IEF 19901

"Gestalkt" aflevering mag worden uitgezonden

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 16 april 2021, IEF 19901, IT 3482, C/16/519372 / KL ZA 21-75 (Eisers tegen Skyhigh) Eisers claimen slachtoffer te zijn van stalking door de ex van een van hen. Zij hebben een redacteur benaderd van het programma "Gestalkt", geproduceerd door Skyhigh, over mogelijke deelname aan het programma als slachtoffer van stalking. Later bleek dat ook de ex eisers heeft beschuldigd van stalking. Eisers zijn vervolgens onaangekondigd opgenomen voor het programma, op het moment waarop zij achter deze beschuldiging kwamen. Tot hun verbazing bleek ineens dat Skyhigh in de aflevering juist de ex wilde gaan neerzetten als slachtoffer van stalking door eisers. Eisers hebben hier geen toestemming voor gegeven en vorderen van Skyhigh de aflevering niet openbaar te maken, dan wel hen onherkenbaar hierin te maken. De voorzieningenrechter oordeelt dat Skyhigh de aflevering gewoon mag uitzenden, mits zij eisers daarin onherkenbaar in beeld brengt.

3.13. Nu N en K niet herkenbaar in beeld zullen worden gebracht, hun naam en woonplaats niet zullen worden genoemd en hun huis en winkel en dergelijke niet herkenbaar zullen worden getoond, is het voldoende aannemelijk dat zij niet door het algemene publiek zullen worden herkend. In zoverre is hun privacy voldoende gewaarborgd. Dat is mogelijk anders voor personen uit de directe omgeving van N en K. Zij zullen hen aan de hand van de informatie die in de aflevering wordt verstrekt misschien kunnen herkennen. Er kan echter worden aangenomen dat die personen al in enige mate van de kwestie op de hoogte zijn en dat dat mede het gevolg is van het eigen handelen van N en K. Wel is er met het oog op de voldoende onderbouwde dreiging van eerwraak aanleiding om de stem van N en K te laten vervormen. Dit om de kring van personen die hen zullen kunnen herkennen zo klein mogelijk te maken.

4:14. De voorzieningenrechter concludeert na afweging van de wederzijdse belangen dat het niet aannemelijk is dat een bodemrechter - later oordelend - zal beslissen dat de uitzending van de aflevering onrechtmatig is tegenover eisers. De vorderingen komen daarom niet voor toewijzing in aanmerking, met uitzondering van het meest subsidiair gevorderde vanwege de in 3.13. genoemde reden. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.