IEF 20723

Google niet aansprakelijk voor nepadvertenties

Rb. Amsterdam 18 mei 2022, IEF 20723, IT 3937; ECLI:NL:RBAMS:2022:2638 (Eiser tegen Google) Zie primair ook het eerste vonnis in deze reeks: [IEF 20722] In dit tweede vonnis inzake de Jort Kelder nepadvertenties en tweets, staan de advertentiediensten van Google centraal. De omstandigheden van het eerdere vonnis zijn vergelijkbaar met dit vonnis. Er worden nepadvertenties verspreid met de foto en naam van Jort Kelder met het doel gebruikers over te halen om te investeren in cryptovaluta. Kelder stelt vervolgens dat Google te weinig heeft gedaan om de nepadvertenties met gebruik van zijn portret en naam te verwijderen. De rechtbank oordeelt daarentegen dat dit niet het geval is en benadrukt, net zoals in het geval van Twitter, dat de partij achter de advertenties dient te worden aangesproken. In tegenstelling tot het vonnis van Twitter, lukt het Kelder in deze procedure jegens Google wel om de gegevens te verkrijgen van diegene achter de advertenties.

4.21. Mocht een internetgebruiker op een dergelijke misleidende advertentie klikken, dan is de kans dat hieruit schade ontstaat nog niet zo groot. Het is namelijk een stapsgewijs proces: de internetgebruiker moet hebben geklikt op de advertentie, die doorverwijst (al dan niet via meerdere stappen) naar een pré-landingspagina, die vervolgens weer doorverwijst naar de echte landingspagina over bitcoin-investeringen. Pas na het achterlaten van gegevens, wordt de internetgebruiker hierover teruggebeld en wordt gevraagd om veel geld te investeren in bitcoins of andere cryptovaluta. Pas daarna, als een investering wordt gedaan, is de internetgebruiker zijn of haar geld kwijt. Dit kan wel tot enorme schade bij de betreffende internetgebruiker leiden, maar die eventuele schade ontstaat dus niet direct bij en door het plaatsen van zo’n advertentie.

4.23. Ten aanzien van [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] en [eiser 5] gaat het om gestelde schending van hun portretrecht. Het zonder toestemming gebruiken van het portret of de naam van een bekend persoon in een misleidende advertentie zal bij het verschijnen ervan onmiddellijk tot schade kunnen leiden, omdat een dergelijke publicatie afbreuk doet aan of schadelijk kan zijn voor de wijze waarop de geportretteerde zijn bekendheid wenst te exploiteren. Of dit in zijn algemeenheid tot hoge vergoedbare schade zal leiden, is maar zeer de vraag. Dat in deze zaak [eiser 4] en [eiser 5] schade hebben geleden, is niet gebleken, omdat in deze procedure helemaal geen advertenties zijn getoond met hun portret en/of naam erin. Dat er mogelijk wel dergelijke advertenties zijn geweest, is betwist, en daarna door Stichting Vladimir c.s. niet meer onderbouwd. Van [eiser 3] is slechts één screenshot van een website overgelegd, met het logo van De Telegraaf, een foto van [eiser 3] en een poes met een bordje “I stole bitcoins” en een tekst (“KLANT NIEUWE BETALING [eiser 3] Onthult Hoe Hij 2,3 Miljoen euro Verdiende Na Zijn faillissement. Hij Beweert Dat Iedereen Dit Kan en Laat bij “ [eiser 3] ” Hoe Het Moet! “Dit is de beste kans die ik ooit heb gehad!”). Het lijkt erop dat dit een schermafdruk van een pre-landingspagina is. Dat via het GDN een advertentie is getoond waarin het portret van [eiser 3] is gebruikt in een bitcoinadvertentie is dan ook niet komen vast te staan. [eiser 2] zelf heeft weinig toegelicht hoe groot zijn schade zou zijn. Ook ten aanzien van [eiser 2] c.s. komt de rechtbank onder de gegeven omstandigheden tot de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat Google c.s. te weinig heeft gedaan om het verschijnen van de bitcoinadvertenties te voorkomen.

4.37. Ten aanzien van [eiser 2] c.s. geldt dat alleen ten aanzien van [eiser 2] is komen vast te staan dat zijn naam en portret in de bitcoinadvertenties zijn gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat [eiser 2] een reëel belang heeft om de personen die achter de advertenties zitten in rechte te kunnen aanspreken en dat het bestaan van concrete, minder ingrijpende mogelijkheden niet aannemelijk is geworden. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het belang van [eiser 2] om te kunnen optreden tegen schending van zijn rechten zwaarder weegt dan de belangen van Google c.s. en dan de privacybelangen van de inbreukmakers. Dit is als zodanig ook niet door Google c.s. bestreden. [eiser 2] heeft daarom belang bij verstrekking van identificeerbare gegevens van de adverteerders van de bitcoinadvertenties. Google c.s. heeft over de gevraagde gegevens onweersproken aangevoerd dat btw-nummers, KvK-nummers en gegevens van feitelijk leidinggevenden van adverteerders niet worden geregistreerd. Daarmee staat niet vast dat Google c.s. over dergelijke gegevens beschikt. Het toe te wijzen bevel zal daarom worden beperkt tot de naam, het adres, de woonplaats, het telefoonnummer, het e-mailadres en het bankrekeningnummer van de adverteerder. Het toe te wijzen bevel zal verder worden beperkt tot die gegevens van de 17 advertenties die Google c.s. heeft kunnen herleiden aan de hand van de door Stichting Vladimir c.s. gegeven voorbeelden en voor zover Google c.s. over die gegevens beschikt.