IEF 20110

Koffiecup valt niet onder beschermingsomvang octrooi

Rechtbank Den Haag 21 juli 2021, IEF 20110; ECLI:NL:RBDHA:2021:7587 (Douwe Egberts tegen Belmoca)  Douwe Egberts is houder van een octrooi van koffiecapsules en bijbehorende drankmachine. Belmoca is producent van koffiecapsules. Douwe Egberts is van mening dat Belmoca met het produceren van deze capsules inbreuk maakt op haar octrooi. De rechtbank gaat in deze zaak na of een gemiddelde vakman kan nagaan of er door het handelen van Belmoca inbreuk wordt gemaakt op het octrooi van Douwe Egberts. Ze oordeelt op basis van verschillende simulaties en voorbeelden dat de technische werking van de machine van Belmoca en de bijbehorende capsules niet voldoende overeenkomt met die van Douwe Egberts. Hierbij is onder andere van belang de aanwezigheid van een axiale ruimte en de manier waarop de capsulewand en -houder binnen de machine gevestigd zijn.

4.18. De vakman zal door deze onduidelijkheid tot de conclusie komen dat uitvoeringsvoorbeelden twee en drie niet (langer) onder de conclusies van het octrooi zoals verleend vallen. Hij ziet daarin immers niet dat het randgebied van de capsule plastisch over de voorste rand van het omsluitend deel wordt vervormd door een trekkracht. Als hij niet al tot de conclusie komt dat die uitvoeringsvoorbeelden niet (langer) onder de beschermingsomvang van het octrooi vallen, dan wordt de vakman in elk geval geconfronteerd met een onduidelijkheid in deze uitvoeringsvoorbeelden. Deze onduidelijkheid dient ten nadele van de octrooihouder te werken bij de uitleg van de conclusies. De vakman zal voor de uitleg van het ‘plastisch trekken over de voorste rand’ in dat geval alleen te rade kunnen gaan bij uitvoeringsvoorbeeld één, wat ook in lijn is met de beschrijving in [0075] en [0087]. Een daarmee overeenkomende uitleg houdt in dat het ‘plastisch trekken over de voorste rand’ van de zijwand van de capsule plaatsvindt doordat tijdens de beweging van het omsluitend deel de zijwand in axiale richting over de voorste rand van het omsluitend deel getrokken wordt. Uit de – veronderstelde – inwisselbaarheid tussen de verschillende uitvoeringsvormen zal de vakman dan opmaken dat voor het ‘plastisch trekken over de voorste rand’ in ieder geval ruimte aanwezig moet zijn onder de vloer van de trog, in de axiale richting waarin het omsluitend deel beweegt naar de capsulehouder, in combinatie met een tegenkracht, om de capsulewand over de voorste rand van het omsluitend deel te kunnen trekken op dezelfde wijze als beschreven in 4.8 tot en met 4.10.

4.20. Uitgaande van deze uitleg van kenmerk (i) onderdeel (ii), slaagt het verweer van Belmoca dat bij toepassing van de Belmio capsules in een drankproductiesysteem volgens het octrooi, niet wordt voldaan aan dat kenmerk. KDE onderbouwt de gestelde inbreuk met het TRiOS rapport. Uit het TRiOS rapport blijkt dat het laagste punt van de Belmio capsules, dat door KDE wordt aangemerkt als de vloer van de trog, van meet af aan (nagenoeg) tegen de capsulehouder aan ligt. Daaronder bevindt zich geen axiale ruimte en de zijwand van de capsule, waar het de zijwand van het randgebied betreft en de daar tegenover liggende zijwand van de trog, wordt dus ook niet in die ruimte naar beneden getrokken over de voorste rand van het omsluitend deel in de zin van het octrooi. De in 2.13.1 weergegeven dwarsdoorsnedes van Belmio capsules waarmee in een Nespresso-machine koffie is gezet en waarin de rode stippellijn de positie van de capsulehouder (stud plate in de woorden van het TRiOS rapport) weergeeft, laten dat duidelijk zien. Ook de simulatie weergegeven in het TRiOS rapport zelf (zie 2.13) bevestigt dat.