Gepubliceerd op dinsdag 15 september 2026
IEF 23828
Rechtbank Den Haag ||
2 sep 2026,
Rechtbank Den Haag 2 sep 2026,, IEF 23828; ECLI:NL:RBDHA:2026:25186 (IEH tegen Ice Labs c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ice-clear-netherlands-geldt-als-nederlandse-vestiging-van-ieh-rechtbank-bevoegd-in-uniemerkzaak-tegen-ice-labs

ICE Clear Netherlands geldt als Nederlandse vestiging van IEH; rechtbank bevoegd in Uniemerkzaak tegen Ice Labs

Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23828; ECLI:NL:RBDHA:2026:25186 (IEH tegen Ice Labs c.s.). De rechtbank verklaart zich bevoegd kennis te nemen van de merkinbreukvorderingen van Intercontinental Exchange Holdings (IEH) tegen Ice Labs. IEH is houdster van het Uniewoordmerk ICE en stelt dat Ice Labs daarop inbreuk maakt door onder meer ICE-gerelateerde tekens te gebruiken voor haar blockchainnetwerk, cryptomunt, wallet en bijbehorende diensten. Ice Labs is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Nadat IEH haar vorderingen tegen de tweede gedaagde had ingetrokken, lag in het bevoegdheidsincident alleen nog de vraag voor of de rechtbank bevoegd is ten aanzien van Ice Labs. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 onder a en 125 lid 2 UMVo. Ice Labs heeft geen vestiging in een lidstaat van de Europese Unie. Dat haar cryptomunt via Europese handelsplatformen wordt aangeboden, maakt die platforms nog niet tot een vestiging van Ice Labs: het gaat om zelfstandige en onafhankelijke partijen die zich niet als centrum van werkzaamheden of verlengstuk van Ice Labs naar buiten toe manifesteren.

Voor toepassing van artikel 125 lid 2 UMVo is vervolgens vereist dat IEH een vestiging in Nederland heeft. Volgens de rechtbank voldoet ICE Clear Netherlands B.V. aan het door het Hof van Justitie geformuleerde vestigingsbegrip: er is sprake van een werkelijke en stabiele aanwezigheid van waaruit bedrijfsactiviteiten worden verricht, met personeel en materiële uitrusting, die zich naar buiten duurzaam manifesteert als verlengstuk van de moederonderneming. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de Nederlandse ICE-entiteiten ongeveer dertig werknemers hebben, dat ICE Clear NL daadwerkelijk kantoor houdt in Amsterdam en dat zij op de website van IEH als een van haar kantoren en als haar Europese clearing house wordt gepresenteerd. Daarmee is de rechtbank internationaal en relatief bevoegd en strekt die bevoegdheid op grond van artikel 126 lid 1 UMVo uit tot het grondgebied van alle EU-lidstaten. De incidentele vordering tot onbevoegdverklaring wordt daarom afgewezen. Aan de subsidiaire bevoegdheidsgrond van artikel 125 lid 5 UMVo komt de rechtbank niet meer toe. Over de gestelde merkinbreuk zelf wordt in dit vonnis nog niet beslist; de hoofdzaak wordt voortgezet. De beslissing over de proceskosten van het incident en iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5.1.

Na de eisvermindering van IEH ligt nog de vraag voor of deze rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen jegens Ice Labs.

5.2.

IEH grondt haar vorderingen op (inbreuk op) het ICE-merk. De rechtbank is internationaal en relatief bevoegd om van de vorderingen jegens Ice Labs kennis te nemen op grond van artikel 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 2 UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk, aangezien Ice Labs niet in de Europese Unie is gevestigd en IEH een vestiging in Nederland heeft, namelijk ICE Clear NL. Die bevoegdheid strekt zich gelet op artikel 126 lid 1 UMVo uit tot het grondgebied van alle lidstaten. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

5.3.

Artikel 125 lid 2 UMVo bepaalt dat wanneer verweerder geen vestiging heeft in een van de lidstaten van de Europese Unie, de rechtbank van de lidstaat bevoegd is waar de eiser een vestiging heeft. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) volgt dat het begrip ‘vestiging’ zo moet worden uitgelegd dat het een vorm van werkelijke en stabiele aanwezigheid vereist, van waaruit een bedrijfsactiviteit wordt verricht, hetgeen blijkt uit de aanwezigheid van personeel en van een materiële uitrusting. Verder moet deze vestiging zich naar buiten duurzaam manifesteren als het verlengstuk van een moederbedrijf.7

5.4.

Voor wat betreft de vestigingsplaats van Ice Labs overweegt de rechtbank dat zij primair gevestigd is op de Britse Maagdeneilanden. Ice Labs heeft niet gesteld of onderbouwd dat zij daarnaast een vestiging heeft in de Europese Unie. Voor het geval Ice Labs heeft willen stellen dat de Europese handelsplatformen – die als verlengstuk van Ice Labs gezien kunnen worden – kunnen gelden als vestiging, volgt de rechtbank dat standpunt niet. Het vestigingsbegrip van artikel 125 lid 2 UMVo vereist immers een centrum van werkzaamheden dat zich naar buiten toe manifesteert als verlengstuk van de betrokken onderneming. De handelsplatformen zijn daarentegen onafhankelijke partijen die zelfstandig opereren en die – los van het listen van de Munt van Ice Labs – geheel zelfstandig en onafhankelijk van Ice Labs naar buiten treden.

5.5.

Ten aanzien van de gestelde Nederlandse vestigingsplaats van IEH is de rechtbank van oordeel dat IEH voldoende heeft onderbouwd dat ICE Clear NL aan het door het HvJ geformuleerde vestigingsbegrip voldoet. IEH heeft een verklaring overgelegd waaruit volgt dat de Nederlandse ICE-entiteiten (ICE Clear NL, ICE Endex Markets B.V. en ICE Securities Neterlands B.V.) ongeveer dertig werknemers in dienst hebben, waaronder bestuurders, commissarissen, een Chief Compliance Officer & Company Secretary en een Head of Legal & Company Secretary. De door IEH overgelegde LinkedIn pagina’s onderschrijven dat de twee werknemers die de hiervoor genoemde verklaring hebben afgegeven al enkele jaren werkzaam zijn voor een Nederlandse ICE-entiteit. Bovendien heeft IEH foto’s overgelegd waarop onder meer te zien is dat het bedrijf vermeld staat op het toegangsbord van het Asia-gebouw van het Atlas-complex in Amsterdam, hetgeen werkelijke aanwezigheid van het bedrijf bevestigt. Ten slotte manifesteert ICE Clear NL zich naar buiten toe als het verlengstuk van IEH, zoals blijkt uit het feit dat het kantooradres van ICE Clear NL op de website van IEH wordt genoemd als één van de kantoren van IEH en uit de hiervoor onder 2.3 weergegeven webpagina van de website van IEH, waarin ICE Clear NL wordt aangeduid als het Europese ‘clearing house’ van IEH (“our continental European clearing house”).

5.6.

Uit het vorenstaande volgt dat het incident wordt afgewezen.