IEF 19363

Handelsnaamrechtinbreuk van Auto Smink op Smink Auto’s

Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 6 augustus 2020, IEF 19363; C/19/131481 (Smink Auto’s tegen Auto Smink) Kort geding. Handelsnaamrecht. Smink Auto’s spreekt Auto Smink aan voor handelsnaamrechtinbreuk. De voorzieningenrechter oordeelt dat Smink Auto’s een ouder handelsnaamrecht heeft dan Auto Smink. Auto Smink doet een beroep op nawerking, omdat haar autobedrijf bekend staat onder de naam “Smink” en op rechtsverwerking, omdat het volgens Auto Smink onaanvaardbaar is dat dat Smink Auto’s zich nu nog verzet tegen het gebruik van de familienaam in een handelsnaam. De voorzieningenrechter verwerpt beide verweren en concludeert dat het gebruik van de naam Auto Smink jegens Smink Auto’s onrechtmatig is en een inbreuk vormt op het handelsnaamrecht van Smink Auto’s. De handelsnamen wijken onvoldoende van elkaar af en Smink Auto’s heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hiervan verwarring te duchten is.

5.3. Zoals uit het voorgaande blijkt, gaan de verweren van Auto Smink c.s. niet op. De voorzieningenrechter komt dan ook tot de conclusie dat het gebruik van de naam Auto Smink jegens Smink Auto’s onrechtmatig is en een inbreuk vormt op het handelsnaamrecht van Smink Auto’s. De betreffende handelsnamen wijken in onvoldoende mate van elkaar af, want bestaan beide uit alleen de familienaam Smink en daaraan voorafgaand of daaropvolgend het woord “Auto(’s)”. Zoals hiervoor overwogen is hiervan verwarring te duchten, hetgeen Smink Auto’s ook voldoende aannemelijk heeft gemaakt.
De vorderingen met betrekking tot het verbieden van het gebruik van de handelsnaam en de domeinnaam zijn daarom toewijsbaar, met dien verstande dat gedaagden zal worden geboden zich binnen vijf werkdagen na de datum van dit vonnis te onthouden van het gebruik van de naam “(Auto) Smink”. Weliswaar heeft Auto Smink c.s. voorafgaande aan de zitting het gebruik van die handelsnaam al gestaakt en ter zitting verder aangegeven het gebruik gestaakt te houden, ook in geval van een bodemprocedure, maar de voorzieningenrechter acht deze toezegging voorshands onvoldoende, ook omdat er nog geen onthoudingsverklaring is getekend en nog niet alle uitlatingen zijn verwijderd c.q. aangepast en Auto Smink c.s. pas ter zitting met deze toezegging is gekomen. Gelet daarop heeft Smink Auto’s nog voldoende belang bij een toewijzende voorziening, waarbij de gevorderde dwangsom zal worden beperkt als hierna te melden.