IEF 20346

Inbreuk op auteursrecht van voormalig werkgever

Ktr. Rechtbank Limburg 25 oktober 2021, IEF 20346; ECLI:NL:RBLIM:2021:8632 (Verzoekster tegen Vita Natura) Verzoekster is op staande voet ontslagen door Vita Natura. De arbeidsovereenkomsten van verzoekster bevatten een non-concurrentiebeding met een werkingsduur van twee jaar na einde van die arbeidsovereenkomsten. Na haar ontslag benadert verzoekster klanten van Vita Natura en biedt zij producten te koop aan met logo van Vita Natura. Verzoekster vordert in geding primair voor recht te verklaren dat het non-concurrentiebeding uit haar arbeidsovereenkomsten komt te vervallen en zij niet meer gebonden is aan dit beding. Verzoekster voert daarvoor onder andere aan dat het non-concurrentiebeding uitdrukkelijk opnieuw schriftelijk overeengekomen had moeten worden omdat door haar functiewijziging (van medewerkster verkoop binnendienst naar leidinggevende callcenter) het non- concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken.

Dit verzoek faalt omdat verzoekster onvoldoende heeft gesteld dat het vanwege het non-concurrentiebeding moeilijker is geworden een gelijkwaardige functie elders te vinden. Vita Natura wil op haar beurt onder meer verzoekster verbieden gebruik te maken van foto’s, teksten en ontwerpen waarvan het auteursrecht bij Vita Natura ligt. Dit verzoek wordt toegewezen omdat Vita Natura voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat verzoekster foto’s, teksten en ontwerpen van Vita Natura gebruikt. Het verweer dat een eigen oorspronkelijkheidskarakter ontbreekt, wordt verworpen omdat dit niet wordt onderbouwd.

4.7. Vita Natura heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat [verzoekster, tevens verweerster ten aanzien van de tegenverzoeken] foto’s/teksten/ontwerpen van Vita Natura gebruikt. Het auteursrecht daarvan berust bij Vita Natura. Het verweer dat een en ander geen eigen oorspronkelijkheidskarakter draagt, wordt verworpen, want is veel te algemeen gesteld en niet onderbouwd. Ook het verweer dat de door Vita Natura gestelde overtredingen dateren van anderhalf jaar geleden, kan [verzoekster, tevens verweerster ten aanzien van de tegenverzoeken] niet baten. Dit valt namelijk te verklaren door het feit dat die overtredingen (grotendeels) aan het licht gekomen zijn door onderzoek van de op 11 september 2020 in beslag genomen documenten. Het is dan logisch dat Vita Natura geen recente inbreuken van [verzoekster, tevens verweerster ten aanzien van de tegenverzoeken] op haar auteursrecht heeft kunnen constateren. Het ligt op basis van het volhardende gedrag van [verzoekster, tevens verweerster ten aanzien van de tegenverzoeken] echter voor de hand dat [verzoekster, tevens verweerster ten aanzien van de tegenverzoeken] daar niet mee gestopt is. Uit hetgeen zij tot haar verweer aanvoert, blijkt dat verder ook niet aangezien zij slechts (ongemotiveerd) beweert dat zij geen inbreuk gemaakt heeft noch maakt. Die ontkenning moet op grond van het deugdelijk onderbouwde betoog van Vita Natura waaruit het tegendeel blijkt, verworpen worden.