IEF 18459

Inventarisatie documenten wodka-merken

Rechtbank Den Haag 8 mei 2019, IEF 18459; ECLI:NL:RBDHA:2019:4561 (FKP tegen Spirits) FKP en Spirits zeggen rechthebbende te zijn op wodkamerken in een aantal landen. Zij wensen beide dat de door hen gestelde rechtstoestand als de werkelijke rechtstoestand wordt vastgesteld en stellen over en weer dat de ander inbreuk maakt op de merken [IEF 17916]. Zij vorderen dat de ander (verdere) merkinbreuk wordt verboden en wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding. Partijen gaan inventariseren welke resterende documenten FKP dient te overleggen. Dit dient te geschieden binnen een termijn van zes maanden na betekening van dit vonnis. De rechtbank gelast een comparitie van partijen.

3.34.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan de eisen van artikel 843a Rv en dat de in het vierde lid van dit artikel bedoelde uitzonderingen zich niet voordoen. Dat het Spirits cs is gelukt afschrift van en inzage in een deel van de in beslag genomen stukken te verkrijgen, is op zichzelf onvoldoende om te kunnen concluderen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevorderde bescheiden is gewaarborgd. Dit onderdeel van de vordering dient dus te worden toegewezen ten aanzien van de resterende documenten, waarvan niet vaststaat dat Spirits cs daarvan reeds afschrift hebben verkregen en/of die geen deel uitmaken van de Australische en/of de Amerikaanse discovery. De rechtbank komt niet toe aan beoordeling van de subsidiaire grondslag.

Onderdeel 2 t/m 8 van de vordering

3.35.
Onderdeel 2 van de vordering ziet op documenten ter uitvoering van de rapportageverplichting uit het decreet van Poetin “to restore and protect the states rights of intellectual ownership as regards to the production and distribution of vodka products, and to identify and take legal action against those individuals who are implicated in the violation of these rights.” Dit onderdeel van de vordering ziet dus op stukken die betrekking hebben op de restitutie-inspanningen van de Russische Federatie ten aanzien van de merken, niet op de geschilpunten die thans nog ter beoordeling voorliggen.

3.36.
Het voorgaande geldt ook voor de documenten in onderdeel 3 van de vordering. Dat zijn documenten betreffende de interdepartementale werkgroep, opgericht naar aanleiding van een besluit van 6 juli 2001 van de Russische Federatie On the emergency measures to protect, restitute and exercise the exclusive rights of the Russian Federation to trademarks for alcohol and spirit-containing beverages’. Net als de documenten in onderdeel 6 (documenten betreffende de inspanningen van de Russische Federatie om de merken opnieuw te registreren) van de vordering, zijn dit documenten die dateren uit de periode nadat de Russische Staat zijn standpunt over de geldigheid van de transformatie van VVO naar VAO had gewijzigd en niet langer onderschreef en uitdroeg dat VAO de rechtsopvolger van VVO was. Deze documenten zien nu juist op de inspanningen om te bewerkstelligen dat Spirits International, Spirits Product en andere entiteiten uit de SPI-Groep niet langer gelden als rechthebbenden van deze merken. Niet valt in te zien welk rechtmatig belang Spirits cs hebben bij kennisname van deze documenten. Spirits cs hebben erop gewezen dat deze documenten mogelijk bevindingen bevatten van naspeuringen door de betrokken Russische overheidsinstanties die relevant zouden kunnen zijn voor hun standpuntbepaling over de resterende geschilpunten in deze procedure. Kennelijk zijn Spirits cs via deze documenten op zoek naar nadere, onderliggende bewijsstukken. Voor zover die al geen deel zouden uitmaken van de in beslag genomen administratie die hiervoor bij onderdeel 1 is beoordeeld, is daarbij sprake van een fishing expedition, omdat Spirits cs niet kunnen aangeven wat voor onderliggende stukken dat mogelijk zijn.