IEF 18227

Inbreukverbod voor verfdispenser afgewezen wegens vermoedelijk gebrek aan inventiviteit

Rechtbank Den Haag 8 februari 2019, IEF 18227 (Fast & Fluid tegen Santint en Sanhua). Octrooirecht. Kort geding. Vorderingen afgewezen omdat onzeker is of het octrooi in een bodemprocedure geldig wordt bevonden c.q. meer voor de hand ligt dat het octrooi ongeldig zal worden bevonden. Eiser (Fast & Fluid) vordert in kort geding een inbreukverbod, met nevenvorderingen vernietiging van de voorraad, rectificatie en opgave voor de vermeende inbreuk op haar octrooi EP 970 (een zogenaamde ‘valve assembly’). De vermeend inbreukmakers (Santint en Sanhua) verweren zich door te stellen dat er geen sprake kan zijn van een geldig octrooi, nu er niet is voldaan aan de vereiste inventiviteit. De rechtbank gaat mee in dit verweer en is met de verweerder van mening dat het octrooi van eiser, dat ziet op verfdispensers, in een bodemzaak hoogst waarschijnlijk niet zal voldoen aan de vereiste inventiviteit. Dit omdat het in de lijn der verwachting ligt dat zal worden geoordeeld dat voor een gemiddeld vakman (een afgestudeerd werktuigbouwkundig ingenieur dan wel een fysisch of chemisch technoloog) deze oplossing voor de hand lag, mede gezien de stand van de techniek op het moment van de octrooiaanvraag.

4.8. Volgens Fast & Fluid is de gemiddelde vakman in het relevante vakgebied degene die werkzaam is op het gebied van drukloze verfdispensers. Zoals Santint c.s. terecht heeft opgemerkt, is EP 970 echter niet beperkt tot verfdispensers maar ziet het op klepsamenstellen gebruikt in of geschikt voor dispensers (in meer algemene zin). Daarmee is de voorzieningenrechter voorshands - met Santint c.s. – van oordeel dat de gemiddelde vakman in het relevante vakgebied van dispensers een afgestudeerd werktuigbouwkundig ingenieur dan wel fysisch of chemisch technoloog (opgeleid aan hts/hogeschool dan wel TU) is. Deze vakman heeft in ieder geval praktijkkennis of praktijkervaring op het gebied van mechanica en vloeistof- of stromingsleer.

4.9. Als meest nabije stand van de techniek dient te worden aangemerkt het document dat het geschiktste uitgangspunt vormt om tot de uitvinding te komen. Dat zal als regel het document zijn dat zich bezighoudt met hetzelfde probleem en de meeste met de uitvinding overeenstemmende kenmerken openbaart. Dat laat onverlet dat een octrooi(conclusie) (nieuw en) inventief behoort te zijn ten opzichte van elke openbaarmaking die onderdeel vormt van de stand van de techniek en als een reëel uitgangspunt voor de PSA kan dienen.

4.16. Met Santint c.s. is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de gekozen oplossing in het octrooi, gezien de algemene vakkennis en de stand van de techniek, een voor de hand liggende oplossing betreft. Als onweersproken kan worden aangenomen dat de gemiddelde vakman weet dat de stroming laminair is als (viskeuze) vloeistoffen door kanalen met beperkte afmetingen stromen. De stroming van de middelste laag van de vloeistof in het kanaal is het grootst, terwijl bij de lagen aan de wanden de stroomsnelheid nadert tot nul. De gemiddelde vakman weet daarnaast dat er bij dergelijke laminaire stroming een aantal factoren is die de stroomsnelheid bepalen. Dit zijn de viscositeit van de vloeistof, de lengte van het kanaal en de diameter van het kanaal. Volgens de formule waarmee deze stroomsnelheid wordt bepaald, is het effect van het aanpassen van de diameter van het kanaal verreweg het grootst (een factor tot de macht 4).  Dat betekent dat de vakman bij het zoeken naar de oplossing van het probleem voor precisieafgifte naar voorlopig oordeel op basis van zijn algemene vakkennis zou beginnen bij het aanpassen van de diameter van het kanaal. In de wetenschap dat evenwel ook nog steeds snelle afgifte mogelijk moet blijven, weet de gemiddelde vakman op basis van zijn vakkennis dat hij in twee kanalen moet voorzien: één voor de hoge stroomsnelheid en één voor de lage stroomsnelheid met precisieafgifte. De voorzieningenrechter acht het op basis van onder meer de verklaring van de door Şantint c.ş, opgevoerde deskundige en andere stukken in het geding voldoende aannemelijk dat het voorzien in een draaibare klep met kanalen van verschillende grootte naar gelang de af te geven hoeveelheid behoort tot de algemene vakkennis. Dat betekent dat een gemiddelde vakman ertoe zou worden gebracht om in de dispenser van Bender de draaibare klep (valve member) te voorzien van een extra kanaal voor precisiedosering (op druppelniveau). Een dergelijke klep met meerdere kanalen van verschillende diameter vindt de gemiddelde vakman overigens ook al terug in US 292 (zie onder 2.9.1), AU 478 (vergelijk onder 2.9.4), EP 092 (zie onder 2.9.5) en GB 029 (zie onder 2.9.3), respectievelijk in onderstaande figuren met toegevoegde kleuren (blauw het kanaal met grote diameter voor snelle afgifte, rood met kleinere diameter voor nauwkeuriger afgifte). Niet alleen zijn algemene vakkennis maar ook deze documenten zouden de vakman op het spoor zetten van het versmallen van een tweede (of meerdere) uitlaatkanalen, waarmee de vakman tot de geclaimde oplossing zou komen.