IEF 17852

HagaZiekenhuis niet verantwoordelijk voor auteursrechtinbreuk vakgroep Gynaeocologie & Verloskunde

Rechtbank Den Haag 11 juli 2018, IEF 17852; ECLI:NL:RBDHA:2018:8344 (Making a Difference tegen Hagaziekenhuis) Auteursrecht. Making a Difference houdt zich bezig met het ontwikkelen en uitgeven van patiëntenvoorlichtingsmaterialen in gedrukte en elektronische vorm. Ze gebruiken o.a. de domeinnaam gyn-care.nl. De vakgroep Gynaeocologie & Verloskunde van Haga heeft op hun website afbeeldingen gebruikt afkomstig van gyn-care.nl. Making a Difference vordert Haga te veroordelen tot betaling van schadevergoeding wegens inbreuk op de auteursrechten en persoonlijkheidsrechten. Haga kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor het gebruik van afbeeldingen op de website omdat de vakgroep een afzonderlijke entiteit is. De vordering wordt afgewezen.

4.3. De rechtbank is van oordeel dat Haga niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het gebruik van de afbeeldingen op de website en daarmee door haar geen inbreuk is gemaakt op enig recht van [eiser] en/of [X] . Daartoe is het volgende redengevend.

4.4. Dat de website feitelijk wordt beheerd en van content wordt voorzien door de gynaecologen van de vakgroep, wordt niet zozeer door [eiser] betwist. Evenmin staat ter discussie dat die gynaecologen tot 1 januari 2016 een maatschap vormden en nadien – vanwege landelijk nieuwe fiscale wetgeving – als vrijgevestigde specialisten in een andere rechtsvorm, namelijk een coöperatie, verder zijn gegaan. Het is ook de maatschap die volgens het SIDN-register domeinnaamhoudster is geweest vanaf 11 september 2008 (datum registratie) tot – in ieder geval – 1 januari 2016. Gesteld noch gebleken is dat de wijzing van de rechtsvorm van de vakgroep in 2016 verandering heeft gebracht in de (formele of feitelijke) situatie rondom het domeinnaamhouderschap. Voor de insinuatie van [eiser] dat de maatschap in reactie op zijn sommatiebrief op 1 juni 2017 alsnog als houdster van de domeinnaam is geregistreerd, bestaat geen enkele aanwijzing. De rechtbank neemt daarom aan dat de vakgroep – en niet (mede) een andere partij/entiteit – eerst als maatschap en daarna binnen de coöperatie steeds domeinnaamhoudster van de website is geweest. Het feitelijke beheer van de website en het domeinnaamhouderschap biedt dus geen aanknopingspunt om Haga verantwoordelijk te achten voor het gebruik van de afbeeldingen op de website.

4.5. De inhoud van de website wijst evenmin in de richting van enige betrokkenheid of verantwoordelijkheid van Haga bij/voor de inhoud van de website. Zoals blijkt uit de door Haga overgelegde en door [eiser] niet weersproken (ingezoomde) screenshots van de website, staat in de banner en footer van de website: “Gynaecologie & Verloskunde HagaZiekenhuis, Den Haag”, respectievelijk “© Gynaecologie & Verloskunde HagaZiekenhuis, Thirdwave Webdesign. Alle rechten voorbehouden”. De disclaimer op de website vermeldt onder meer: “De afdeling Gynaecologie en Verloskunde van het HagaZiekenhuis aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor enige schade die direct of indirect ontstaat als gevolg van het gebruik of als gevolg van de onmogelijkheid van het gebruik van op deze website gepubliceerde informatie en/of verstrekte of verkregen informatie via het Internet”. Hieruit volgt dat alléén de vakgroep (samen met de webdesigner) het auteursrecht op de inhoud van de website claimt, en dat het in de disclaimer opgenomen exoneratiebeding alléén ten gunste van de vakgroep strekt. De vermelding op de website van Haga-contactgegevens en e-mailadressen met een Haga-domeinnaam voor het indienen van klachten, wijst niet op betrokkenheid van Haga bij de inhoud van de website, maar hooguit daarop dat het klantencontact en de klachtenafhandeling binnen het ziekenhuis centraal georganiseerd is.

4.6. Uit het gegeven dat het gebruik van de afbeeldingen naar aanleiding van zijn sommatie is gestaakt, kan ook niet worden afgeleid dat Haga zich zelfstandig toegang tot de website kan verschaffen en de inhoud ervan kan wijzigen. Vast staat immers dat de reactie op de sommatie is ondertekend door (de voorzitter van het dagelijks bestuur van) de vakgroep, een van Haga te onderscheiden entiteit en [eiser] heeft ook niet bestreden de naderen toelichting van Haga dat zij de sommatie aan de vakgroep heeft doorgezonden omdat deze volgens Haga zou weten waar de sommatie over ging. Gegeven deze omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende grond om het staken van het bedoelde gebruik te kunnen koppelen aan enig handelen of nalaten aan de zijde van Haga.

4.7. Aan de voor het eerst aan het einde van de zitting door [eiser] (bloot) geponeerde en betwiste stelling, dat Haga (ook) verantwoordelijk is voor de afbeeldingen op de website omdat zij op haar eigen website een link naar de website heeft geplaatst en daarmee in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 13 februari 2014, zaaknr. C-466/12, EU:C:2014:76 (Svensson) een mededeling aan het publiek heeft gedaan, gaat de rechtbank reeds voorbij omdat die stelling niet is onderbouwd en [eiser] daarmee niet heeft voldaan aan zijn stelplicht.

4.8. De overige stellingen van [eiser] leiden niet tot een ander inzicht. Zelfs indien Haga inkomsten uit de website genereert en de afdeling gynaecologie in organisatorisch opzicht als onderdeel van het Haga-ziekenhuis beschouwt, is daarmee niet gezegd dat Haga zich feitelijk met de inhoud van de website heeft bemoeid. Voorts geldt dat, hoezeer Haga geacht kan worden verantwoordelijk te zijn voor de – mede van de voorlichting afhankelijke – kwaliteit van de binnen het ziekenhuis geboden zorg, dit niet maakt dat zij ook verantwoordelijk kan worden gehouden voor uitingen die zijn gedaan door een weliswaar aan haar verbonden, maar niettemin van haar te onderscheiden (rechts)persoon/vrijgevestigde gynaecologen.