IEF 19993

Ideëel doel, nauwe band en voldoende overleg leiden tot ontvankelijkheid

Rechtbank Midden-Nederland 2 juni 2021, IEF 19993; HA ZA 20-555 (BREIN tegen Yisp, Worldstream en Serverius)  De gedaagden hebben aangevoerd dat BREIN als collectieve belangenbehartiger niet ontvankelijk is voor haar vorderingen, omdat deze een onvoldoende nauwe band met de Nederlandse rechtssfeer zouden hebben. De rechtbank is echter van mening dat BREIN onder de uitzondering van artikel 3:305a lid 6 BW valt, vanwege het ideële doel en het beperkte financiële belang in deze zaak. Ze baseert zich hierbij mede op de parlementaire geschiedenis. Ook aan de overige ontvankelijkheidsgronden (voldoende overleg en nauwe band) is voldaan. Stichting BREIN wordt ontvankelijk verklaard in haar vorderingen en de zaak wordt verder verwezen naar de rol voor repliek en antwoord in reconventie. 

2.18. De vereiste nauwe band bestaat er in dit geval uit dat de vordering is gericht tegen twee ondernemingen die in Nederland gevestigd zijn (artikel 3:305a lid 3 sub b onder 2 BW). Er zijn ook voldoende bijkomende omstandigheden die wijzen op verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer. Yisp en Worldstream zijn niet bij de procedure betrokken als brievenbusfirma's of dochtermaatschappijen die verder geen activiteiten in Nederland ontplooien. De angst daarvoor was de reden voor de wetgever om de eis van bijkomende omstandigheden te stellen (zie Amendement nr. 12 van het lid Van Gent c.s. over aanscherping van de vereiste nauwe band met de Nederlandse rechtssfeer, aangenomen op 29 januari 2019). Yisp en Worldstream beheren servers in of vanuit Nederland. Dat de beweerdelijke inbreukmakers in Oekraïne of Rusland woonachtig zouden zijn, is niet van belang. Yisp en Worldstream worden aangesproken op hun eigen beweerdelijke handelen als tussenpersoon.

2.22. Als het gaat om het overleg met Yisp, heeft BREIN niet meer gesteld dan dat zij een sommatiebrief aan Yisp heeft gestuurd, en dat Yisp daarop afwijzend heeft gereageerd. Een sommatiebrief kan echter niet worden aangemerkt als een verzoek om tot overleg over te gaan. De sommatiebrief zag bovendien slechts op de inzage in de beslagen gegevens, niet op de nadere maatregelen die BREIN wil dat tussenpersonen als Yisp en Worldstream treffen. Anderzijds heeft Yisp - hoewel daartoe niet verplicht (artikel 1018c lid 5 laatste zin Rv)- wel al van antwoord gediend en in ruim 100 pagina's uitgelegd waarom alle vorderingen van BREIN moeten worden afgewezen. Gelet hierop zou overleg niet zinvol zijn geweest, zodat BREIN op deze grond niet niet-ontvankelijk zal worden verklaard.