IEF 19997

Kosten van vervangend model aangemerkt als schadepost

Hof Amsterdam 22 december 2020, IEF 19997; ECLI:NL:GHAMS:2020:3584 (Rofra tegen IMS)  Rofra vordert in dit geding vergoeding van de schade die zij heeft geleden doordat IMS het in hoger beroep vernietigde kortgedingvonnis ten uitvoer heeft gelegd. Dit vernietigde vonnis hield in dat Rofra gehouden was de verhandeling van een bepaald type bank (de Dante) te staken. Voor de vernietiging in hoger beroep heeft Rofra enige tijd de verhandeling van de Dante moeten staken, waardoor Rofra meent dat ze schade heeft geleden. IMS brengt daar tegenin dat er geen sprake is van schade nu Rofra een op de Dante lijkend model heeft verhandeld. Het hof ordeelt, dat Rofra weliswaar haar schade door dit nieuwe model heeft weten te beperken, maar dat Rofra wel gerechtigd is om de gemaakte kosten voor de productie van het vervangende model als schadepost op te voeren. 

3.5.2. Zoals uit overgelegde producties en in de gedingstukken opgenomen fotomateriaal valt op te maken, vertoonden zowel het na het vonnis door Rofra geïntroduceerde bankstel Columbus als het al eerder, tegelijk met de Dante, door Rofra in haar assortiment gevoerde bankstel Edmonton (in ieder geval op het oog en wat de materiaalkeuze betreft) een sterke gelijkenis met de Dante. Voor zover Rofra bedoeld heeft hierover een ander standpunt in te nemen, heeft zij dat standpunt onvoldoende onderbouwd. Het hof merkt in dit verband op dat ook het feit dat na de vernietiging van het kortgedingvonnis Rofra kennelijk niet opnieuw de Dante (naast de Edmonton en de Columbus) in haar assortiment heeft opgenomen erop wijst dat dat van sterk op elkaar lijkende modellen sprake was.

In het licht hiervan moet worden aangenomen dat voor kopers die op zoek waren naar een bankstel met een uiterlijk als dat van de Dante de Edmonton en de Columbus een goed alternatief boden. Gelet hierop ligt voor de hand dat, toen de Dante als gevolg van het jegens Rofra toegewezen bevel in kort geding uit de handel werd genomen (en voor de klanten ook niet meer als vergelijkingsobject beschikbaar was), de omzet van de Edmonton zou stijgen en voor het overige de omzet die als gevolg van de verwijdering uit het assortiment van de Dante niet meer werd behaald zou worden gecompenseerd met omzet uit de verkoop van de Columbus, zodat de omzet en daarmee behaalde winst (eventuele extra kosten daargelaten) niet negatief zou worden beïnvloed.

Rofra heeft de stelling van IMS dat in de jaren 2015 en 2016 de door Rofra behaalde omzet uit de verkoop van bankstellen is gestegen op zichzelf niet betwist.

3.6. De door Rofra aangevoerde omstandigheid dat de Columbus (en voorheen ook de Edmonton) door eigen inspanningen van Rofra in de handel is gebracht leidt niet tot een ander oordeel omtrent het voorgaande. Wel brengt zulks mee dat Rofra in redelijkheid gerechtigd is om de kosten die zij heeft moeten maken om na het vonnis de Dante uit haar assortiment te verwijderen en een vervangend model te produceren (waarmee zij haar schade per saldo heeft beperkt) als schadepost op te voeren, reeds omdat die kosten in mindering zijn gekomen op de winst die met de vervangende omzet is behaald.