IEF 18747

Inbreuk op auteursrechten leidt niet tot ontbinding arbeidsovereenkomst

Rechtbank Den Haag 8 mei 2018, IEF 18747, IT 2898; ECLI:NL:RBDHA:2018:16457 (Acacia tegen werknemer) Acacia verwijt verweerder dat hij gebruik heeft gemaakt van gegevens - data, modellen en tools - wetende dat daarop het auteursrecht rust van Alterra. Verweerder had in zijn functie als senior onderzoeker van Acacia mededeling over de auteursrechten van Alterra moeten doen, zodat Acacia toestemming voor gebruik van de gegevens had kunnen verkrijgen of het gebruik ervan had kunnen verbieden. Omdat hij dit heeft nagelaten is hij tekortgeschoten in de verplichtingen die op grond van zijn arbeidsovereenkomst met Acacia golden. Werkgever Acacia verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:686 BW jo. 6:265 BW. Tekortkomingen in de nakoming van de verplichting uit de arbeidsovereenkomst door de werknemer zijn niet zodanig ernstig dat zij de ontbinding rechtvaardigen van de arbeidsovereenkomst.

2.10 Ofschoon de zojuist genoemde tekortkomingen ernstig zijn, zijn zij niet zodanig ernstig dat zij de ontbinding rechtvaardigen van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:686 jo. artikel 6:265 BW of artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Daarbij is van belang dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] tot eind 2017 naar behoren bij Acacia heeft gefunctioneerd. Van belang is verder dat is gebleken dat Alterra tegen het gebruik van de betreffende gegevens kennelijk geen onoverkomelijke bezwaren heeft. Zij heeft immers meegedeeld dat zij het niet nodig vindt om alsnog licenties af te spreken. Het probleem dat Acacia aanvankelijk vreesde te hebben, is daarmee opgelost. In aanmerking is verder te nemen dat niet onaannemelijk is dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] bereid zou zijn geweest om de betreffende gegevens in der minne aan Acacia ter beschikking te stellen, indien zij hem niet eerst met sommaties had geconfronteerd, maar eerst bij Alterra had nagevraagd wat er wat haar betreft van het gebruik van de gegevens zij, en Acacia hem haar reactie had voorgehouden.

2.11 Tussen partijen is niet in discussie dat de arbeidsverhouding tussen partijen verstoord is geraakt. Dit is, gelet op de vaststaande feiten, aannemelijk. Nu niet van enig opzegverbod is gebleken, zal de arbeidsovereenkomst op die grond worden ontbonden per (gelet op artikel 7:671b lid 8 BW) 1 juni 2018.

2.12 Ofschoon het niet afgeven van de vorenbedoelde informatie verwijtbaar is, levert dit geen ernstig, verwijtbaar handelen of nalaten op in de zin van artikel 7:673 lid 7 BW. [verwerende partij, tevens verzoekende partij] kan daarom aanspraak maken op de transitievergoeding. Tussen partijen is niet in geschil dat het hierbij gaat om een bedrag ad € 7.446,=. Op verzoek van [verwerende partij, tevens verzoekende partij] zal Acacia worden veroordeeld om dit bedrag aan hem te betalen.

2.13 Aangezien uit de vaststaande feiten niet kan worden afgeleid dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, is er geen plaats voor de toewijzing van de door [verwerende partij, tevens verzoekende partij] verzochte billijke vergoeding (artikel 7:671b lid 8 BW).