IEF 19916

Gordijnrails zijn nagenoeg exacte kopieën van elkaar

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 12 april 2021, IEF 19916, ECLI:NL:RBOBR:2021:1703 (Forest tegen Vako) Forest en Vako produceren en leveren gordijnrailsystemen op de internationale markt. Een van de railsystemen van Forest is de DS-rail. Vako heeft een soortgelijk railsysteem op de markt gebracht, waardoor Forest van mening is dat er door Vako een inbreuk wordt gemaakt op haar modelrecht. Vako voert daartegen aan dat er geen sprake is van een geldig model, omdat de vormgeving van de DS-rail uitsluitend technisch bepaald is. De voorzieningenrechter stelt Forest in het gelijk. Geoordeeld wordt dat de DS-rail over een nieuw en voldoende eigen karakter beschikt en dat het railsysteem van Vako een nagenoeg exacte kopie van de DS-rail is.

4.8. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat de algemene indruk van de DS-rail voor de geïnformeerde gebruiker verschilt van de gordijnrails die daarvoor al op de markt waren. Daarbij dient voorop te worden gesteld dat het ontwerp van een gordijnrail in belangrijke mate wordt bepaald door de technische en functionele eisen die daaraan worden gesteld. Het is immers bedoeld om een gordijn in te hangen dat vervolgens open en dicht kan worden geschoven. De ontwerpmogelijkheden voor de vormgeving zijn in zoverre dus beperkt. De algemene indruk van de DS-rail wordt met name bepaald door de gebogen “vleugel” aan de voorzijde. Uit het door Vako aangehaalde vormgevingserfgoed (het Umfeld) blijkt dat een gebogen voorzijde aan een gordijnrail in maart 2000 op zichzelf niet nieuw was. Vako verwijst in dat kader naar twee modellen van het de onderneming [A] (de 1060 en 6010) die in vergelijkbare vorm ook door de onderneming [B] op de markt zijn gebracht (de 2500 en 2600), naar een gordijnrail van de onderneming [C] (de Wepo Curva 3111), een gordijnrail van de Japanse onderneming [D] en naar een Spaanse modelregistratie uit 1979. De voorzieningenrechter zal die modellen hieronder afzonderlijk bespreken.

4.15. Vervolgens rijst de vraag of Vako met de Vako-rail inbreuk maakt op het model. Daarvan is sprake als de Vako rail dezelfde algemene indruk maakt bij de geïnformeerde gebruiker als de DS-rail. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarvan sprake. De Vako-rail is in bijna alle opzichten een exacte kopie van de DS-rail. Zelfs de afmetingen zijn nagenoeg identiek. Er zijn wel wat verschillen, maar die zijn uiterst gering. Vako wijst in dat kader op het iets hoekigere binnenwerk van de DS-rail, de twee uitstekende puntjes in het binnenwerk van de DS-rail, en de twee in bolletjes uitgevoerde uiteindes van het binnenwerk die onderaan de opening van de rail vormen. De Vako rail heeft die kenmerken niet. Daarnaast is volgens Vako de aanhechting van de vleugel bij de Vako-rail anders, namelijk dikker, vormgegeven waardoor de bocht van de vleugel iets anders zou zijn. Die verschillen zijn nauwelijks waarneembaar en dermate marginaal in het licht van de totale vormgeving, dat dit niet leidt tot een andere algemene indruk. Zeker ook niet gelet op het door Vako zelf in het kader van haar geldigheidsverweer aangehaalde Umfeld. De uiterlijke verschillen tussen de door Vako aangehaalde gordijnrails en die van de DS-rail zijn duidelijk veel groter dan de verschillen tussen de DS-rail en de Vako-rail. Die zijn, zoals gezegd nauwelijks waarneembaar.