IEF 19402

Humans of Filmfestival mag documentaire vertonen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 4 september 2020, IEF 19402, IT 3231; C/13/689398 / KG ZA 20-793 (Eisers tegen stichting) Kort geding. Auteursrecht. Portretrecht. Eisers vormen een religieuze groepering. Gedaagde is een stichting die het Humans of Filmfestival organiseert. Eisers vorderen in kort geding om de stichting te verbieden om tijdens het Humans of Filmfestival de documentaire "The Ashram Children: I Am No Body, I Have No Body” openbaar te maken. In deze film worstelt de maker met zijn verblijf als kind in de Indiase ashram van goeroe Sri Adwayananda en bezoekt hij lotgenoten die inmiddels afstand hebben genomen van de leer van de goeroe. Eisers leggen aan hun vordering ten grondslag dat de stichting inbreuk maakt op hun portret- en auteursrechten. Het is niet aannemelijk dat vertoning van de film een inbreuk op de portretrechten van Eisers oplevert. Daarnaast is het gebruik van het materiaal geoorloofd op grond van de artikelen 15a en 18a Auteurswet. Het materiaal maakt slechts een klein deel van de film uit, is van ondergeschikte betekenis afgezet tegen de hele film en gaat niet verder dan noodzakelijk om het doel van de film te bereiken. De vorderingen van Eisers worden afgewezen.

3.2. [Eisers] stellen dat hun portretten in de film worden gebruikt zonder dat zij daarvoor  toestemming hebben gegeven. Zij verzetten zich daartegen omdat volgens hen in de film een onjuist, misleiden en schokkend beeld wordt geschetst van de leer van Advaita Vedanta en de goeroe Sri Adwayananda. Ter zitting is de film vertoond. Onduidelijk is gebleven wie van de (76) eisers in de film te zien zijn. Hoe zij eruit zien is niet bekend. In ieder geval komen in de hele film geen 76 mensen voor. De film bevat foto’s en video-opnamen van zeker twintig jaar geleden. Van de meeste mensen die daarop te zien zijn, is het gezicht ‘geblurred’ of is alleen de rug zichtbaar. Als bepaalde eisers in de film voorkomen, dan is niet aannemelijk dat zij op deze oude, geblurrde foto’s herkenbaar zullen zijn voor mensen buiten de leefgemeenschap in India waartoe zij behoren of behoorden. In het geval dat een enkele eiser toch zou worden herkend, heeft hij of zij, mede gelet op het hiervoor onder 3.1. beschreven karakter van de film, geen redelijk belang om zich te verzetten tegen openbaarmaking van zijn of haar portret. Voorshands is dan ook niet aannemelijk dat vertoning van de film een inbreuk op de portretrechten van eisers oplevert.

3.6. Wat er ook zij van het antwoord op de vraag wie de auteursrechten heeft op het gebruikte materiaal, is het gebruik van het materiaal geoorloofd op grond van het bepaalde in de artikelen 15a en 18a van de Auteurswet. Het materiaal maakt slechts een klein deel van de film uit, is van ondergeschikte betekenis afgezet tegen de hele film en gaat niet verder dan noodzakelijk om het doel van de film te bereiken. Het geluidsfragment dient de innerlijke dialoog die de filmmaker voert met de leer van de leefgemeenschap. De getoonde portretten van de goeroe dienen ter illustratie en zijn ook van ondergeschikt belang. Het is bovendien redelijkerwijs niet mogelijk in de film de bron en de naam van de makers van de foto’s en de geluidsopname te vermelden. Ten slotte zijn de persoonlijkheidsrechten van de makers gerespecteerd.