de kostenveroordeling. The Valley voert nog aan dat zij de BTW over de kosten van de deskundige ad € 1.575,- niet op Businesscompleet zal verhalen. Het hof leidt hieruit af dat zij erkent dat Businesscompleet haar dit bedrag niet verschuldigd is. Het hof zal deze post dan ook alsnog afwijzen. Toewijsbaar is een bedrag aan deskundigenkosten van € 7.500,-. Niet is gebleken dat deze kosten onredelijk hoog zijn. Dit onderdeel van de grief slaagt al met al eveneens deels.

3.11. Het hof zal tevens het in eerste aanleg gevallen griffierecht meenemen in de redelijke en evenredige proceskosten. Businesscompleet heeft daartegen geen grief gericht en deze kosten vallen buiten de te hanteren indicatietarieven. Toewijsbaar is aldus een bedrag van € 31.909,- (€ 22.500,- aan advocaatkosten plus € 7.500,- aan kosten deskundige plus € 1.909,- aan griffierecht).